Uitgebuit en geterroriseerd ten onder

Giorgio Bassani: De gouden bril. Vertaald uit het italiaans door Tineke van Dijk. Meulenhoff, 128 blz. ƒ 19,90

Op het eerste gezicht lijken de romans en verhalen van Giorgio Bassani meer het werk van een chroniqueur dan dat van een romancier. Hij beschrijft historische gebeurtenissen waarvan hij zelf getuige is geweest of waaraan hij zelf heeft deelgenomen. In feite gaat het bij hem altijd over de periode van het fascistische bewind, en dan met name over de repercussies daarvan op de Italiaanse joden. Het geografische kader waarbinnen hij zich beweegt, is steevast dat van de stad Ferrara met zijn straten en tuinen, zijn stadsmuur en kasteel, zijn domplein en getto. De vele verwijzingen naar deze stedelijke oriëntatiepunten dragen in hoge mate bij aan het werkelijkheidsgehalte van zijn boeken.

Maar hoezeer Bassani's vertelkunst ook wortelt in de lokale realiteit, het is en blijft literatuur. De evenwichtige compositie, de ontleding van de karakters, de melancholische sfeertekening, de transparante stijl, het zijn stuk voor stuk eigenschappen die zijn werk boven het genre van de stadskroniek uittillen. Bovendien is er dan nog het element van de herinnering, het weemoedig ophalen van het verleden, dat aan zijn schrijftrant een warme en persoonlijke toets verleent.

Dit alles is ook van toepassing op Bassani's nu vertaalde korte roman De gouden bril. De hoofdpersoon van dit boek, een zekere dokter Fadigati, is een succesvol kno-arts uit Ferrara. Hij is een beminnelijk en erudiet man die alom waardering ondervindt, niet alleen bij de joodse gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt, maar ook bij de rest van de bevolking. Er komt echter een kink in de kabel als men er achter komt dat hij homoseksueel is. Vanaf dat moment begint zijn leven een neerwaartse curve te vertonen.

Hij knoopt een gepassioneerde vriendschap aan met de 'student' Eraldo Deliliers, die hem op alle mogelijke manieren terroriseert en uitbuit. De situatie waarin hij verzeild raakt verergert nog, wanneer Mussolini zijn antisemitische rassenwet uitvaardigt. Met het brandmerk van de homoseksualiteit op zijn voorhoofd en de hetze tegen de joden in zijn rug, voelt dokter Fadigati de grond langzaam onder zijn voeten wegzinken. Hij ziet de wachtkamer van zijn privé-kliniek leger en leger worden en krijgt tot overmaat van ramp ook nog ontslag als arts aan het ziekenhuis. De trieste vereenzaming waaraan hij ten gevolge van deze ontwikkelingen ten prooi valt, leidt uiteindelijk tot zijn ondergang.

    • Frans van Dooren