Roman Doeschka Meijsing; Het einde van een vriendenkring

Doeschka Meijsing: De weg naar Caviano. Querido. 190 blz. ƒ 34,90

Wat is het dat een groepje vrienden bijeen houdt? In Doeschka Meijsings nieuwe roman De weg naar Caviano blijken het vooral de herinneringen te zijn. Tussen vrienden ontstaat een gedeelde geschiedenis die, los van de oorsprong, een eigen leven gaat leiden. Vriendschap berust op een onuitgesproken evenwicht dat heden en verleden in zich verenigt. Maar de roman laat ook zien dat het om een zeer breekbaar evenwicht gaat. Herinnering alléén is niet genoeg, er moet iets bijkomen. In de vriendenclub die Meijsing beschrijft, is dat de collectieve affectie voor de toneelspeelster Kate, 'lieve Kate van wie iedereen wel moest houden, of je het wilde of niet'.

Drie zomerse weken hebben de zeven vrienden (inclusief de hond van een van hen) doorgebracht in Caviano, aan de rand van het Lagio Maggiore, nog net in Zwitserland, maar met zicht op 'de schavuitachtige en speelse kracht van het zuiden'. Iets daarvan dringt ook door tot de Nederlandse vrienden met hun problematische verliefdheden. De organisatiedeskundige Mourits is gescheiden van Elisa, maar houdt nog steeds van haar. Kate is - vergeefs - verliefd op Elisa, Elisa op Jona, de hoofdpersoon van Meijsings roman De beproeving uit 1990. Philippus, een oud-leraar geschiedenis, ontwaakt uit zijn brommerige sluimer, zodra hij Kate voor het eerst in het oog krijgt. Mar, Tijl en de hond worden intussen vooral door zichzelf in beslag genomen.

Een galante eigentijdse comedy of errors, met niet toevallig een toneelspeelster in het centrum: zoiets had het kunnen worden en wordt het ook wel een beetje, in de eerste helft van het boek. Maar de komedie raakt verstoord als de door iedereen beminde Kate op een ochtend in de bergen verdwijnt om nooit meer terug te keren - behalve in de herinnering.

Haar lichaam is nooit teruggevonden en in ontreddering gaan de vrienden naar huis. Vijf jaar later worden zij opnieuw naar Caviano genood door de geheimzinnige achtste vriend, een naamloze schrijver, die ten tweede male zijn huis ter beschikking stelt, ditmaal om gezamenlijk Kate's vijftigste verjaardag te gedenken. Het blijkt een laatste opflakkering van de vriendschap te zijn. Zonder Kate valt het gezelschap op pijnlijke wijze uit elkaar.

De weg naar Caviano is een roman met klassieke trekken. De zeven vrienden worden uit hun gewone doen gehaald en op een afgezonderde plek (een 'Hortus Conclusus' heet het zelfs ergens) bijeengebracht. Zo weet Meijsing hun onderlinge relaties geconcentreerd in beeld te brengen. Het is een truc die vaker is toegepast, maar dank zij de subtiliteit waarmee zij haar personages weet te portretteren werkt hij hier wederom. Een sfeervol tableau de la troupe ontstaat, dat de broosheid van het evenwicht tussen de vrienden goed laat doorschemeren. En dat, tijdens het tweede verblijf, aannemelijk maakt dat zonder de geliefde Kate het cement uit de vriendschap is verdwenen, zoals blijkt uit het al te openhartige slotgesprek, waarin de verwijten over en weer vliegen.

Een schaduw van melancholie hangt over deze roman, zoals het betaamt bij een relaas waarin de herinnering zo'n dominante plaats inneemt. De melancholie past ook bij de leeftijd van de personages. Allen bevinden zich op het keerpunt, wanneer de illusie van eeuwigheid voorbij is en het einde zich in de verte aankondigt. Op deze leeftijd, rond de vijftig, wordt de rekening van het leven opgemaakt.

Alleen de liefde voor Kate had de illusie nog in stand gehouden: 'Ze zijn halverwege op de klok van de eeuwigheid gaan zitten in plaats van door te lopen. Alsof ze door de wijzers gedragen zouden worden. Wie had hun dat beloofd? Niet ik. Kate was de inzet. Precies zoals ik had bedacht. Het is niet gemakkelijk, iemand uit je vriendenkring te moeten missen. Zeker niet als het plotseling gebeurt, op een onbewaakte ochtend waarop je je zo dicht bij de wonderen van de schepping waant dat je bijna gaat huilen van geluk.'

