Malraux-herfst

Een scherp gesneden gezicht, een bungelende sigaret en vurig priemende ogen. Een man die voldoet aan dat signalement kijkt de Parijzenaars al weken van de muren van hun metrostations aan. Hij was 'revolutionair omdat hij de revolutie nodig had om te schrijven', zegt een tekstflard onder de meer dan levensgrote zwart-wit foto van de man. Het is één van de versies van deze officiële reclame voor een legende die in tweehonderd Franse gemeentes hangt.

Het is 'Malraux-herfst' in Frankrijk. Twintig jaar geleden stierf de man die het begrip cultuur ministeriabel maakte, die eerder naam maakte als schrijver, debattant en doener: antifascist die meevocht in de Spaanse burgeroorlog, verzetsman tegen Hitler, actief criticus van Frankrijks bemoeienis in Indochina. André Malraux, de welsprekende schrijver aan de zijde van generaal De Gaulle.

Op 23 november wordt zijn as overgebracht naar het Panthéon, de Parijse dodentempel waar de grootste Fransen worden bewaard en geëerd. Malraux is de vijfde schrijver die er een plaats krijgt, na Voltaire, Rousseau, Hugo en Zola. President Chirac zal tijdens de plechtigheid Malraux's verdiensten als gaullist en voorvechter van de Franse cultuur bespreken. Velen zullen zich filmbeelden herinneren waarop Malraux zelf, met zijn dramatische uithalen, dergelijke toespraken hield. Deze maand worden overal in Frankrijk bijeenkomsten georganiseerd: filosofen en cultuur-persoonlijkheden maken overuren. In het musée du Jeu de Paume in Parijs is een tentoonstelling van Malraux-foto's van Gisèle Freund. Een stapel nieuwe boeken is aan hem gewijd.

Weinig evenementen kunnen duidelijker illustreren hoe groot de afstand is tussen traditie, cultuur en levensgevoel in Frankrijk en hoe men in Nederland culturele en staatkundige grootheid behandelt. Een paar schilders hebben een eigen museum, in het Concertgebouw zijn tussen de internationale meesters ook enige Nederlandse componisten in goud op het balcon gepenseeld. Huizinga heeft een lezing. Maar wij hebben nooit een necropolis gebouwd voor grote zonen en dochters.

Frankrijk heeft voor zijn nog levende cultuurdragers de Académie Française, en, binnen het zelfde Institut de France, nog academies voor politiek, kunst en zuivere wetenschap. Nederland heeft het Rosa Spierhuis. Pierre en Marie Curie, de vorige 'nieuwe bewoners' van het Huis voor Grote Doden, het Panthéon, hebben natuurlijk klasse-genoten in de Nederlandse exacte wetenschap, maar voor deze Nederlanders is een biografie al verwennerij.

La Condition Humaine, het boek dat Malraux in 1933 de Prix Goncourt bezorgde, is ook in hedendaagse termen een succes: 3,3 miljoen werden er van verkocht. L'espoir (1,3 miljoen) en La Voie Royale (1,1 miljoen) mochten er ook zijn. Wie zou hem elders in Europa bij de grootste schrijvers van deze eeuw indelen? Collectief herdenken of beter nog: herlezen van geliefde auteurs is mooi. Maar op het snijvlak van cultuur, retoriek en politiek doet zo'n nationale heldenmaand, een van overheidswege afgekondigde Automne Malraux, ook iets denken aan die andere culturele revolutie.

    • Marc Chavannes