Zwakte en kracht van trouwe advocaat 'Chris'

In het luchtruim boven Addis Abeba brak de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, vorige maand het recordaantal afgelegde kilometers van zijn voorganger James Baker. De 71-jarige advocaat heeft sinds begin 1993 1,1 miljoen kilometer gevlogen. Dat record is niet alleen opmerkelijk omdat Christopher bij zijn aantreden had voorspeld niet veel te zullen reizen - hij heeft er een hekel aan en verkiest liever het gezelschap van zijn vrouw, Marie, thuis in hun woning aan het strand van Santa Barbara.

Zijn uiteindelijke actieradius is ook opmerkelijk omdat in 1994 zijn voortijdig aftreden nabij was, zozeer lagen hij en het Amerikaans buitenlands beleid onder vuur.

President Clinton kondigde gisteren “met veel spijt” Christophers ontslag aan en huldigde hem als een “vriend” en “staatsman” die “de afdruk van zijn hand op de geschiedenis heeft achtergelaten”. Christopher ambieerde geen tweede termijn en keert naar eigen zeggen na “vier prachtige jaren” definitief terug naar Californië. “Ik ben erg positief over waar ik nu sta”, zei de bewindsman gisteren. Hij zal nog aanblijven tot 20 januari, wanneer Clinton voor de tweede keer geïnaugureerd wordt.

Christophers staat van dienst ziet er bij zijn vertrek beter uit dan halverwege zijn bewindsperiode. Zijn teruggetrokken, bijna deemoedige persoonlijkheid en spichtige verschijning hebben er borg voor gestaan dat hij van meet af aan meer gekritiseerd zou worden dan bewonderd. De oud-onderminister van Buitenlandse Zaken uit de regering-Carter past niet in het rijtje voorgangers als Kissinger, Shultz en Baker, die een lange-termijnvisie hadden op de rol van Amerika in de wereld, die verder reikte dan hun eigen levensduur. Kissinger en Baker bespeelden ook op meesterlijke wijze de media door tijdens diners en cocktails informatie te lekken, die hen in een goed daglicht stelden.

Christopher bezat die gave niet en heeft geen tot de verbeelding sprekende toespraak gehouden over de plaats van de VS in de wereld. Hij is meer een jurist dan een wereldwijde strateeg. Hij had ook de pech dat zijn president de eerste twee jaar meer geïnteresseerd was in het binnenland en werd daarmee aanvankelijk de verpersoonlijking van een onduidelijk en wisselvallig buitenlands beleid, en het boegbeeld van gebrek aan Amerikaans leiderschap.

Christopher, die Clinton geholpen had bij de campagne en de samenstelling van zijn kabinet in 1992, kreeg in binnen- en buitenland veel kritiek wegens het uitblijven van een coherent Amerikaans beleid jegens Europa in het algemeen en jegens Bosnië in het bijzonder. Hij zette zelf de toon toen hij in het voorjaar van 1993 Europa slechts kwam consulteren over het Amerikaanse lift-and-strike-plan voor Bosnië, een vergeefse reis die een persoonlijk echec werd. Eind 1993 omschreef Christopher Europa als “een niet langer dominant gebied in de wereld” en ook Bosnië achtte hij in die tijd “niet van strategisch belang”.

Haalt Christopher de Kerst nog?, was de brandende vraag medio 1994 binnen de Amerikaanse regering, het Congres en in de media, na maandenlange geruchten over zijn aftreden en een nieuwe golf van kritiek. In december 1994 bood “Chris”, zoals naasten in de regering hem noemen, zelf in een gesprek met president Clinton aan af te treden - generaal buiten dienst Colin Powell was bij sommigen in het Witte Huis al in beeld als opvolger. Maar de minister besloot in overleg met Clinton toch te blijven.

Daarna keerde het tij langzaam en loodste Christopher zijn als wereldleider onervaren president alsnog tamelijk koersvast door de onzekere periode van internationale betrokkenheid na de Koude Oorlog. De Californiër mag dan geen gelouterde soundbite-leverancier zijn, achter de schermen was hij een invloedrijke adviseur van Clinton en een geduldige, vasthoudende internationale onderhandelaar.

Hij was tevens een manager die belangrijke beleidszaken delegeerde. Hij liet Dennis Ross veel onderhandelingswerk verrichten in het Midden-Oosten, Robert Galluci een nucleaire overeenkomst sluiten met Noord-Korea en Richard Holbrooke de hoofdrol spelen bij de totstandkoming van het vredesakkoord voor Bosnië. Toen het in Dayton toch fout dreigde af te lopen tussen de Balkan-leiders, zat Christopher ook zelf bijna 72 uur onafgebroken aan de onderhandelingstafel.

Zelf noemde hij gisteren als zijn belangrijkste verdiensten onder meer zijn inzet voor het onlangs tot stand gekomen kernstopverdrag, en de beslissingen van de Oekraïne en Kazachstan om afstand te doen van de nucleaire wapens die de vroegere Sovjet-Unie op hun gebied had gestald. De minister is voorts een behoedzame gangmaker achter de oostelijke uitbreiding van de NAVO. Christopher heeft altijd speciale aandacht geschonken aan het Midden-Oosten en mede Israel en de Palestijnen aangemoedigd tot een vredesakkoord. In een van zijn belangrijkste voornemens, het bereiken van een akkoord tussen Israel en Syrië, is hij echter niet geslaagd.

Amerikaanse commentatoren zijn nog verdeeld over de vraag of het ministerschap van Christopher een succes kan worden genoemd. Sommigen wijzen op de resultaten op Haïti, in Bosnië en bij de Mexicaanse peso-crisis. Anderen geloven dat de Amerikaanse buitenlandse politiek de chaotische eerste twee jaar van Clintons bewind nog niet helemaal te boven is, en wijzen op het isolement waarin de VS zich deze zomer bevonden na het bombardement op Iraakse doelen.

Ook wordt Christopher nog steeds een gebrek aan visie verweten. “Hij is altijd loyaal geweest aan Bill Clinton. Hij had geen eigen agenda, hij zag zichzelf als advocaat van de president”, zei Jim Hoagland, commentator van The Washington Post, gisteren op de Amerikaanse televisie. Vermoedelijk was dit zowel Christophers kracht als zwakte.

    • Robert van de Roer