Rwandezen steken gauw over in Brusselse wijk

BRUSSEL, 8 NOV. Terwijl de Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking gisteren vergaderden over noodhulp aan de vluchtelingen rond het Kivu-Meer in Oost-Zaïre, was de crisis in het Middenafrikaanse land ook elders in Brussel onderwerp van - veel informelere - gesprekken.

Pal aan de Europese wijk waar de ministers voor spoedberaad bijeen waren, grenst de Afrikaanse buurt Matonge, ook wel Klein-Zaïre genoemd. Hier komen de ongeveer achtduizend Zaïrezen die in Brussel wonen om er pruiken en Clear touch-crème te kopen ('verzacht en verbleekt de huid') of om makayabu (gezouten vis) te eten in restaurantjes als Chez Mama Ekila. De crisis in Zaïre is in Matonge het gesprek van de dag. “We betalen nu voor dertig jaar slechte politiek”, betoogt Guy Tshimanga. De 21-jarige student, gekleed in glimmend trainingspak, zit met vrienden in de muziekwinkel Di Zoïzo Production en bespreekt de situatie in zijn geboorteland. Vooral president Mobutu moet het ontgelden. “Hij heeft deze crisis zelf opgezet”, vermoedt Tshimanga. “Om populariteit te winnen als hij die straks vlak voor de verkiezingen kan oplossen.” Zijn vader is momenteel in Zaïre, maar Tshimanga maakt zich niet ongerust. “Hij is ver van de vijandelijkheden.” Zorgen maakt hij zich wel om een nicht die in het Kivu-gebied moet zijn, en van wie niets meer is gehoord.

Van spanning met Rwandezen, die in Oost-Zaïre Tutsi-rebellen zouden steunen, is volgens Tshimanga en zijn vrienden in Matonge geen sprake. “Maar Rwandezen schrikken wel, als je ze op straat tegenkomt. Ze steken snel over, uit angst dat je ze iets doet.” Tshimanga voelt geen enkele vijandigheid ten aanzien van Rwandezen, die in de wijk een minderheid vormen. “Rwanda is trouwens maar klein en kan toch niks tegen ons beginnen.” Hoe ze Rwandezen herkennen? “Ze zijn langer en hebben een spitsere neus.”

De eigenaar van de muziekwinkel, Alain Di Zoïzo, praat liever niet over politiek. Hij wil alleen kwijt dat in zijn winkel zowel Zaïrezen als Rwandezen komen om muziek te kopen van Papa Wemba (Zaïrees) of Kayi Ranga (Rwandees). Hij is hoofdredacteur van de gratis buurtkrant Matonge News. Maar ook hierin geen woord over de toestand in Zaïre. “Ik hoop de mensen te verenigen door cultuur”, zegt hij.

Pagina 4: 'Ik ga niet terug, Afrika is één en al misère'

Alain Di Zoïzo praat zelf weliswaar niet over politiek, maar dat weerhoudt zijn klanten niet van verhitte verhandelingen daarover. Dat de ministers van de Europese Unie vergaderen over humanitaire hulp aan hun land, wisten ze niet. Tshimanga vindt het een goed idee. “Alhoewel, we moeten eerst zelf zorgen dat de aanvoerroutes worden vrijgemaakt.”

Ook Daniel, een Zaïrees die zich met pet en shawl tegen de Brusselse kou beschermt, hoopt dat de internationale gemeenschap zijn land humanitaire steun geeft. Maar het sturen van een internationale troepenmacht, waar de Europese ministers gisteren op aandrongen, vindt hij geen goed idee. “Dan vallen er nog meer doden.” Met zijn vriend Jean-Louis, staat Daniel met plastic tassen vol te verkopen kleding in de Galerij van Elsene, een overdekt winkelcentrum dat het hart van Matonge vormt. Daniel en Jean-Louis kwamen enkele jaren geleden naar België en verblijven er illegaal. Teruggaan naar Zaïre willen ze niet. “Afrika is één en al misère.” In een van de vele winkeltjes in Matonge waar felgekleurde stoffen (Super wax, printend in Holland) worden verkocht, staat Donat achter de toonbank. Gouden armbanden en haren die glimmen van de gel. Wat hij vindt van de toestand in Zaïre? “Dat ze om de tafel gaan zitten en zorgen dat er vrede komt.” Donat is voorstander van een internationale interventiemacht. “De operatie Turquoise (de Franse interventie in Rwanda in 1994, red.) heeft immers ook gewerkt.” Hoewel hij nog nooit in Zaïre is geweest, volgt hij de situatie in het land van zijn ouders op de voet. Via de radio, kranten en gesprekken met zijn klanten. “Ook met Rwandezen. De crisis is niet hun schuld, maar die van politici.”

    • Birgit Donker