Schoften zijn mijn helden; Gesprek met toneelschrijver Erik-Ward Geerlings

Een drama maken 'waarin de personages elkaar het leven zo zuur maken dat de melk op het fornuis ervan schift', is het ideaal van Erik-Ward Geerlings. De 32-jarige Rotterdammer kan al terugkijken op een loopbaan als acteur, regisseur en schrijver. Zijn nieuwe stuk heet Heden toekomstmuziek en gaat over Wagner en Nietzsche en over de warboel die liefde heet.

Heden toekomstmuziek. O.T. Theater aan de Müllerpier, St. Jobsweg 3, Rotterdam. 11 nov t/m 16 dec. Inl. en res. 010-4769029.

“De kostuums zijn er!” Alle acteurs en actrices die in het theater van het Onafhankelijk Toneel op de repetitie wachten rennen naar de dozen uit Engeland. De gewone kleren gaan uit, de toneelkleren aan: een roomgele jurk met ruches, een driedelig ravenzwart pak, een huismantel waarvan de zoom statig over de grond sleept. Slonzige tijdgenoten veranderen in dames en heren uit de vorige eeuw. De heer in die prachtige huisjas, fluistert regisseur Mirjam Koen, dat is de componist Richard Wagner. De jongeman met die gesoigneerde snor is niemand minder dan de filosoof Friedrich Nietzsche. En de vrouw aan de piano, dat is Cosima.

Nietzsche en Wagner en diens minnares en latere echtgenote Cosima waren door een ingewikkelde vriendschap met elkaar verbonden. Schrijver Erik-Ward Geerlings maakt het nog wat ingewikkelder. In zijn toneelstuk Heden toekomstmuziek slaan de ambities en idealen en meer nog de gektes en begeertes van de hoofdpersonen de vriendschap danig uit het lood. Het is voor het eerst dat de 32-jarige Rotterdamse theaterman een stuk uit handen geeft; hij regisseerde zijn werk altijd zelf. Ook met andermans teksten ging hij trouwens wild tekeer. Nu kijkt hij mak als een schaap naar de deelrepetitie.

Scène veertien: Cosima (actrice Joke Tjalsma) grijpt zich vast aan de vleugel. Naar adem happend drinkt zij de liefdesverklaring in die Nietzsche (Ferdi Janssen) over haar uitstort. Als Nietzsche klaar is met zijn betoog wijst zij hem trillend doch resoluut af. Mirjam Koen, die geen melodramatische toestanden wil, roept er luid doorheen: 'Rustig, rustig!' en: 'Hou het eenvoudig, gewoon!'

Hoe 'gewoon' moet Heden toekomstmuziek worden gespeeld? In elk geval niet zo gewoontjes (en hopelijk weet Koen dit ook) dat de typische Geerlings-humor verdwijnt. In vrijwel iedere zin zit een grap - ook al sprankelt de tekst in het begin aanzienlijk meer dan aan het einde, toen de schrijver blijkbaar last van vermoeidheidsverschijnselen kreeg. Geerlings legt zijn personages een merkwaardig Oudnederlands in de mond, vol alliteraties en pseudo-Germaanse grammaticale constructies.

'Ik hoop dat u mijn ongevraagde klop op uw salon niet euvel duidt', mompelt Nietzsche, die in het drama Fritzsche heet, bedeesd tegen Richard Wagner. Waarop de Meister welwillend antwoordt: 'U bent welkom zeer'. Men drinkt bij Geerlings een laars, bier is een lafenis en het lot draait de mensen een loer. Alledaagse gezegden krijgen een vreemde draai. 'Dit gaf de doorslag van belang', zegt men, of: 'Buig je neerslachtigheid naar boven om', en ook wel: 'De toekomst is nog maar net op gang.'

Baldadig

De woorden van de figuren in Heden toekomstmuziek hangen als tekstballonnetjes boven hun hoofd, en voor acteurs is het gevaar niet denkbeeldig in meligheid te vervallen. Geerlings' eigen regies deden nogal eens denken aan baldadig scholierentoneel. Rosmersholm van Ibsen, bij Fact uitgebracht, liet hij spelen aan de hand van een krakerige negentiende-eeuwse vertaling. In Elektra & Orestes, opgevoerd in de grote zaal van de respectabele Rotterdamse Schouwburg, maakten zijn grappen en grollen een deel van de critici razend: zo noemde iemand deze theateravond 'een walgelijke banaliteit'.

