Musici lijken steeds meer dierentuin-dieren ; Jan van de Putte over zijn composities

Hij schrijft duisternis voor in de zaal bij sommige van zijn composities. “Als je niets ziet, worden geluiden belangrijk,” zegt Jan van de Putte. Musici moeten bij zijn muziekstukken met schuurpapier onder de schoenen lopen, paukensolo's duren zeventig minuten. De Zaal De Unie in Rotterdam presenteert volgende week vrijwel zijn gehele oeuvre.

Jan van de Putte Festival 12-16/11: Zaal De Unie & Paradijskerk Rotterdam. Tel.: 010-4333534.

Het was in de tijd dat de kentekenplaten nog vier cijfers hadden dat Jan van de Putte (37) van zijn grootvader regelmatig rekenraadseltjes opkreeg. “Ik moest van die nummerborden altijd optelsommetjes maken, en hoe verder ik op het gymnasium vorderde, hoe complexer de berekeningen moesten worden.” Dr. J.G. van de Putte, intussen 94, promoveerde zo'n zeventig jaar geleden op getallenreeksen. Zijn kleinzoon-de-componist houdt nog altijd van cijfers.

In Es schweigt, een compositie uit 1993 voor sopraan en ensemble, opgedragen aan zijn grootvader, laat Jan van de Putte een vrouw hardop tellen. Momenteel speelt hij met de gedachte een koorstuk te schrijven, Counting, waarin getallen een emotionele, haast fysieke betekenis moeten krijgen: “1... min 1; 1... 101!' Maar zodra hij in zijn werk een cijfermatige structuur herkent, verwerpt hij deze onmiddellijk. “Ik gruw van structuur en gruw van mensen die de gulden snede als vorm kiezen. Dat is kiezen voor zekerheid. Vorm is iets anders. Vorm is geen sjabloon. Vormen is een werkwoord. Vorm is iets dat groeit, iets vegetatiefs dat je moet zien te controleren. Dan kom je in uithoeken die je niet voor mogelijk hield.”

Duizenden belletjes

Jan van de Putte, aan wie komende week in Zaal De Unie in Rotterdam een festival wordt gewijd dat vrijwel zijn gehele oeuvre zal uitvoeren, is in zijn muziek steeds op zoek naar uitersten. Toen hij nog muziektheorie studeerde, kreeg hij het verwijt alle maximale elementen van Bach in één opdracht te stoppen. Hij trok daaruit zijn conclusies en werd componist van extremistische muziekstukken.

Om mij mijzelf met mijn aan mezelf en mezelf en mijn eigen is de mysterieuze (in de verte aan Dostojevski ontleende) titel van een zeventig minuten durende pauksolo met theatrale elementen. De belichting - of de dwingende afwezigheid daarvan - is meegecomponeerd. De luisteraar laat hij in het donker turen terwijl drieduizend belletjes rinkelen. Het geknisper van het omslaan van een partituurpagina wordt er een dramatisch beladen moment. De ferme paukslagen klinken als heipalen die de stilte splijten.

Stiltes - voor de grootvader waren dit de mooiste momenten uit Es schweigt, voor de kleinzoon zijn ze een essentieel facet in zijn muziek. De relatie met John Cage, die in 4' 33” alle geluid dat de stilte doorbreekt tot muziek bombardeert, is snel gelegd. Van de Putte is met die vergelijking niet gelukkig: “Ik wil bijna het tegendeel van Cage. Wat ik beoog is dat er niets klinkt, terwijl je juist een heel grote psychologische spanning voelt. Un, voor drie blokfluiten en piano, gaat eigenlijk helemaal over stilte.”

Zo gauw de zaaldeuren opengaan, begint feitelijk het muziekstuk. Ook bij Un is de luisteraar gehuld in het duister. “Als je niets ziet, worden geluiden belangrijk.” De piano speelt wrange clusters, de blokfluitisten gehoorzamen aan een strakke choreografie. De musici dragen schoenen waarvan de zolen zijn beplakt met schuurpapier. Hiermee schuren zij over een eveneens met schuurpapier bedekte vloer, waaraan zij een gamma van raspende geluiden ontlokken.

