Nieuwe kans op verblijf voor 3.000 Bosniërs

DEN HAAG, 8 NOV. Justitie moet de verzoeken van circa drieduizend Bosnische vluchtelingen om een definitieve verblijfsvergunning, die voor 1 december 1995 zijn ingediend, op gelijke wijze beoordelen.

Dit heeft de rechtseenheidkamer van de rechtbank voor asielzaken gisteren besloten. Het vonnis van de zogenoemde vreemdelingenkamer kan ertoe leiden dat deze groep Bosniërs permanent in Nederland mag blijven.

De datum 1 december 1995 is cruciaal, omdat staatssecretaris Schmitz (Justitie) toen besloot alle aanvragen van Bosnische vluchtelingen voor een permanente verblijfsvergunning op te schorten. Zij speelde daarmee in op het akkoord van Dayton, de vredesregeling voor voormalig Joegoslavië. In de maanden voor 1 december was het ministerie van Justitie begonnen Bosniërs met een voorlopige vergunning tot verblijf een definitieve status in Nederland te geven, omdat zij al langer dan drie jaar in Nederland verbleven.

De vreemdelingenrechters hebben nu bepaald dat staatssecretaris Schmitz een aantal Bosniërs ongelijk heeft behandeld door de criteria voor toelating plotseling te veranderen. “Wijziging van de regels mag niet willekeurig plaatsvinden en evenmin tot willekeurige resultaten leiden”, aldus de rechtseenheidkamer in haar uitspraak. Eerder uitten Bosnische vluchtelingen en maatschappelijke groeperingen kritiek op de plotselinge omslag in het toelatingsbeleid. Zij wezen erop dat sommige mensen een aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning voor 1 december 1995 hadden ingediend, maar toevallig onderop de stapel waren beland.

De staatssecretaris heeft volgens de rechtseenheidkamer in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld. Het ministerie van Justitie bezint zich nog op de consequenties van de gisteren gedane uitspraak.