'Niemand weet raad met criminele jongeren'

Veel criminele jongeren hebben een psychiatrische stoornis en zijn bovendien allochtoon. Psychiater G. van der Most over de 'losers' van de multiculturele samenleving.

SMILDE, 8 NOV. Gezinsvoogden, kinderbeschermers, internaten - aan aandacht voor criminele jongeren geen gebrek. Het CDA haalde deze week in de Tweede Kamer de kampementen van Lubbers weer van stal, dit keer in de vorm van 'trainingscentra' voor allochtone jongens in de grote steden. Volgens G. van der Most, kinder- en jeugdpsychiater bij de inrichting De Ruyterstee in Smilde, ontbreekt het nog aan een eensluidende visie, met name voor de omgang met allochtone jongeren. “We hebben nog geen manier gevonden om een multi-culturele samenleving te zijn.”

Van der Most houdt zich sinds drie jaar bezig met de forensische beoordeling van jongeren in de Groningse justitiële jeugdinrichting Het Poortje. Hij adviseert justitie over de behandeling van kinderen van twaalf tot achttien jaar die bijvoorbeeld de bankrekening van hun ouders hebben geplunderd, tasjes hebben geroofd, soms schuldig zijn bevonden aan mishandeling, moord, verkrachting. “Als je in het proces-verbaal leest dat ze een elfjarig meisje hebben verkracht denk je: wat een rotzakken. Maar als ze tegenover je zitten krijg je ook sympathie voor ze. Het zijn zulke losers, ze horen er niet meer bij. Het leeft gewoon niet voor ze dat ze een ander iets aandoen.”

De adviezen van Van der Most kunnen leiden tot behandeling bij een RIAGG, medicatie, gezinstherapie of plaatsing in een internaat. Dat laatste heeft ook nadelen. “Ik ben nu bezig met een groep jongens in een internaat hier in de buurt. Die zijn 's nachts op stap gegaan en hebben met z'n vieren zes mensen beroofd. Vanuit het internaat.” Ook het drugsgebruik in internaten noemt Van der Most “een groot probleem”.

Naar schatting 60 procent van de jongens in Het Poortje heeft een psychiatrische stoornis die vaak nog niet onderkend was voor de jongens met justitie in aanraking kwamen. Kinderen met stoornissen als ADHD en Gilles de la Tourette kunnen zich slecht concentreren en zijn impulsief, hyperactief, agressief. Later geeft de stoornis problemen op school. “In de klas kunnen ze zich niet concentreren. Vaak weet de docent niet dat ze daar niets aan kunnen doen en geeft hun uitbrander na uitbrander. Uiteindelijk haken die kinderen af. Ze krijgen een houding van 'ze moeten altijd mij hebben'. Ze gaan spijbelen, een beetje door de stad zwerven.”

Het type stoornis waaraan deze kinderen lijden is volgens Van der Most een sociale handicap die geen drama hoeft op te leveren in een evenwichtig gezin, wonend in een rustige buurt. Maar als de buurt beroerd is en de ouders zelf problemen hebben, bestaat het risico dat de situatie uit de hand loopt.

Ongeveer tachtig procent van de jongens in Het Poortje is van buitenlandse afkomst. Bij hen speelt vaak een ander probleem. Van der Most noemt het voorbeeld van een kinderlijke Marokkaanse jongen van vijftien uit een streng moslimmilieu. Toen hij vijf jaar in Nederland was kwam hij terecht in Het Poortje wegens het plegen van ontucht. “Hij had pornofilms gezien op de tv en daarna een paar keer met kleine meisjes gevreeën. Toen ik zei dat dat niet mocht zei hij huilend: 'Ik zal het nooit meer doen'. Dat is een probleem van culturele ontwrichting. In Marokko was dat nooit gebeurd.” Jongeren als deze vallen volgens Van der Most tussen twee culturen, waardoor ze nergens meer bijhoren. “Of dat psychiatrisch is, is de vraag. Als Nederlandse jongeren op Ibiza weg zijn uit hun eigen cultuur gaan ze zich soms ook collectief misdragen.”

Het gedrag waarin ontwortelde allochtone jongeren kunnen vervallen heeft weer aantrekkingskracht voor anderen, stelt Van der Most vast. “Autochtone jongens die uit de boot vallen hebben de neiging zich op te trekken aan de idealen van allochtone jongens. Ik heb autochtone jongens gezien die Surinaams praten. Dat wordt geassocieerd met de rap-cultuur en met 'er mooi uitzien', 'gemakkelijk meiden versieren'.”

De ontwrichting in de Nederlandse samenleving zelf, volgens Van der Most deels een teken des tijds, deels falend overheidsbeleid, verergert het probleem. Scholen hebben niet meer de corrigerende werking die ze vroeger hadden. “Op de scholen is in een golf van schaalvergroting en bezuinigingen heel veel vernietigd. Dat is niet goed, zeker waar de gezinscultuur toch al wordt uitgehold. Een klein schooltje waar de leerkrachten alle leerlingen bij naam kennen, daar gaat zo'n corrigerende werking van uit, daar kunnen al die toegevoegde programma's voor grote scholen niet tegenop.”

Van der Most vindt het terecht dat minister Sorgdrager (Justitie) 'risicogezinnen' wil gaan voorzien van 'opvoedingssteun'. Volgens hem zou de overheid soms nog wel verder mogen gaan. Zo vindt hij dat drugsverslaafde ouders geen kinderen kunnen grootbrengen. “Een rechter geeft drugsverslaafde ouders altijd een kans. Maar als je ziet wat een eerste levensjaren die kinderen vaak hebben. Vader en moeder die ze dagenlang laten liggen, geen eten geven. Als die kinderen vier jaar zijn gaan ze naar een pleeggezin. Dan is het al te laat.”

    • Joke Mat