Inderdaad ging Geerlings toen, in januari 1996, niet al te fijnzinnig met de tragedies van Euripides om. In zijn bewerking moest het koningskind Elektra een caravan delen met een vieze oude geitenneuker, en dat laatste kregen we letterlijk te zien, ook al was de geit van pluche en het mannelijk lid van plastic. Schokkend vond ik de scène waarin Elektra haar vaders moordenaar castreerde. Toch was Elektra & Orestes meer dan de som van een reeks vulgariteiten: de voorstelling zette je serieus aan het denken en barstte van de ideeën.

Maar nog het onbekommerdst liet regisseur Geerlings zich gaan in de door hemzelf geschreven stukken. Hoofdpersoon in Schoner wonen (1992) was de jonge Bertolt Brecht, hier reeds, nog vóór het geruchtmakende boek over hem van John Fuegi, een onbeschaamde plagiator en vrouwenmisbruiker. Die manische en o zo charmante Bert Brecht was Erik-Ward Geerlings zelf. Hij was het die de hoofdrol vertolkte en de show stal met zijn priemende oogjes. Ook in Siegfreud! (1993) speelde Geerlings mee, en weer kon je lachen bij de paniekscènes waarvan hij zijn handelsmerk had gemaakt. Siegfreud! was een bijtende tragikomedie over de dokters Freud en Jung en hun knettergekke maar knappe patiënte Sabina Spielrein.

De titel van Het hol van de eeuw (1995) verwees naar de zogenaamde Führerbunker, waar de trouwste handlangers van Hitler de definitieve ondergang van het Derde Rijk afwachtten. We zagen hoe Joseph Goebbels vanachter Hitlers bureau telefonisch vreemdging en hoe zijn getourmenteerde vrouw Magda hun gezamenlijke zelfmoord voorbereidde. Maar nu regisseert Geerlings dus niet zelf, en na afloop van de repetitie legt hij uit waaróm niet: “In eerdere projecten heeft het me wel parten gespeeld dat ik geen enkele afstand tot het geschrevene had.” Bovendien heeft hij het stuk niet uit zichzelf geschreven maar in opdracht van Mirjam Koen en het Onafhankelijk Toneel. Dat er onder leiding van Koen zo ingetogen gespeeld werd, kan hij wel billijken: “Het ging immers om een dieptepsychologische scène waarin bij Cosima wat zelfkennis opborrelt over schuldgevoelens en dergelijke. Een Ibsen-achtige scène, zoals het hele stuk Ibsen-achtig is. Met onthullingen in ieder geval.”

Brecht, Jung, Goebbels, Wagner. Geerlings geeft toe dat deze mannen in zijn drama's schoften zijn die hun omgeving tiranniseren en over de tere gevoelens van anderen heenwalsen. “Maar toch”, zegt hij met een licht Rotterdams accent, “kan ik voor die gasten wel een beetje sympathie opbrengen. Het staat voor mij buiten kijf dat Wagner een geweldige klankkunstenaar was. Hij heeft zijn talenten ontwikkeld ten koste van alles en iedereen, maar we moeten niet vergeten dat de mensen om hem heen, zoals Cosima en Nietzsche, zich vrijwillig aan hem onderwierpen. Dus je kunt niet simpelweg zeggen: 'Wagner was zo'n schoft en alle anderen hebben daaronder geleden.' ”

Goebbels

Erik-Ward Geerlings benijdt Wagner, Brecht, Jung en Joseph Goebbels omdat zìj in zijn werk niet schipperen, omdat zij recht op hun ideaal afgaan. “Het zijn pioniers, helden die op hun vakgebied iets nieuws bedenken. Ook Goebbels, ongeacht wat je verder van hem vindt, is een geniale figuur die voor het theater prachtige dingen bedacht heeft. Al die propagandastunts, wat nu reclame heet, daar heeft hij baanbrekend werk voor verricht.” Geerlings zelf is daarentegen wel een schipperaar. “Ik ben een slappe democratische lul, een veel te vriendelijk ventje, constant bereid tot compromissen. Eigenlijk wil ik alleen maar werken, werken, werken - maar dan herinner ik me weer dat ik toch voor de mensen moet zorgen.”

