3,8 Miljard jaar oud slib maakt leven op aarde alweer ouder

Vier jaar geleden schatten geologen en paleontologen de ouderdom van het eerste leven op aarde nog op 2,5 miljard jaar. Op 30 april 1993 kwam daar 1 miljard jaar bij. Op die dag verscheen er in Science een publicatie van J. William Schopf van de University of California. In 3,5 miljard jaar oud gesteente in West Australië had hij fossielen van staafvormige micro-organismen ontdekt.

En afgelopen donderdag schoof de oorsprong van het leven op aarde nog eens 350 miljoen jaar verder van ons vandaan. In Nature werd een ontdekking van 3,85 miljard jaar oud biologisch materiaal, gepubliceerd door Amerikaanse, Australische en Engelse geologen. Het internationale team van onderzoekers groef het miljarden jaren oude materiaal op in het Itsaq (betekent 'oud ding' in het Groenlands) Gneiss Complex in West Groenland en het nabij gelegen Akilia eiland. Ze onderzochten sedimentlagen waarvan de ouderdom bekend was: die van het Itsaq Gneiss Complex waren 3,7 miljard jaar oud, die van Akilia eiland 3,85 miljard jaar. Op beide plaatsen vonden ze in de sedimentlagen apatietkorrels met daarin kalkachtig materiaal. Apatiet is een mineraal opgebouwd uit calcium, fosfaat, carbonaat en fluor. De combinatie van apatiet en kalkachtige insluitsels wijst volgens de geologen onherroepelijk in de richting van biologische activiteit. Van micro-organismen die op de zeebodem leven is bekend dat ze apatiet en kalk kunnen concentreren en uitscheiden.

Het team van onderzoekers stelde vervolgens de verhouding van de koolstofisotopen C en C in het gevonden materiaal vast. Die verhouding is een aanwijzing voor de oorsprong van het materiaal. Bij biologische processen wordt vooral gebruik gemaakt van het lichtere isotoop C, bij inorganische processen is dat juist C. Om de C/C-verhouding in de apatietkorrels te meten, ontwikkelden de geologen een speciale techniek. De standaardprocedure bleek namelijk te ongevoelig om die verhouding in de piepkleine apatietkorrels (10 m met daarin 10 picogram koolstof) te meten. De verhouding wees op een biologische oorsprong.

In een commentaarstuk op het artikel zet John Hayes van het Woods Hole Oceanographic Institution in Massachusetts nogal wat kantekeningen bij de vondsten. Het is de eerste keer dat er koolstofmetingen aan apatiet plaatsvinden, de gebruikte techniek daarvoor is nieuw en moet zijn waarde nog bewijzen. Bovendien bewogen de Itsaq sedimenten zich een miljard jaar na hun vorming naar beneden, de aardkorst in. Ze werden daar verwarmd tot 500 graden Celsius bij een druk van 5.000 atmosfeer. Hierdoor zou de C/C verhouding kunnen veranderen.

    • Marcel aan de Brugh