Norm nodig voor 'buitenwettelijk Sinterklazen' op kosten werkgever; Gouden handdruk wekt ergernis

AMSTERDAM, 8 NOV. Van de bestuursvoorzitter tot de baliemedewerker en van de divisiedirecteur tot de koffiejuffrouw: wie anno 1996 tegen zijn zin op straat wordt gezet moet het bij de kantonrechter wel erg onhandig spelen wil hij niet met een grote of kleine zak geld naar huis gaan.

Naar schatting worden in Nederland jaarlijks zo'n vijftigduizend gouden handdrukken uitgedeeld, een veelvoud ten opzichte van tien jaar geleden. Niemand die nog opkijkt van een miljoen voor een doodgewone ambtenaar, een paar ton voor vervroegd vertrekkend middenkader of een paar miljoen voor een topbestuurder van een multinational.

Er spoelt een nieuwe loongolf over Nederland, sneert R. Hansma, hoofd van de afdelingen Arbeids- en Overlegzaken van ABN Amro, deze week in het Nederlands Juristenblad. Geen loongolf als gevolg van onderhandelingen tussen werkgevers en bonden, maar door een dictaat van de kantonrechter, oordeelt hij. “De huidige norm (die kantonrechters hanteren bij het bepalen van de hoogte van een gouden handdruk, red.) is ontaard in een buitenwettelijk Sinterklazen op kosten van de werkgever”, aldus Hansma in het Juristenblad. “Vrijwel ongemotiveerd wordt op de automatische piloot met terugwerkende kracht een loonsverhoging van ruim 10 procent toegekend.”

De huidige trend van steeds meer en steeds hogere gouden handdrukken is een bron van irritatie voor Hansma, bekent hij in zijn kantoor in Amsterdam-Zuidoost. “De basale afspraak tussen werkgever en werknemer was toch dat er arbeid wordt verricht in ruil voor loon? Als ontslag volgt omdat de disfunctionerende werknemer zich niet meer aan die afspraak houdt, waarom moet die werkgever dan toch nog extra betalen? Ik zou bijna zeggen dat die werknemer salaris moet terugbetalen omdat hij onvoldoende heeft gepresteerd en zich dus niet aan de arbeid/loon-deal heeft gehouden.”

Hansma noemt een recent voorbeeld van een kantoordirecteur van 55 jaar die na een dienstverband van 29 jaar bij de bank werd ontslagen wegens seksuele intimidatie jegens vijf vrouwelijke medewerkers. De kantonrechter in Rotterdam bepaalde dat de man een gouden handdruk mee diende te krijgen van 250.000 gulden. Hansma: “Daar kan ik met mijn verstand niet bij.”

Een ander voorbeeld, uit een ander bedrijf, dat volgens Hansma “te zot is voor woorden” betreft een vrouw die een relatie aanging met een mannelijke collega. Nadat de relatie, waaruit een kind voortkomt, is verbroken, kunnen beide werknemers ook zakelijk niet meer met elkaar overweg en besloten wordt dat de vrouw een andere werkkring moet zoeken. De kantonrechter bepaalde vervolgens dat de vrouw recht had op 44.000 gulden. Hansma: “Alsof die werkgever er iets aan kan doen dat die twee werknemers elkaar niet meer kunnen luchten of zien.”

Dat werkgevers niet massaal in opstand komen tegen dergelijke besluiten, ligt, volgens Hansma, aan het feit dat dat in het huidige ontslagrecht in Nederland weinig zinvol is. “De werkgever is bij ontslag vrijwel altijd de pineut: als hij toestemming vraagt aan het arbeidsbureau, loopt hij het risico dat de werknemer een bodemprocedure begint wegens kennelijk onredelijk ontslag. Zo'n procedure kan eindeloos duren door de mogelijkheid van beroep en cassatie en dus aardig kostbaar worden voor de werkgever. Regelt hij het ontslag via de kantonrechter, dan wordt de zaak meestal binnen zes weken behandeld. Vrijwel altijd moet de werkgever betalen, maar de duur van de zaak is overzichtelijk omdat er geen beroep mogelijk is. Financieel ben je ongeveer net zoveel kwijt als wanneer je naar het arbeidsbureau stapt en de werknemer daarna een bodemprocedure begint. De werkgever heeft dus weinig keus.”

Hansma, die tevens lid is van de ontslagcommissie van het Regionaal Arbeidsbureau Zuidelijk Noord-Holland, is naar eigen zeggen geen principieel tegenstander van afkoopsommen. “Een afkoopsom is eigenlijk gewoon een arbeidsvoorwaarde. Die kunnen werkgevers en werknemers uitonderhandelen. Nu legt een buitenstaander - de kantonrechter - die arbeidsvoorwaarde achteraf op en drijft zo de loonkosten op. Dat is niet alleen onjuist, maar ook gevaarlijk, zeker omdat hij de beslissing in zijn eentje neemt en er geen beroep mogelijk is. Naar mijn mening dient de kantonrechter vooral te beoordelen of een ontslag al dan niet juist is en niet steeds zijn geweten te sussen met een afkoopsom die hij niet zelf hoeft te betalen.”

Het is de hoogste tijd dat kantonrechters hun normen voor afkoopsommen op elkaar afstemmen, vindt Hansma, die zijn artikel niet toevallig publiceert in de week dat de kring van kantonrechters bijeenkomt om over deze normen te praten en tot eenduidige afspraken te komen. Nu kunnen afkoopsommen in een vergelijkbaar geval per arrondissement tienduizenden guldens uit elkaar liggen. Gevallen als dat van een vrouw van 36 jaar die vier jaar probleemloos werkte en vervolgens acht jaar lang “aan het zeuren, zuigen en treiteren” was en bij haar ontslag 365.000 gulden toegewezen kreeg zullen na harmonisatie tot het verleden gaan behoren, hoopt Hansma.

De ABN Amro-directeur ziet twee oplossingen om paal en perk te stellen aan de wildgroei van gouden handdrukken. “Of de wetgever roept de rechterlijke macht een halt toe, of werkgevers en werknemers maken afspraken over afkoopsommen in de CAO. In zo'n geval zal de rechter zeer waarschijnlijk terugverwijzen naar die afspraken.”

Welke houding Hansma zelf aanneemt als hij tegen zijn zin op straat wordt gezet? “Als ik terecht word ontslagen, dan zou ook ik geen cent mee moeten krijgen.”