'Nieuwe' Z-Afrika kruipt uit zijn schulp

PRETORIA, 7 NOV. De operatie heette Morning Star, de bedenker ervan was Ronnie Kasrils, Zuid-Afrika's communistische onderminister van Defensie. In het geheim oefenden vorige maand volgens anonieme legerbronnen enige duizenden Zuidafrikaanse militairen voor hun rol in een eventuele vredesmacht, elders in Afrika.

Een hoge legerofficier, André Bestbier, bevestigde vandaag dat de Zuidafrikaanse 'weermacht' twee infanteriebataljons en een aantal logistieke eenheden heeft opgeleid voor vredesoperaties over de grens. Het 'nieuwe' Zuid-Afrika kruipt eindelijk uit zijn schulp en zal zijn invloed op het continent laten gelden.

Nu de situatie in Centraal-Afrika, in het grensgebied tussen Zaïre en Rwanda, geheel uit de hand dreigt te lopen is Pretoria het aan zijn stand verplicht bij te dragen aan een oplossing. President Nelson Mandela belde hiertoe gisteren met zijn Franse ambtgenoot, Jacques Chirac. Eerder accepteerde Mandela al het verzoek van de Zaïrese leider Mobutu om diplomatieke bemiddeling.

Op het Afrikaanse continent wordt hoog opgekeken tegen het 'nieuwe Zuid-Afrika' waar het zwarte volksdeel er in slaagde een gehaat blank minderheidsregime te verdrijven. De morele status die Mandela en de zijnen daarmee sinds 1994 verwierven straalt af op heel Afrika.

Er bestaat nu geen enkel Afrikaans land meer waar een blanke minderheid het voor het zeggen heeft, maar zwarte dictaturen zijn er nog te over en menig onderdrukte Afrikaan vestigde de afgelopen jaren zijn hoop op Zuid-Afrika voor verandering.

En daarin werden ze bitter teleurgesteld. Olawale Fapohunda, een activist voor de mensenrechten uit Nigeria, waar een militaire dictatuur heerst, was deze week in Johannesburg. Hij beschreef hoe zijn aanvankelijke bewondering voor de ANC-regering geleidelijk is overgegaan in ontgoocheling. “Men moet zich werkelijk afvragen waar Afrika naar toe gaat als de huidige leiding in Zuid-Afrika, bestaande uit gelouterde activisten voor de mensenrechten, niet in staat is een buitenlandse politiek te ontwikkelen waarin mensenrechten en democratie centraal staan”, aldus Fapohunda. Dat kwam hard aan bij het ANC dat trots is op zijn prestaties. En de Nigeriaan ging nog even door: “De strijd tegen kolonialisme en apartheid is gewonnen, maar een ruwere vorm van overheersing, de onrechtvaardigheid van de zwarte mens ten opzichte van zijn zwarte medemens, is nog onder ons.”

De huidige Zuidafrikaanse regering gaf tot nu toe prioriteit aan het op orde brengen van het eigen tuintje; met regionale problemen bemoeide Pretoria zich slechts in beperkte mate. De situatie in de naburige staten Lesotho, Swaziland en Angola ging Zuid-Afrika aan het hart, verder kwam men niet. Maar de crisis in het gebied van de Grote Meren kon door Mandela niet meer worden genegeerd, temeer daar uitlekte dat Zuid-Afrika wapens leverde aan Rwanda en daarmee de verdenking op zich laadde winstbejag belangrijker te vinden dan regionale vrede.

De eerste signalen van verandering gaf de Zuidafrikaanse ambassadeur in Kinshasa, Jan van Deventer, het afgelopen weekeinde af, toen hij in een vraaggesprek erkende dat de wapenleveranties van Pretoria aan Rwanda het imago van zijn land geen goed hadden gedaan. “Ik ben van mening dat in deze hele regio geen wapens zouden moeten worden geleverd”, zei hij, een opvatting die vermoedelijk was 'getelefoneerd' met Pretoria.

Woensdag volgde een belangrijke rede van de onderminister van Buitenlandse Zaken, Aziz Pahad, die een wending in de Zuidafrikaanse buitenlandse politiek aankondigde: “We zijn ons er zeer van bewust dat we een zeer belangrijk land op het Afrikaanse continent zijn en dat we een verantwoordelijkheid hebben.” De bewindsman liet erop volgen dat Zuid-Afrika de wapenleveranties aan Rwanda opschort en bereid is deel te nemen aan een internationale vredesmacht.

Hoe ver de regering Mandela wenst te gaan is op dit moment onduidelijk. Aziz Pahad zei vandaag dat het Zuidafrikaanse leger een ondersteunende functie kan en wenst te vervullen in een internationale vredesmacht, geen leidende. Volgens André Bestbier, hoofd operaties van de strijdkrachten, is de opleiding van de vredestroepen nog niet voltooid, maar tegenover het dagblad Beeld toonde hij zich optimistisch over een succesvolle afronding.

Een probleem is dat het Zuidafrikaanse leger nog middenin het proces van verandering zit. De huidige strijdkrachten zijn een samenvoeging van het vroegere (blanke) leger en de vroegere verzetsstrijders, met name die van het ANC. Verscheidene generaals uit het oude leger zijn gewoon op hun post gebleven. De legertop oriënteert zich nu op de militaire koers: wie is de potentiële vijand, zo is bij voorbeeld een vraag. Verder is de kracht van de nieuwe krijgsmacht lang niet zo groot als de oude, het aantal manschappen is met eenderde teruggelopen (145.000 in 1989, 101.000 in 1996), terwijl ook de materiële sterkte is verminderd.

Brigadier Bill Sass van het Instituut voor Defensie, een overheidsinstelling, zegt dat het in dit licht niet reëel is van het leger te verwachten een grote troepenmacht op vredesmissie te sturen. “De weermag is nog niet klaar met haar eigen integratieproces”, zegt Sass.

Uiteindelijk heeft Zuid-Afrika ook zelf belang bij vrede en stabiliteit in zijn noordelijke buurlanden. De afgelopen jaren kwam een golf van vluchtelingen en ongewenste (illegale) immigranten af op de vleespotten van Johannesburg. Die stroom gelukzoekers kan alleen worden gestopt als de regering van president Mandela zich actief gaat bemoeien met een continent waarvan Zuid-Afrika de bodem vormt.

    • Lolke van der Heide