Eigen verstand

DE TWEEDE KAMER heeft zich tenslotte geschikt in het gebrek aan personele gevolgen van de parlementaire enquête opsporingsmethoden. De rechtspositionele aanpak van de ministers Sorgdrager (justitie) en Dijkstal (binnenlandse zaken) heeft gezegevierd.

Ten aanzien van de zetelvaste politiechefs zei Dijkstal voor de zomer tenminste nog - na de nodige aandrang uit de Kamer - dat hij zelf ook wel anders had gewild. Sorgdrager verdedigde voluit de haar door procureur-generaal Ficq aangereikte stelling dat een aantal in opspraak geraakte magistraten het alles bij elkaar zelfs helemaal niet zo gek hadden gedaan. Deze uitslag spoort niet met de bevindingen van de enquêtecommissie en doet daar ook afbreuk aan.

HOE HEEFT zo'n discrepantie kunnen ontstaan? Ficq heeft zich vooral beperkt tot de rituelen van de bureaucratie. “De toetsing door de officier van justitie voor de criminele inlichtingendienst was intensief”, zo luidt een typerend zinnetje uit zijn rapport. Of: “niet is gebleken dat de betrokken leden van het openbaar ministerie aanwijzingen hebben bereikt waaraan zij de conclusie hadden moeten verbinden dat verdergaand toezicht noodzakelijk was dan zij hadden uitgeoefend”. En: “indien een unithoofd regelmatig met de hoofdofficier spreekt is het niet onverantwoord dat deze ervan uitgaat dat hij op de hoogte is van alle relevante aspecten”.

Toch heeft de toetsing inhoudelijk gefaald. Dat mag toch wel de conclusie zijn wanneer zo ongeveer de halve jaaromzet aan softdrugs in Nederland met medewerking van autoriteiten op de illegale markt komt. Magistraten hadden in plaats van zich ertoe te beperken passief aanwijzingen uit de ambtelijke lijn af te wachten ook actief hun verantwoordelijkheid kunnen begrijpen. Zeker een hoofdofficier mag worden geacht zijn eigen verstand te gebruiken. Het gaat hier om magistraten - die zichzelf graag betitelen als een zelfstandig onderdeel van de rechterlijke macht - waarvan een zelfstandige oordeelsvorming mag worden verwacht.

ZELFSTANDIGHEID is nu net het springende punt. Minister Sorgdrager wijst deze namelijk af. Zij claimt volledige zeggenschap over het openbaar ministerie, tot en met de laatste puntkomma in de individuele strafzaak aan toe. Dat stuit op verzet bij het openbaar ministerie (gesteund door de zittende magistratuur) dat er bezwaar tegen maakt te worden gedegradeerd tot “rijkskruier”, zoals een vooraanstaande magistraat het eens pregnant heeft uitgedrukt.

De verdediging van het openbaar ministerie in de IRT-zaak door Sorgdrager heeft dan ook een prijs, die zelfs wel eens haar diepere beweegreden zou kunnen zijn geweest: in de doctrine Sorgdrager-Ficq is weinig plaats voor zelfstandige magistraten die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. De slotsom van deze aflevering van het IRT-debat komt dan ook uit op: goedkoop, duurkoop.