Van de Putte doet geen concessies aan de luisteraar. Zijn muziek vergt zitvlees en concentratievermogen. Aan de Rotterdamse Kunststichting, die het initiatief nam tot het Jan van de Putte Festival, heeft hij evenmin concessies gedaan. De première van Quelli che restano voor ensemble, dans en video heeft hij tegengehouden; tevens zijn daarmee de concerten in het land van de baan.

“Quelli is onvoldoende voltooid voor uitvoering. Weliswaar zijn de meeste van mijn stukken nog onvoltooid, maar grote gedeelten lenen zich uitstekend voor uitvoering. Quelli niet; dat heb ik verkeerd ingeschat, en dat heb ik in augustus aan de Kunststichting gemeld. Ik ben iemand die altijd werkt, maar ik moet ook een ruimte hebben waar dat kan. Ik heb erg onregelmatig gewoond de laatste twee jaar. Bij mij thuis werd geheid, daarom heb ik mijn heil gezocht in Portugal, in Zuid-Duitsland, in de Nederlandse provincie. Sinds september woon ik in het Van Doesburg-huis in Meudon-Val-Fleury bij Parijs. Maar als je zoveel reist, raak je je zelf een beetje kwijt.

Video

“Daarbij komt dat mijn muziek veel repetitietijd nodig heeft. Die is er niet. Bij Un was bijvoorbeeld het eerste concert de eerste doorloop. Dat is voor niemand goed. Voor mij niet, voor de musici niet en voor het stuk al helemaal niet. Ik heb het gevoel dat ik in Quelli een nieuw soort muziek ruik. Ik heb vastomlijnde ideeën met wat ik met de video wil, maar muziek met videobegeleiding of, omgekeerd, video met muziekbegeleiding is niet interessant. Er moet een contrapunt ontstaan, en de extreme consequentie van contrapunt is dat er contact is tussen de componenten en dat deze bij wijze van spreken versmelten tot een homofone koraal. Er moet contact zijn tussen de vrouw op het videoscherm, het ensemble en de zaal.

“Musici vind ik steeds meer lijken op dieren in een dierentuin. Ze spelen samen, maar hebben de hulpeloosheid en het autisme van die dieren. Er is geen communicatie met het publiek. In Quelli probeer ik dat te doorbreken. Het doet me denken aan de blik van roofdieren die aan het eten zijn. Daarin zie je een merkwaardig soort expressie van 'wij kunnen er niets aan doen'.

Gedood“Dat heeft ook met het doden te maken. Ik heb nooit iemand gedood, maar ik vraag me af hoe je daarna bent. Dan komt er een nieuwe ruimte met andere problemen. Het zoeken naar ervaringen is voor mij heel belangrijk. Ik ben altijd op zoek naar hoe dingen in elkaar zitten. Op het conservatorium al kon ik moeilijk zomaar een techniekje leren en dat uitvoeren. Ik wil de zin van de dingen begrijpen.

“Het krijgt zin als je een stuk schrijft waarmee je iets aan het bestaande toevoegt, maar dat toch weer volledig binnen je eigen wereld past. Ik denk zelfs dat je eigenlijk niet anders kunt. Als je dat wel kunt, klopt er iets niet. Kunstenaars die veel van stijl wisselden, als Stravinsky of Picasso, bleven uiteindelijk altijd zichzelf.

“Het wordt als een grote verdienste gezien dat die muziek altijd als Stravinksy klinkt, maar het zou veel spannender zijn als het eens niet als Stravinsky klonk.

“Techniek is een buitenkant; je eigen identiteit behouden is onvermijdelijk, geen verdienste. In een nieuwe compositie ontdek je meestal opnieuw wat je in een vorig stuk al ontdekt hebt. Dat is je Ik - zo denk je nu eenmaal.”

“De cineast Tarkovski zei het al: 'Om een genie te zijn moet je bepaalde dingen ook heel slecht kunnen.' Dat hoort bij je. Je hebt alleen die ene geest.”

    • Emile Wennekes