De woorden zijn afkomstig van de schrijver, die zo zijn eigen bedoelingen heeft met de reünie. In feite is hij het die deze roman schrijft. Daarom heeft hij de vrienden ook uitgenodigd, in elk geval voor de tweede keer. Zij vormen zijn personages, zij beschouwen hem als een hinderlijke 'voyeur', op wie niemand greep krijgt. Hij beschrijft de vrienden om hen uit zijn herinnering te kunnen bannen. Maar tegelijkertijd wordt iets anders voor altijd bewaard, en wel zijn liefde voor de verdwenen Kate, met wie hij van jongs af aan bevriend is geweest.

Als kind heeft hij zich voorgenomen zijn gelukkige momenten vast te houden. Hier cirkelen al die momenten om Kate. De roman is zijn in memoriam voor de verongelukte vriendin. Via de omweg langs de vrienden laat hij háár herinnering oplichten, want hun malaise na haar dood is het beste bewijs van haar onmisbaarheid - ook voor hemzelf. Haar dood op een van 'haar gelukkigste momenten' - zoals alleen de schrijver weet, want hij heeft haar het laatst gezien - fungeert als het contrapunt voor hun gevoelens van schaamte, spijt en onbehagen achteraf.

De lezer beziet de anderen door zíjn blik. Het is zijn inzicht (hij heeft het 'bedacht') dat Kate haar vriendenkring tot een geheel maakte, een geheel dat tijdens het funeste slotgesprek jammerlijk in duigen valt. 'Mar heeft iets van Philippus afgenomen, Jona iets van Elisa, Elisa iets van Kate. Mourits heeft het opgegeven en Tijl heeft het nakijken, een mooi stelletje', moet de schrijver concluderen. Zichzelf kan hij - als de verborgen regisseur van de beide bijeenkomsten - hoogstens verwijten geen 'God' te zijn geweest.

Met dit idee, inherent aan de klassieke roman à la Hermans, breekt Doeschka Meijsing in De weg naar Caviano, terwijl de suggestie van alwetendheid niettemin voortdurend wordt gewekt. Het geeft het in memoriam van de schrijver een extra betekenis. De literatuur kan de wereld niet beter maken dan deze is; tegenover de liefde en de hoop kan zij alleen het onvermijdelijke falen tonen, de eindigheid die we buiten de literatuur liever niet te vaak tot ons laten doordringen.

Meijsing heeft soms de neiging deze waarheid iets te duidelijk uit te spreken, hetgeen dan leidt tot frasen als: 'Het lot is hard en hard voor iedereen op een eigen wijze' of 'Iedereen is het speeltuig van goden met een boosaardige inborst en een hang naar hilarisch resultaat'. Gelukkig staan daar tal van andere passages tegenover, zonder scheurkalenderwijsheid, die getuigen van een verfijnd psychologisch inzicht en een verrassend gevoel voor humor. Bijvoorbeeld de passage waarin de hond van Mar zich mag introduceren met de woorden: 'Joep is de naam. Ik ben een angstige waakhond en het leven valt mij zwaar.'

Het resultaat is een innemend mengsel van tragiek en lichtvoetigheid, dat tussen de regels door een mooie hommage brengt aan Italo Calvino, de schrijver van wie Meijsing naar eigen zeggen zowel de titel van haar roman (een variatie op Calvino's De weg naar San Giovanni) als het thema van de herinnering heeft geleend. Literatuur leidt tot literatuur, maar dat hoeft - zoals hier - het ontstaan van een onvervreemdbaar eigen wereld op papier niet in de weg te staan.

Uit: Doeschka Meijsing: De weg naar Caviano Ik schoof uit mijn slaapzak en hees me in broek en trui, trok mijn schoenen aan en liep naar het eind van het vlakke stuk waarop onze tenten stonden als eenzame nomadenhutten. De wereld leek van goud, de lucht was ijl, het meer lag als gedroomd ijs in de diepte. Twintig meter beneden me op het pad liep Kate, welgemoed, zonder rugzak. Ik riep haar naam en ze keek om. 'Ik ga naar Elisa', riep ze. 'Ze moet dit zien, Elisa, ik help haar naar boven'.

    • Arnold Heumakers