Filippijnse economie imponeert Kok

MANILA, 9 NOV. Zijn engels is goed en vrijwel accentloos, zijn uitstraling heeft iets charismatisch en zijn politieke prestaties zijn indrukwekkend. Toch verdient Roberto de Ocampo minder dan de portier van het prestigieuze Manila Hotel, waar premier Kok verbleef tijdens zijn tweedaagse bezoek aan de Filippijnen. Oorzaak: Ocampo is minister van financiën, in de Filippijnen een mager betaalde baan.

Onder leiding van Ocampo is de Filippijnse economie bezig aan een opmerkelijke opmars waarvan premier Kok, die na een vierdaags bezoek aan Japan doorvloog naar Manila, de afgelopen dagen onder de indruk raakte. “Ik ben hier twaalf jaar geleden voor het laatst geweest en de situatie van toen is niet meer te vergelijken met wat ik nu zie”, aldus de premier.

Twaalf jaar geleden zat Roberto de Ocampo nog in Washington. Daar werkte de Filippijn een aantal jaren voor de Wereldbank en die ervaring laat hij nu gelden bij de economische hervormingen die hij doorvoert. De Filippijnen kampt met een aantal problemen waarmee Ocampo wel raad weet. Zo is de spaarquote zorgwekkend laag, moet onder een veel bredere laag van de bevolking belasting geheven worden en behoeven kapitaalmarkt en de beurs modernisering.

“Het gaat ons economisch voor de wind. Nu moeten we het momentum vasthouden en de nodige maatregelen invoeren”, zegt Ocampo. Bovenaan zijn lijstje staat de reorganisatie van de belastingwetgeving. “Als onze operatie slaagt, hebben we een erg belangrijke peiler onder ons plan voor economische groei gecreëerd. Pas dan kunnen we echt een tijger worden.” Slechts 2,6 miljoen van de 70 miljoen Filippijnen betalen belasting.

Ook de spaarquote moet verbeteren. Sparen is een nog vrijwel onbekend begrip in de Filippijnen. Pensioensystemen bestaan er nauwelijks, sociale verzekeringen evenmin. Nederlandse verzekeraars hebben om die reden in de Filippijnen een nieuwe, aantrekkelijke markt ontdekt. ING Verzekeringen en Aegon kregen tijdens het bezoek van Kok officieel de licentie voor de verkoop van levensverzekeringen.

De verzekeraars zijn onderdeel van een snel groeiende groep ondernemingen die worden aangetrokken door de ontwikkelingen in de Filippijnse economie. Vorig jaar ontving het land 1,5 miljard dollar aan buitenlandse investeringen. In de eerste helft van dit jaar was de omvang daarvan 855 miljoen dollar, een stijging van 39 procent vergeleken bij de eerste helft van 1995.

Nederland speelt in dit opzicht een grote rol en is met 160 bedrijven in de Filippijnen, gemeten in aantallen ondernemingen, de derde buitenlandse investeerder. Shell, Unilever en Philips behoren tot de grootste investeerders in het land.

De export, in de afgelopen jaren sterk toegenomen, leidt de economische groei van de Filippijnen. Premier Kok, die voor de vierde keer in anderhalf jaar Azië bezocht, waarschuwt echter voor te veel optimisme: “Er is een te eenzijdige kijk op export hier. Als dat zo blijft, gaat dit land snel mank lopen omdat een aantal sectoren achterblijft.” Kok wijst met name op de infrastructuur in de Filippijnen, waar slechts tien procent van de wegen verhard is. “Dit land heeft economisch gezien duidelijk de draad weer te pakken, het is vrij ongestructureerd gegroeid”, aldus Kok na twee dagen Manila. “We moeten ons niet verkijken op de groeicijfers, maar beseffen dat hier op het sociale vlak nog indrukwekkend veel moet gebeuren.”

De Filippijnse regering lijkt nog niet toe aan dergelijke conclusies. Zij kijkt om zich heen naar andere Aziatische economieën die in korte tijd zijn uitgegroeid tot de veel geroemde 'tijgers' van het Verre Oosten. Ook Ocampo maakt zich weinig zorgen. “De fundamenten zijn goed, we hebben een transparante economie gecreëerd. Als we de komende tijd de nog benodigde hervormingen kunnen doorvoeren, behoort de Filippijnen straks tot de sterkste economieën van Azië”, meent de minister. Bang voor een Mexico-scenario is hij ook niet. “We hebben uit het Mexicaanse peso-debacle onze lessen getrokken. Maar wij staan er veel beter voor. De technologische ontwikkeling is hier verder en de productiviteit ligt een stuk hoger. Bovendien is onze wisselkoers afgestemd op de markt en niet kunstmatig vastgesteld, zoals in Mexico”, zegt Ocampo zelfverzekerd.

    • Max Christern