Pauzes van Haydn blijven verrassen

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Kurt Sanderling. Programma: J. Haydn: Symfonie nr 39; A. Bruckner: Derde symfonie. Gehoord: 6/11 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 8/11. Radio: 23/11, 14u Avro Radio 4.

Het Koninklijk Concertgebouworkest speelt de Symfonie nr 39 van Haydn voor het eerst in het 108-jarig bestaan, Kurt Sanderling (84) dirigeert uit het hoofd en al na een enkele maat in het Allegro assai stokt de muziek. Verderop zal het stuk nog vele malen stilvallen.

Haydn lijkt het werk geschreven te hebben voor deze situatie: telkens weer verrassen, het publiek op het verkeerde been zetten, de dommelaars doen opschrikken, zoals in de Symfonie met de paukenslag, of vorst Esterházy duidelijk maken dat het welletjes is geweest, zoals in de Abschiedssymphonie, waarin de musici een voor een het podium verlaten.

Hoewel we nu bedacht zijn op deze effecten, blijven ze boeiend en onderhoudend. Sanderling speelt er heel subtiel mee, door het kiezen van het moment van de herstart ietwat spanning mee te geven. Maar hij maakt er niet het hoofdpunt van. Er is evenveel nauwgezette aandacht voor Haydns andere retorische middelen: de dynamische afwisseling van zacht en hard, bovendien nog behoedzaam in sterkte gevarieerd, en de proportionering van crescendi en diminuendi. Maar soms ook van de volstrekte afwezigheid daarvan, zodat sommige passages eindeloos en stilstaand lijken.

Zo'n Haydn, blijkt na de pauze, is een les in luisteren naar Bruckners Derde symfonie, eveneens uit het hoofd gedirigeerd. De hele symfonie lijkt wel terug te voeren op Haydn en is - zeker in de versie-Sanderling - een enorme uitvergroting en verdichting van de barok-klassieke stijl van Haydn, die destijds even opzienbarend was als Bruckner was in zijn tijd.

Ook Bruckner valt telkens stil in spannende generale pauze's, de blokken muziek contrasteren in dynamiek, monotone passages worden niet extra opgesierd, crescendi hoeven bij Sanderling geen maximaal volume te krijgen om indruk te maken. Jammer dat Haydn-bewonderaar Brahms niet in de zaal was. Hij vond Bruckner een zwendelaar en achtte zijn werken niet eens 'symfonieën', hoewel Bruckner zich houdt aan Haydns vierdelige vorm met een Ländler in het derde deel.

Sanderling brengt deze Bruckner met veelal bedachtzame tempi in de breedte. Hij kijkt niet met oogkleppen op over het stuk heen naar het slot, maar ziet ongehaast wandelend om zich heen en lijkt soms in gedachten stil te staan. Niet de voortgang naar het einddoel interesseert hem, maar het ondertussen om zich heen kijken en genieten en zich laten verrassen door het muzikale landschap. Zijn Bruckner klinkt veelal in wonderlijke lichtheid en opgeblinkte helderheid. Deze Derde symfonie is bij Sanderling als een majestueus orgel: een donkere kas met allerlei pijpwerk, glanzend, blikkerend en stralend.