Oorlog in Afrika plaatst Heineken voor dilemma

AMSTERDAM, 8 NOV. Het oorlogsgeweld in Zaïre, Burundi en Rwanda ontziet niemand. Brouwer Heineken legde in september de verkoop van bier op het platteland in het verscheurde Burundi stil nadat vier van zijn chauffeurs waren vermoord. Honderden Heineken-werknemers sloegen de afgelopen weken op de vlucht, er werd gestolen uit brouwerijen en depots en in Burundi moet Heineken binnenkort de brouwerij stilleggen als gevolg van een internationaal embargo.

Gelukkig zijn er sinds het incident in Burundi voorzover bekend geen slachtoffers meer gevallen onder het Heineken-personeel, vertelde gisteren J.L.M. Homé, de Franse directeur Afrika/Midden-Oosten van Heineken.

Homé gaf in Amsterdam een toelichting op de positie van Heineken in het oorlogsgebied en de morele dilemma's waarvoor het internationale concern zich gesteld ziet. Het Nederlandse concern is een van de meest prominente multinationals die in het oorlogsgebied actief zijn.

De omvangrijke activiteiten van Heineken in Afrika concentreren zich in het grensgebied tussen Zaïre, Burundi en Rwanda, waar moordpartijen door strijdende groepen nu aan de orde van de dag zijn. Heineken heeft daar zes bierbrouwerijen en verscheidene depots. Alleen al bij de Burundese en Rwandese bedrijven werken 2.500 mensen.

De aanwezigheid van Heineken is voor de economieën van Rwanda, Burundi en Zaïre van groot belang. De accijnsheffing is een belangrijke inkomstenbron in deze landen. Het Amerikaanse persbureau Associated Press (AP) schatte recentelijk dat Heineken goed is voor 40 procent van de belastinginkomsten van de regering van Burundi. Homé kon dat percentage niet bevestigen, maar beaamde dat Heineken een grote belastingbetaler is.

De morele aspecten van de aanwezigheid van olieconcern Shell in het repressieve Nigeria en de activiteiten van Heineken en andere Westerse concerns in het dictatoriale Birma waren eerder dit jaar belangrijk nieuws. In de ogen van actiegroepen en andere critici begaan deze bedrijven een zonde door te investeren in landen met dubieuze regimes, die daardoor in het zadel kunnen blijven zitten.

Heineken en andere bedrijven pareren die kritiek steeds door te stellen dat minder scrupuleuze ondernemers na hun vertrek onmiddellijk de opengevallen plaats zouden innemen. Bovendien leiden investeringen op de langere termijn eerder tot verbetering dan verslechtering van het lot van de totale bevolking, zo betogen zij.

De belangen van Heineken in Afrika, waar het concern al sedert 1932 aanwezig is, zijn groot. Het bedrijf produceert er circa 800 miljoen hectoliter bier per jaar, 13 procent van zijn wereldwijde produktie. Daarnaast bottelt het concern ook nog eens jaarlijks 1,5 miljard hectoliter frisdranken. En Heineken heeft te maken met rivalen als South African Breweries, het Ierse Guinness en het Franse BGI met ambities op de Afrikaanse markt. Als Heineken vertrekt, zal de concurrentie de onstane ruimte graag vullen.

Als grote belastingbetaler in deze regio zou Heineken zich de beschuldiging op de hals kunnen halen dat het bierconcern het heersende regime in het zadel houdt. In augustus 1994, na afloop van de burgeroorlog in Rwanda, hervatte Heineken daar snel zijn activiteiten.

Homé: “Een vertegenwoordiger van het nieuwe regime beschuldigde mij ervan geheuld te hebben met de oude regering. Wij waren immers een belangrijke belastingbetaler. Pas na veel moeite kon ik hem ervan overtuigen dat wij gewoon belasting betalen, los van de vraag welk regime aan de macht is, en hem de hand schudden.”

Één ding staat als een paal boven water: Heineken, dat al tientallen jaren prominent in dit geplaagde gebied aanwezig is, peinst er niet over dit roerige deel van Afrika de rug toe te keren, zoals volgens Homé andere grote Westerse bedrijven de afgelopen jaren wel hebben gedaan. Daarvoor heeft Heineken te veel geïnvesteerd in deze markt, waarvan de brouwer op langere termijn grote verwachtingen koestert. Centraal- en Zuid-Afrika kennen een bloeiende biercultuur.

Heineken heeft zich al die jaren afzijdig gehouden van de onrust in deze Afrikaanse landen. Maar dat betekent niet dat Heineken zich wil onttrekken aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid, aldus Homé.

“De grootste waarde is dat wij in deze regio al zestig jaar aanwezig zijn. Wij zijn steeds voortrekkers geweest als het ging om lonen, medische faciliteiten en scholing voor onze werknemers”, aldus de Heineken-directeur. Maar het concern zal zich niet bemoeien met de binnenlandse politiek. Een dergelijke houding kwam Shell na de executie van de schrijver Ken Saro Wiwa in Nigeria overigens op scherpe kritiek te staan.

Heineken beëindigde afgelopen juli zijn activiteiten in Birma (Myanmar), na druk van Westerse actiegroepen en de oppositie onder leiding van mevrouw Aung San Suu Kyi. In Zaïre is het onderscheid tussen 'goed' en 'slecht' veel moeilijker te maken; Westerse actiegroepen hebben zich er tot nu toe stil over gehouden. In Birma gebruikte Heineken hetzelfde argument dat Homé gisteren hanteerde: door als bedrijf aanwezig te zijn is er meer kans dat de situatie verbetert. Maar uiteindelijk dreigde imagoverlies voor het mondiale Heineken-merk en trok de biergigant zich terug uit Birma.

Heineken zal ook in de toekomst niet proberen politieke invloed aan te wenden. Homé: “Als we een politieke rol zouden gaan spelen in één land, dan zouden we die rol overal moeten gaan spelen. En wie bepaalt of je een 'goede' of een 'slechte' zaak steunt. Dat is niet onze taak.”

    • Paul Wessels