Beproefde lachrecepten overheersen de melancholie

Voorstelling: Optisch Bedrog. Produktie: Van Gool &u Grnfeld; tekst en spel: Han Römer en Titus Tiel Groenestege. Regie: Frans Strijaards; licht: Roel Veldhorst. Muziek: Boudewijn Tarenskeen; piano: Jaap Dieleman; zang: Anitra Jellema. Gezien: 7/11 Leidse Schouwburg. Tournee t/m 1/3; inl 020-6260350.

Maken ze nou toneel of cabaret? De gezamenlijke voorstellingen van Han Römer en Titus Tiel Groenestege zijn niet gemakkelijk onder één noemer te vangen. Ockhams scheermes en De olifantsdracht waren grillige exercities van twee heren op zoek naar zichzelf. Ook hun nieuwe podiumwerkstuk heeft een hybride vorm en inhoud.

Optisch bedrog gaat over twee broers die zojuist wees zijn geworden - maar waarom gedragen zij zich zo vijandig? Misschien is hun argwanende stugheid te wijten aan hun boerse jeugd temidden van rammen en ooien, misschien ook zijn de twee bevangen door een algemeen mannelijke angst voor intimiteit. In elk geval kunnen zij niet sámen rouwen. Die vaag melancholieke grondstemming vindt een uitweg in verbitterde liedjes (altijd solo gezongen natuurlijk), in mismoedige overpeinzingen over de dood en een verbeten monoloog van Han Römer, voorzien van een dikglazige Freek-de-Jonge-bril, over een vrouw met kanker. Maar de komische nummers zijn in de meerderheid. The show must go on, lijken de makers ironisch te willen zeggen: “the show must go on, ook al hebben we bijvoorbeeld net onze ouders begraven.”

Beproefde lachrecepten uit de wereld van cabaret en variététheater worden hier toegepast. Wanneer men met z'n vingers knipt, gaat het toneellicht aan; wanneer een van de twee z'n hoofd door de roodfluwelen toneelgordijnen heensteekt duwt de ander dat hoofd hardhandig terug. En de flauwe woordgrapjes zijn niet van de lucht. Zegt mannetje A: “Ik heet u van harte welkom.” Waarop mannetje B repliceert: “Wat een rare naam.”

Ook de restaurant-sketch die op geen enkele bonte avond ontbreekt wordt door dit duo flink uitgemolken. Een onbeschofte ober en een in het nauw gedreven klant: als je deze stereotiepe rollen een béétje behoorlijk speelt, brengt dat een zaal gegarandeerd aan het lachen. En Römer en Tiel Groenestege, het moet gezegd worden, spelen méér dan behoorlijk. De een als de chagrijnige ober, die tegelijkertijd kunstschilder is èn de helft van het broederpaar Kaïn en Abel; de ander als de onzekere klant èn de andere helft van dat bijbelse tweetal. Han Römer, een alpinopet schuin op het hoofd, acteert met droge stem en haastig afgekapte gebaren terwijl Titus Tiel Groenestege, de jongste van de twee, zich laat gaan in clownerieën.

De kwaliteit van het spel is, dankzij de energie die de acteurs er in stoppen, steeds even hoog, maar die van de teksten niet. Zij zijn vaak te lang en te weinig spitsvondig. Doordat er voor de afzonderlijke sketches zoveel tijd genomen wordt, vergeet je waarover het verhaal ook al weer ging. Soms voel je het verdriet niet meer, en dat is jammer.

    • Anneriek de Jong