Verzekeraars laten blijdschap nieuwe WAO varen

ROTTERDAM, 8 NOV. De voorstellen voor een nieuwe WAO die deze week in de Tweede Kamer zijn besproken, leveren bij de Nederlandse verzekeraars weinig enthousiasme op. Van de door het kabinet zo vurig gewenste marktwerking komt in hun ogen niets meer terecht. Reden: de premies die de bedrijfsverenigingen kunnen vragen voor een WAO-verzekering zijn veel te laag. “Op deze manier komt er geen concurrentie”, zegt een woordvoerster van het Verbond van Verzekeraars.

Halverwege 1994 leek de situatie voor verzekeraars nog zo rooskleurig. De plannen van het paarse kabinet om zowel de Ziektewet als de WAO te privatiseren, openden voor de verzekeraars een potentiële miljardenmarkt. In de Ziektewet ging vorig jaar 11,4 miljard gulden om, in de AAW/WAO 23,7 miljard gulden. Het research-instituut Iris (Rabobank) voorspelde eind vorig jaar dat de geprivatiseerde Ziektewet de verzekeraars zeker 1 tot 1,5 miljard gulden extra omzet zou opleveren. Over de gevolgen van de WAO-herziening was Iris minder stellig, maar wel even positief. Ook de verzekeraars zelf lieten zich in interne publicaties enthousiast uit over de mogelijkheden van WAO-verzekeringen voor bedrijven.

Van dat optimisme is niet veel meer over. De oorspronkelijke voorstellen voor privatisering van de WAO zijn volgens de verzekeraars zo verwaterd, dat er voor de particuliere sector nauwelijks meer iets te verdienen valt. Zo moeten de verzekeraars eerst een reserve opbouwen, terwijl de bedrijfsverenigingen de uitkeringen direct mogen financieren uit de premie-inkomsten. Het opbouwen van een reserve betekent volgens de verzekeraars dat hun premies in ieder geval de eerste jaren een stuk hoger zullen liggen dan die van de bedrijfsverenigingen.

Een tweede tegenslag voor de verzekeraars was het besluit om de periode van privatisering te beperken tot vijf jaar. Werkgevers hoeven straks met hun WAO'ers niet meer aan te kloppen bij de bedrijfsvereniging: ze kunnen er voor kiezen om gedurende vijf jaar lang zelf het loon van arbeidsongeschikte werknemers door te betalen. In ruil daarvoor hoeven ze geen WAO-premie af te dragen. Wie dit een te groot risico vindt, kan de loondoorbetaling bij een particuliere verzekeraar onderbrengen. Slaagt de verzekeraar er niet om de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte weer aan het werk te krijgen, dan valt de werknemer na vijf jaar terug in de collectieve WAO-regeling en neemt de bedrijfsvereniging de verantwoordelijkheid weer over.

Het kabinet gaat ervan uit dat verzekeraars hard hun best zullen doen om arbeidsongeschikten weer aan het werk te krijgen, omdat de kosten van een langdurige uitkering direct op hun winstcijfers drukken. “Wij hebben natuurlijk een sterk financieel belang bij reïntegratie. De verzekeraar beperkt de schade, maar, en dat is veel belangrijker, hij maakt tegelijk een goede beurt bij de werkgever en hopelijk ook bij de werknemer”, zegt de woordvoerster van het Verbond van Verzekeraars. Dat belang wordt minder, erkent ze, als de uitkeringsperiode voor particuliere verzekeraars beperkt blijft tot vijf jaar. “Dat was dan ook niet ons idee.”

Vlak voordat het wetsvoorstel tot herziening van de WAO in de Tweede Kamer behandeld zou worden, kwamen de verzekeraars voor een derde nare verrassing te staan: de manier waarop het kabinet de WAO-premies voor bedrijfsverenigingen wilde vaststellen, week sterk af van de voorstellen die eerder door de verzekeraars van commentaar waren voorzien. Belangrijkste struikelblok voor de verzekeraars is de hoogte van de nu voorgestelde premies. Staatssecretaris De Grave wil een gemiddelde premie van 1,66 procent. Een bedrijf met veel arbeidsongeschikten betaalt in zijn voorstel maximaal een premie van 8,3 procent (1,66 procent plus vier keer het gemiddelde) en minimaal 1,66 procent. Voor kleine ondernemingen (minder dan 15 werknemers) geldt een maximumpremie van 6,64 procent en een minimumpremie van 3,11 procent.

Volgens het Verbond van Verzekeraars is met deze tarieven geen concurrentie te voeren. Op basis van eigen berekeningen komen de verzekeraars tot de conclusie dat de gemiddelde premie geen 1,66 maar 3,08 procent zou moeten bedragen. Zij beschuldigen het kabinet ervan veel te optimistisch te zijn over de daling van het aantal arbeidsongeschikten. Op basis van recente onderzoeken van onder andere het College Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) blijkt volgens de verzekeraars dat rekening moet worden gehouden met een veel kleinere daling.

Dat de overheid straks de premies zal moeten verhogen omdat blijkt dat de inkomsten de uitgaven niet dekken, staat voor verzekeraars als een paal boven water. “Maar de overheid kan besluiten om van het ene op het andere moment hogere WAO-premies in te voeren. Als wij dat doen, valt iedereen over ons heen”, aldus de woordvoerster van het Verbond van Verzekeraars.

    • Marcella Breedeveld