Voor de baby bijvoorbeeld die hij samen met een vriendin heeft gekregen. Brecht en Wagner verwekten buitenechtelijk kroost en nu heeft Geerlings hetzelfde gedaan. Is die overeenkomst puur toeval of niet? “Bij mijn vriendin bij wie ik het kind heb en mij zit het zo: zij had een vriend erbij, ik een vriendin, en dat hebben we op die manier jarenlang volgehouden. Ons kindje was de doodsteek voor de verhouding van mijn vriendin met haar andere vriend en voor mijn verhouding met mijn andere allerliefste vriendin. Het gekke is dat ik het leven van mijn ouders herhaald heb: ook mijn vader had naast zijn vrouw een vriendin en dat maakte mijn moeder nogal hysterisch. Ik zou er dus wel op los willen leven als Brecht, maar die verschrikkelijke schuldgevoelens zijn bij mij te stevig uitgezaaid.” Zijn situatie lijkt, vindt hij, op die van Wagner en Cosima.

“Zij was nog getrouwd met de dirigent Hans von Bülow toen ze van Wagner zwanger werd; het was een heel gedoe om haar gescheiden te krijgen. En toen ze eenmaal met Wagner getrouwd was, werd Nietzsche verliefd op haar. Die warboel van menselijke relaties ken ik maar al te goed. Ook mijn liefdesdrama voltrok zich in een vriendenclubje.”

Heel wat scènes in de drie vorige door Geerlings geschreven en geregisseerde stukken speelden zich op en rond een divan af, symbool van de liefde èn van de psychoanalyse. Zelf gaat de auteur als de nood hoog is liever naar een psychiater dan naar zo'n jarenlang graaf- en spitwerk aan de patiënt verrichtende analyticus. “De psychoanalyse is vooral heel actueel en fris als léésmethode. Net als Nietzsche heeft Freud een fundamenteel wantrouwen jegens het doen en laten van mensen. Ook achter grootse daden, zoals het schrijven van een meesterwerk, zit vaak een enorme frustratie. De utopieën waarmee mijn helden beroemd zijn geworden, worden bij mij door henzelf bevuild.”

Nietzsche is de enige echt sympathieke man in Heden toekomstmuziek. “Hij is de tragische figuur. Hij is zo hulpeloos, zo afhankelijk. Eerst van Wagner en dan van Cosima en Lou Andreas-Salomé, en dan van zijn zus Elisabeth. Wat ook allemaal een beetje door elkaar heen loopt. Pijnlijk is zijn wil om zich te bevrijden, om de anderen de baas te worden, terwijl hij in feite toch alleen de rol van masochist kan spelen.” De schrijver van Heden toekomstmuziek noemt dit een 'redelijk mild' stuk. “Het is mijn ideaal om eens een drama te maken waarin de personages elkaar het leven zo zuur maken dat de melk op het fornuis ervan schift. Tot nu toe ben ik te braaf geweest. Ja, ook met Elektra & Orestes. Er zaten misschien wel schokkende beelden in mijn bewerking, maar ik had nog vaker expliciet kunnen zijn. Als je niet expliciet durft te zijn is dat een excuus om niets te hoeven zeggen.”

Hoewel Erik-Ward Geerlings pas 32 is, kun je hem amper van het etiket 'jonge theatermaker' voorzien. Daarvoor draait hij al te lang in het wereldje mee. Op z'n elfde was hij reeds souffleur, inspiciënt of figurant in door zijn ouders georganiseerde voorstellingen. Zijn moeder gaf improvisatielessen en zijn vader Eddy Geerlings, theatercriticus bij het Algemeen Dagblad, is een bevlogen regisseur in het amateurcircuit. Rond z'n twintigste richtte de zoon samen met Henry van Zanten het Krochttheater op. “Elke zondagmiddag speelden we een toneelklassieker, iedere week een andere. Uit te voeren binnen de tijdsspanne van een kwartier. Ik maakte de bewerkingen: een leerzame bezigheid.”

Een paar weken geleden is hij in Bayreuth, de stad van Wagner, wezen kijken. “Prachtig vond ik het om in zo'n verschrikkelijke Stube te eten. Die combinatie van over je nek gaan en smullen, dáár houd ik nou van.”

    • Anneriek de Jong