Band mafia en staat: Turkse minister weg

ANKARA, 9 NOV. De Turkse minister van binnenlandse zaken en voormalig hoofd van de politie, Mehmet Agar, is gisteren wegens een schandaal over vermeende relaties tussen politie, mafia en staat afgetreden. Hij is opgevolgd door Meral Aksener van de rechtse Partij van het Juiste Pad (DYP).

De zaak zondag kwam aan het rollen na een verkeersongeluk waarbij een mafialeider, een parlementariër, een hoge politiefunctionaris en een voormalige schoonheidskoningin in dezelfde auto werden aangetroffen. Slechts Sedat Bucak, een afgevaardigde van de DYP en leider van een Koerdische stam die met de Turkse staat samenwerkt in de strijd tegen de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK), overleefde het ongeluk. De mafialeider, Abdullah Çatli, werd al 18 jaar gezocht. Hij maakte deel uit van de extreem-rechtse Ülküuc (idealisten), de voormalige Grijze Wolven, die verbonden zijn met de Partij van Nationale Actie (MHP) van Alparslan Turkes en de Grote Verenigde Partij (BBP). De hoge politiefunctionaris, Hüseyin Kocadag, was een van de architecten van de paramilitaire eenheden in het Koerdische Zuidoosten van het land. Deze speciale teams maken zich op grote schaal schuldig aan afpersingen, ontvoeringen en het doden van dorpelingen, die vervolgens de PKK in de schoenen worden geschoven. De derde persoon, Gonca Uz, staat bekend om haar (liefdes)relaties in de Turkse onderwereld. Ze zou tevens voor de Turkse Binnenlandse Veiligheidsdienst (MIT) werken.

Volgens Dogu Perinçek, leider van de linkse Arbeiders Partij (IP), stond Agar samen met Tansu Çiller, de huidige minister van buitenlandse zaken en vice-premier, aan het hoofd van een 700 man sterk illegaal samenwerkingsverband dat bestaat uit leden van de Turkse veiligheidstroepen, de binnenlandse veiligheidsdienst, de extreem-rechtse mafia en de paramilitaire troepen. De IP-leider heeft in juni daarover al een rapport naar de president en de voorzitter van het parlement gestuurd.

Daarin staan tevens aanwijzingen over de manier waarop mevrouw Çiller in haar hoedanigheid van premier eerder dit jaar 500 miljoen dollar besteedde voor speciale veiligheidsactiviteiten. Çiller weigert te onthullen waaraan ze dat bedrag precies heeft uitgegeven. Haar opvolger, Mesut Yilmaz, is bereid om die informatie over te dragen aan een parlementaire onderzoekscommissie. Of die er komt, wordt volgende week beslist. Eveneens komt dan de vertrouwensstem aan de orde waartoe de Republikeinse Volkspartij (CHP) in het parlement heeft opgeroepen.

Mafialeider Çatli werd als de centrale figuur aangemerkt van de illegaal organisatie Naast overheidsgeld zou die op grote schaal gebruik maken van de inkomsten uit de handel in verdovende middelen door de extreem-rechtse onderwereld. Ex-minister Agar werd eerder beticht van banden met de Turkse drugsmafia. Volgens Perinçek was de illegale organisatie vorig jaar betrokken bij een couppoging tegen de Azerbajdzjaanse president Haydar Alijev. Sindsdien zijn de Turkse relaties met Bakoe aanzienijk verkoeld. Andere plekken waar de organisatie actief zou zijn zijn Tsjetsjenië en het Koerdische Noord-Irak.

Çiller bracht Agar vorig jaar in haar partij, samen met het voormalige hoofd van de politie in Istanbul, Necdet Memzir, en de super-gouverneur van het Zuidoosten, Unal Erkan. Deze laatste twee hebben zich inmiddels tegen haar gekeerd.

De Turkse media hebben in de afgelopen dagen het voortouw genomen in de strijd voor een transparante politiek. Ze eisen dat de achtergronden worden onthuld van het auto-ongeluk en de vermeende banden tussen staat, politie en mafia. Om de omvang van het schandaal te onderstrepen worden er parallellen getrokken met de situatie in Italië in de afgelopen jaren en de noodzaak onderstreept van een 'schone handen-operatie' in Turkije, zoals die door de Italiaanse onderzoeksrechter Di Pietro werd uitgevoerd. Maar Manir Kaynak, een voormalige topman van de Turkse MIT, acht het zo goed als uitgesloten dat een dergelijk onderzoek er komt: “een man als Di Pietro zou in Turkije onmiddellijk worden afgeschilderd als een vijand van de natie”.

    • Froukje Santing