Nood en politiek

GELD IS ER, hulpgoederen staan klaar, transport is beschikbaar. Alleen, er moeten nog troepen worden gestuurd om de tienduizenden vluchtelingen in het hart van Afrika en de hulpverleners zelf te beschermen. Zegt minister Pronk. Maar de Europese Unie stuurt Pronk en zijn Ierse en Italiaanse collega's, de trojka, eerst nog even op verkenning. Het is een kwestie van uren, niet meer van dagen, vertellen hulpverleners, of de sterfte, vooral onder de kinderen, zal massale vormen aannemen.

Tegen de achtergrond van de dreigende ondergang van een hele bevolkingsgroep hebben de slepende beraadslagingen in de EU-raad en in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een vervreemdend effect. De nood is hoog, de tijd dringt, maar het congres danst. Zoals Pronk verklaarde: de permanente leden van de Veiligheidsraad draaien om elkaar heen. Het behalen van een politiek gelijk heeft (tijdelijk?) voorrang boven het redden van de Rwandese vluchtelingen.

Wat voor stametiketten deze mensen ook krijgen opgedrukt, in de eerste plaats zijn de meesten van hen burgers van Rwanda. Zij hebben destijds de benen genomen omdat zij vreesden voor wraakacties van de nabestaanden van de slachtoffers van hun eigen moordpartijen. Dat maakt terugkeer naar de eigen haardsteden, aangeboden door de tegenwoordige regering van Rwanda, zo bezwaarlijk. Tenslotte was de genocide van een paar jaar geleden vooral een zaak van buur tegen buur, van collega tegen collega, van geloofsgenoot tegen geloofsgenoot. En zal dat straks niet opnieuw het geval zijn, maar dan in omgekeerde richting? Meer nog dan intimidatie van de kant van de eigen militanten heeft angst voor de wraak van de vijand die militanten de gelegenheid gegeven de kampen in Zaïre en hun bewoners al die tijd onder controle te houden.

OP DE ACHTERGROND van de debatten in de Veiligheidsraad speelt een forse tegenstelling tussen Frankrijk en de Verenigde Staten. De Fransen zijn ervan beschuldigd dat zij destijds met hun operatie-Turquoise, maar ook daarna, de milities, verantwoordelijk voor de massamoorden, in en buiten Rwanda bescherming hebben gegeven en van nieuwe wapens hebben voorzien. Die erfenis belast de Franse eis dat nu snel een vredesmacht op de been moet worden gebracht. Aan de gebruikelijke eerste voorwaarde bij het sturen van blauwhelmen, instemming van de regering(en) ter plaatse, kan niet worden voldaan. Het bewind in Kigali heeft onmiskenbaar te verstaan gegeven geen interventie te zullen dulden waaraan Fransen deelnemen. Amerika brengt begrip op voor dit standpunt. Frankrijks Europese partners, met uitzondering van Spanje, stellen zich terughoudend op.

In dat perspectief moet ook de gereserveerde houding van de Nederlandse regering worden gezien. Den Haag heeft toch al een goede reden om voorzichtigheid te betrachten met het leveren van blauwhelmen. Minister Voorhoeve liet weten dat Nederland eigen voorwaarden heeft gesteld. Er zullen aan een vredesmacht grote landen moeten deelnemen en er zal een goed doordacht plan aan een interventie ten grondslag moeten liggen. Voorlopig wil Den Haag het houden op financiële en materiële steun. Maar dat is dus, vrij naar Pronk, niet de eerste behoefte.

VOOR DE verschillende argumenten in de lopende discussie is wel wat te zeggen, maar daarmee zijn de Rwandese vluchtelingen niet geholpen die uit vrees voor hun vijanden de kampen hebben verlaten en de bergen en bossen van Zaïre zijn ingevlucht en daar nu dreigen te kreperen. Als in Iraaks Koerdistan (direct na de Golfoorlog) en als in Somalië waar een burgeroorlog een vernietigende hongersnood had veroorzaakt, dient de morele verplichting mensenlevens te redden alle andere overwegingen naar de achtergrond te dringen.

Voorop moet staan dat een interventie zuiver humanitair blijft en niet wordt gemengd met politieke doelstellingen. Rwanda en Zaïre zijn wat in het jargon failed states worden genoemd, staten die er niet meer in slagen over binnenlandse scheidslijnen heen de nodige samenhang te bewaren. Zij zijn daarmee terechtgekomen in een snel groeiende categorie: Liberia, Afghanistan en Irak komen in gedachten. Het aan Rwanda grenzende Burundi dreigt tot dezelfde status te vervallen. Dat levert een indrukwekkend probleem op, een probleem dat echter niet van de ene op de andere dag kan worden opgelost.

Hulp in nood kan wel snel worden geleverd, zoals Pronk aangaf. De politieke achtergrond van de nood behoort hulp niet in de weg te staan.