Arm der wet worstelt met medisch beroepsgeheim

TILBURG, 9 NOV. Midden in de nacht wordt een gewonde man een ziekenhuis in Eindhoven binnengedragen. Hij heeft zijn vrouw neergestoken en is vervolgens in paniek uit het raam gesprongen. Verpleegkundigen bergen zijn gehavende kleren en zakmes op in een patientenkastje, achter slot en grendel. Even later arriveert de politie, die de spullen in beslag wil nemen. Mag dat?

Artsen en verpleegkundigen worden steeds vaker geconfronteerd met een eis van justitie om bezittingen van of medische gegevens over een patiënt te overhandigen. Deze gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht van de arts, dus die zal in principe weigeren aan het verzoek te voldoen. De laatste tijd blijkt een beroep op de geheimhoudingsplicht echter lang niet altijd meer afdoende. Een gezelschap van medici en juristen boog zich gisteren op een symposium in Tilburg over de vraag hoe ver de arm der wet mag reiken.

De Nederlandse wetgeving stelt het beroepsgeheim van de arts boven het opsporingsbelang: Iedereen moet zich zonder vrees voor de gevolgen kunnen wenden tot een dokter. Maar een arrest van de Hoge Raad van tien jaar geleden staat schending van het ambtsgeheim van de arts toe “in zeer uitzonderlijke omstandigheden”. Welke omstandigheden dit zijn wordt niet gespecificeerd. Zo is een juridische ruimte ontstaan waarin medici en opsporingsambtenaren elkaar nu regelmatig tegenkomen.

In het onderzoek naar een Haagse verpleegkundige die wordt verdacht van moord op een aantal welgestelde bejaarde vrouwen in de wijk Benoordenhout, deed de politie vorige maand invallen bij drie huisartsen en apotheken. Een aantal medische dossiers van voormalige patiënten van de verpleegkundige werd in beslag genomen. H. Utermark, raadsman van een van de huisartsen, is woedend over de gang van zaken. “Mijn cliënt was ervan overtuigd dat er niets onnatuurlijks was aan de dood van zijn 92-jarige patiënte. Ze was de laatste vier dagen bij kennis en hij had zelf aan haar sterfbed gezeten. Bovendien vond hij dat haar dossier privacygevoelige informatie bevatte. Dat heeft hij keurig uiteengezet in een brief aan de rechter-commissaris. Wat gebeurt er? Acht man melden zich bij zijn huis om het dossier te vorderen. Zelf is hij niet thuis, zijn vrouw wordt gesommeerd het dossier direct af te geven omdat anders alle dossiers worden meegenomen. Ik vind dat schandalig.”

De Haagse officier van justitie M. Schelfhout, die in Tilburg als enige het belang van de opsporingsambtenaren verdedigt, meent dat het openbaar ministerie zorgvuldig te werk is gegaan en doet de protesten af als “de gebruikelijke emotionele bezwaren tegen het binnentreden van de politie”. Op de vraag of hier sprake was van 'uitzonderlijke omstandigheden' gaat ze niet in. “Het is helaas nooit gedefiniëerd wat dat precies zijn. Voor ons blijft het giswerk.” Wel moet Schelfhout toegeven dat de politie met het dreigement tot inbeslagname van alle dossiers over de schreef is gegaan, want hiertoe is zij niet bevoegd.

Een vergelijkbare zaak deed zich voor in april. De rechtbank van Amsterdam gebood het Academisch Medisch Centrum (AMC) het dossier over te leggen van een vrouw die was overleden na het slikken van een soort xtc-pil. Eerder had het AMC dit op principiële gronden geweigerd. Na afgifte van het dossier spande het ziekenhuis een beklagprocedure aan. Het AMC betoogde dat de omstandigheden in dit geval nauwelijks uitzonderlijk konden worden genoemd omdat in het AMC jaarlijks 600 mensen binnenkomen die problemen ondervinden na het slikken van chemische genotmiddelen, waarbij in 300 gevallen een misdrijf niet helemaal kan worden uitgesloten. De rechtbank wees het beklag af en onthield zich van commentaar over de uitzonderlijkheid van het geval.

Onder medici bestaat inmiddels de vrees dat het OM elk opsporingsbelang uitzonderlijk vindt. T. Verdam, juridisch adviseur van het AMC, meldt op het symposium dat het ziekenhuis voor toekomstige gevallen een nieuwe werkwijze heeft ontworpen. Na een verzoek om informatie van het OM zal het eerst 24 uur bedenktijd vragen en vervolgens weigeren de informatie te geven. Schelfhout spreekt van “een akelige richtlijn, bedacht om het contact met het openbaar ministerie te ondermijnen”.

Ook elders wordt naar oplossingen gezocht. Vijf ziekenhuizen in Eindhoven en omgeving hebben in februari een convenant gesloten met politie, OM en inspectie. Het bevat richtlijen voor een goede samenwerking.

De Nijmeegse hoogleraar gezondheidsrecht J. Hubben ziet een grote rol weggelegd voor de gezondheidsinspecteur, die volgens hem inzagerecht in de dossiers heeft en daarom in plaats van de ziekenhuizen justitie van relevante informatie zou kunnen voorzien. Maar volgens B. Schultsz, stafjurist bij de hoofdinspectie voor de Volksgezondheid, heeft een gezondheidsinspecteur géén inzagerecht.