Kunst gaat boven al het menselijke

Peter Everett: Matisse's War. Cape, 332 blz. ƒ 45,35 (geb.)

Wat moet een kunstenaar doen in oorlogstijd? Hij kan opgaan in zijn kunst en de realiteit de rug toe keren, of hij kan zich in de strijd mengen en de kunst even 'vergeten'. Peter Everett nam deze twee uitersten van de glijdende schaal als fundament voor zijn roman Matisse's War, die precies de jaren 1939-1945 beslaat. De schilder Matisse is de man die hoewel velen van zijn vrienden lijden onder het nazisme en de Franse collaboratie, en hoewel zijn eigen dochter wordt gemarteld, de oorlogsomstandigheden volstrekt weet te negeren. De oorlog die de hele wereld deed schokken, het lijden en de dood van miljoenen werd door Matisse teruggebracht tot de kwestie: waar haal ik nieuwe penselen vandaan? De kunst was voor hem zo belangrijk dat hij ook over zijn eigen ernstige ziekte - hij was in de zeventig en leed aan kanker - manhaftig heenstapte omwille van zijn kunst.

Tegenover de extreem afzijdige Matisse plaatste Everett de communistische schrijver Aragon, die met zijn joodse vriendin Elsa Triolet in het verzet ging en hun levens in de waagschaal stelde. Van dichten kwam in die jaren niet veel terecht, of het moest over de oorlog gaan. De kunst werd door Aragon tijdelijk verbannen naar een hoekje van zijn geest, waar hij zich, op een schaars vredig moment, kon laven aan de schilderijen die hij zich herinnerde van zijn vriend Matisse. De chaos aan het front is 'all his surrealist dreams come true'.

Aan de zijlijn vinden we vele beroemde gemeenschappelijke vrienden van Matisse en Aragon, zoals Bonnard, Picasso, de oorlogsfotografen Lee Miller en Robert Capa, Camus, Mauriac, Drieu de la Rochelle, Stein en Toklas, de uitgevers Denoël en Gallimard, Eluard en Breton - heel de culturele elite van die jaren wekt Everett tot leven tegen een afschrikwekkende achtergrond van oorlog en verraad.

Verstilde evocaties van schilderijen van Matisse - een boek met reprodukties naast deze roman bewijst goede diensten - worden afgewisseld door aangrijpende beschrijvingen van morele dilemma's en grootschalige ellende. Het contrast wordt in de loop van de roman, met het vorderen van de oorlog, almaar schrijnender. Zelfs van Matisse's moeilijke stoelgang weet Everett nog iets etherisch moois te maken, terwijl razzia's en deportaties aan de orde van de dag zijn. Aan de andere kant projecteert Aragon in gedachten een kleurig schilderij van Matisse op de muur van zijn stinkende cel om even aan zijn angsten, de stilte en de stank te ontsnappen. Op hun onherbergzame onderduikadres in de bergen gebruikten Elsa en vooral Aragon 'art to forget their depression'. Anderzijds verweten ze, vanuit marxistisch oogpunt, Matisse zijn afzijdige, zo niet hooghartige houding. 'Matisse's art is a flight from reality. (-) In his refusal to deal with reality, he deifies sensory deprivation in the end.' Cynisch, bitter, vergoelijkend: alle denkbare reacties op Matisse's moraal passeren de revue, behalve een apert vijandige. Ook zelfspot, want Matisse wist terdege waar hij voor koos: 'My work could be no more than a jaded parody of past ideas; the slapdash shorthand of an old man trying to immobilise his serenity.' Matisse's dochter Margot, die gehavend maar levend terugkeert uit Ravensbrück, troost hem en zichzelf met de woorden: 'Dont't worry; people will soon forget the war. They will soon forget the filthy prison cells, the dead; they will see the Third Reich as an aberration; they will want the light of your paintings.' De dichter en vrijheidsstrijder Aragon verdedigde Matisse nog tijdens de oorlog. De schilder schonk de mensheid immers luxury, weelde, 'his sense of a paradise regained, felt, ordained, given back to the workers in the present who had their dreams stolen from them every night.'

Peter Everetts roman Matisse's War is een briljant, rijk en schitterend boek. De fraaie beschrijvingen van Matisse's werken - die op zichzelf al een publicatie zouden rechtvaardigen - vertragen de voortgang van de geschiedenis in het boek en plaatsen de geschiedenis erbuiten, de werkelijke, in een heel ander, bijzonder licht. Ware kunst staat boven al het menselijke. De keuze van de kunstenaar wordt door de schrijver niet tot een zwart-wit-kwestie gereduceerd. Heel even haalt hij de tribunalen van Neurenberg erbij ('een grote leugen') en het onmenselijke bombardement van Hiroshima, om de tweeslachtigheid der dingen duidelijk te maken. Dat was niet eens nodig geweest. De collage van anekdotes, geschiedschrijving, levendige personages en schilderij-evocaties draagt de veelzijdigheid van de menselijke moraal al helemaal in zich.

    • Margot Engelen