Fuchs (1)

Ai tje poti! De toonaangevende heer Rudi Fuchs heeft in een interview (Z 2 nov.) geconstateerd dat er niet één goede Surinaamse (westerse) kunstenaar is. “Het is een in de modder vastgelopen variant op de Nederlandse schilderkunst. Suriname is modder: een tropisch soort Zeeland.” Ja, dan is het wel logisch dat volgens hem de Nederlandse kunst is vastgelopen in de modder. Misschien heeft het wel met het Nederlandse cultuurbeleid te maken.

Wat is de geschiedenis van het Nederlandse cultuurbeleid in Suriname? We hadden Sticusa in de jaren zestig. Voor de schilderkunst was dat Nola Hatterman. Dat was de eerste keer dat er in Suriname over westerse kunst onderwezen werd. Als Suriname een 'intrigerend fenomeen' is dan heeft dat ook met het niveau van die geschiedenis te maken. Price and Price hebben maar een paar jaar in Suriname gezeten en niet driehonderd jaar, en ze produceren een boek en een tentoonstelling 'Afro-American Arts of the Surinam Rain Forest', uitgebracht door het Museum of Cultural History of California in Los Angeles. Deze tentoonstelling is twee keer aan Nederland aangeboden en geweigerd.

Als je subsidie aanvraagt voor een tentoonstelling van de Braziliaanse architecte Lino Bo Bardi, die voor Suriname van veel betekenis kan zijn omdat het een buurland is, hetzelfde klimaat heeft en laat zien dat je respect voor je eigen regio en afkomst moet hebben, dan is Nederland niet thuis.

Er zijn in Suriname grootheden geweest zoals Aldo van Eyck, Coen Wessing, Willem Diepraam, Gerard van Westerloo, Hermans, Ellen Edinof, Ed van der Elsken, Bram de Swaan, Dick Hillenius, Jaap en Mies Hillenius, Adriaan van Dis, Kim van Kooten, Peter Struycken. Bijna allemaal op eigen initiatief of voor een eenmalig optreden, en al deze mensen zijn nooit door het Nederlands cultuurbeleid gevraagd om bijvoorbeeld in een workshop of seminar met Surinamers te discussiëren en te werken om ze inzicht te verschaffen in westerse kunst. Dus het niveau van de Surinaamse kunstenaar van nu is het niveau van Sticusa en Nola Hatterman.

In plaats van de mensen te laten worstelen zou je ze in een salon moeten ontvangen - en niet in de zijkamer - en op basis van respect en gelijkwaardigheid in gesprek met ze moeten gaan. Tenslotte weten de Surinaamse kunstenaars niet dat Rudi Fuchs een westerse kunstpaus is en ze zijn niet bang voor hem.

    • Lucien L. Lafour