Zelfs de huiskat gaat ervandoor

Kenzaburo Oë: Schreeuwen in de nacht. Uit het Japans vertaald door Jacques Westerhoven. Meulenhoff, 191 blz. ƒ 37,90

Wie leest er nog Sartre? Is Les jeux sont faits nog steeds een verplicht nummer op de leeslijst, nu Frans uit veel talenpakketten verdwenen is? Leeft het existentialisme nog, of zien we het vooral als een intellectueel modebeeld van de jaren vijftig?

Wie de roman Schreeuwen in de nacht (1962) van de Japanse auteur en Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë openslaat, stuit op een Sartre-citaat. De romanpersonages in deze roman lezen Sartre of hun leven er vanaf hangt - en dat doet het ook. Zowel de titel als de openingszin spellen met grote letters het existentialistische kernbegrip angst uit. Oë (1935) behoort tot die kleine groep van linkse Japanners die na de oorlog werden grootgebracht op cocktails van Sartre, Mao en James Dean; zijn afstudeerscriptie schreef hij over beeldgebruik in de romans van Sartre en in literair Japan maakte hij naam als nihilistisch auteur. Deze vroege roman, die net in een uitstekende Nederlandse vertaling is verschenen, draagt dan ook alle sporen van de existentialistische preoccupaties uit Oë's jeugd. Op de achterflap roept de uitgever triomfantelijk dat deze roman 'nu eindelijk' in het Nederlands voorhanden is, maar de vraag is of de potentiële koper dat ook onmiddellijk zo voelt.

En toch: wie Schreeuwen in de nacht na die eerste zin weer dichtslaat doet zichzelf tekort. Het gevaar is groot dat die eerste confrontatie de lezer het idee geeft dat de roman alleen voor moderne historici interessant is: een typisch boek voor de jaren vijftig en vroege jaren zestig, dat de hippe filosofische twijfels van die tijd vermengt met een flinke scheut Rebel without a cause. Deze roman biedt meer dan dat.

De plot is tijdloos genoeg. De voornaamste personages in deze korte roman zijn drie stuurloze jongeren. De een is het kind van een zwarte Amerikaan en een Japanse moeder, de ander een Koreaanse Japanner en de derde de naamloze verteller. Ze zijn in huis genomen door een Amerikaanse homoseksueel die regelmatig epilepsie-aanvallen heeft. Dit stel symboliseert alles wat geen aansluiting kan vinden met de maatschappij. Wat hen bij elkaar houdt, is de droom om met het geld van de Amerikaan een jacht te bouwen met de wat pathetische naam Les Amis waarmee zij weg zullen varen, de wereld rond, op zoek naar een plek waar zij thuis horen.

Dat moet wel misgaan. De drie jongens zijn niet in staat te verhinderen dat de Amerikaan door zijn misbruik van jonge jongens het land wordt uitgezet en moeten dan zonder diens geld hun droom zien te verwezenlijken. Ze geven hun pogingen al snel op, en het groepje valt uit elkaar. De half-zwarte jongen wordt tijdens een uit de hand gelopen verkleedpartij aangezien voor een vuurgevaarlijke soldaat en door de militaire politie van Yokohama doodgeschoten. De Koreaan koestert al lang de theorie dat hij een monster is. Om zichzelf te bewijzen vermoordt hij een schoolmeisje en belandt hij in de dodencel. De verteller vlucht naar Europa.

In Oë's wereld heeft de existentialistische gedachte dat de mens veroordeeld is tot absolute vrijheid al snel geleid tot de beschrijving van groteske situaties. Een mens mag dan verantwoordelijk zijn voor wat hij is en doet, maar hij weet niet wat het uiteindelijke resultaat van zijn daden zal zijn. De stap van deze betekenisloze verantwoordelijkheid naar absurdisme is een kleine en Oë heeft die stap al vroeg gemaakt. Schreeuwen in de nacht is dan ook op vele momenten een hilarisch-zwarte roman, een Trainspotting zonder heroïne. Oë schotelt ons een dolgedraaid mini-circus voor. De een heeft uren nodig om de badkamer schoon te krijgen na zijn dagelijkse gemasturbeer. Een ander heeft vele flessen goedkope drank nodig om te functioneren. Het drietal stort zich enthousiast maar niet bekwaam op de handel in oude radio's. Moeizame seks wordt voorafgegaan door omstandig getheoretiseer over relaties. En uiteindelijk laat iedereen elkaar in de steek. Zelfs de huiskat gaat ervandoor.

De moraal is natuurlijk dat onder alle recalcitrante somberheid een wanhopige zoektocht naar eigenheid schuilgaat. Maar deze moraal wordt gebracht met een fraaie mengeling van lichtvoetig sarcasme en oprechte wanhoop en dat maakt het boek een bescheiden maar geslaagde studie van onvermogen.

De auteur was zevenentwintig toen hij deze roman schreef. Nog steeds is het een heel jonge Oë die ons in Nederland wordt voorgeschoteld. Van de mildheid van zijn latere werk is in Schreeuwen in de nacht nog niets te bespeuren. Van zijn groteske grimlachjes om het menselijk tekort des te meer.

    • Ivo Smits