Keith Richards is ook jong geweest; Film van het 'Rolling Stones Rock and Roll Circus' voor het eerst te zien

Mick Jagger wilde in 1968 in een circustent met The Rolling Stones, The Who en The Small Faces een tournee door Amerika maken. Toen dat plan faalde, werd er een film gemaakt van een eenmalig 'circus'-optreden van deze bands, die vervolgens niemand mocht zien omdat Jagger vond dat The Who zijn eigen band overtrof. Ten onrechte, blijkt nu na 28 jaar 'The Rolling Stones Rock And Roll Circus' op video is verschenen.

The Rolling Stones Rock And Roll Circus verschijnt 14 november op video bij Phonogram (Abcko 634 590-3). De gelijknamige cd is al verkrijgbaar (Abcko 1268-2).

Als spreekstalmeester Mick Jagger zijn welkomstwoorden spreekt is de zaal nog rustig. Maar als hij even later over de grond kronkelt en zich voorstelt als de duivel, wordt hij overstemd door het meerstemmige gezang van de toeschouwers. Mannen klappen het ritme op hun dijen, vrouwen kijken verrukt naar Jaggers jonge trekken. Het is zondagmiddag in een Utrechts café; hier vindt de Nederlandse 'première' plaats van een van de best bewaarde geheimen van de popindustrie, de film The Rolling Stones Rock And Roll Circus uit 1968.

The Rolling Stones Rock And Roll Circus is de registratie van een live-concert dat op 10 december '68 in Londen werd gehouden. De crème van de Engelse popscene trad er op: van The Who en The Rolling Stones tot John Lennon, Eric Clapton en Marianne Faithfull. Omdat de leden van The Rolling Stones uiteindelijk niet tevreden waren met hun eigen prestaties, hebben ze de publieke vertoning van de film bijna dertig jaar tegengehouden. Maar nu zijn de bezwaren blijkbaar verjaard en wordt het document alsnog aan de openbaarheid prijsgegeven. De film is vanaf volgende week verkrijgbaar op koopvideo, en er is ook een cd van de soundtrack uitgebracht.

Een gelukkige bijkomstigheid bij deze dubbele release is dat de hoofdpersonen van de film vandaag de dag nauwelijks minder populair zijn dan op die tiende december 1968. Mick Jagger, Marianne Faithfull, John Lennon, Eric Clapton, Pete Townshend: ze horen bij de eerste generatie van grote popsterren en staan volop in de belangstelling. Bovendien zijn ze, afgezien van Lennon, nog allemaal actief als popmusicus. Wie zondagmiddag in het Utrechtse café het enthousiasme van de jonge en oudere fans meemaakte en zag hoe er foto's van het beeldscherm werden gemaakt, raakte begoocheld: alsof niet Blur en Oasis, maar The Who en The Rolling Stones ook nu nog het gezicht zijn van de Londense muziekscene.

The Rolling Stones Rock And Roll Circus werd bedacht door Mick Jagger en geregisseerd door Michael Lindsay-Hogg, bekend van het Britse pop-tvprogramma Ready, Steady Go! Jagger zag in eerste instantie een circus voor zich waarmee de Stones met The Who en The Small Faces door Amerika zouden trekken. Er moest een authentieke circustent aan te pas komen, posters in de oude Barnum & Bailey-stijl en een colonne van treinwagons om de spullen te vervoeren. Maar de Amerikaanse spoorwegen bleken ontoereikend; één keer de Verenigde Staten rond zou het circus ongeveer twintig jaar kosten.

Jagger besloot het evenement eenmalig te organiseren in een circustent in Londen en door Lindsay-Hogg te laten filmen voor televisie. Behalve vuurspuwers en acrobaten selecteerde hij naar eigen smaak de optredende muzikanten, en dat betekende wèl Jethro Tull en niet Led Zeppelin. Toen Steve Winwood afzegde werd John Lennon gevraagd, en Lennon formeerde onmiddellijk een 'supergroep', The Dirty Mac, met drummer Mitch Mitchell (van de Jimi Hendrix Experience), gitarist Eric Clapton en Keith Richards op bas.

Britpop

Het resultaat op film (en op cd) is fantastisch. Vanaf de opening, met onder anderen John Lennon, Pete Townshend, Mick Jagger en Keith Richards in circustenue die in slagorde een tetterig deuntje spelen, tot aan het slotakkoord (het om vijf uur 's ochtends opgenomen Salt Of The Earth van The Rolling Stones, gezongen door een dronken wiegende menigte) biedt The Rolling Stones Rock And Roll Circus een parade van grote en kleine eye-openers: Keith Richards is ook jong geweest, de 'Britpop-sterren' van toen (John Lennon en Eric Clapton) droegen dezelfde gymschoenen als die van tegenwoordig (Noel Gallagher en Damon Albarn), John Lennon kon heel aardig gebarentaal.

Maar het is bovenal de hoge muzikale kwaliteit van de live-optredens die verrast. The Rolling Stones, The Dirty Mac, de bluesband Taj Mahal - hun prestaties zijn wat betreft spel en geluidsweergave superieur aan wat de meeste bands tegenwoordig laten horen. Waarschijnlijk lagen de normen in de jaren zestig hoger en was vakmanschap nog een voorwaarde. Die voorwaarde is later door de punkbeweging ter discussie gesteld.

Muzikale hoogtepunten van de film zijn de bijdrage van John Lennons supergroep en de set van The Rolling Stones zelf. In de jaren voorafgaand aan deze filmopnames waren The Beatles niet meer opgetreden. Nu stond Lennon tussen Clapton en Richards, met Yoko Ono verstopt in een zwarte zak aan zijn voeten, en speelde hij een verbeten versie van zijn klaagzang 'Yer Blues' (van The Beatles' White Album). Lennons gezicht, met lang haar en bril, staat strak als een masker. De ontspannen komiek die even daarvoor nog ironisch had geconverseerd met Mick Jagger, is verdwenen.

Nadat hij Ono de kans heeft gegeven de wereld te laten kennismaken met haar karakteristieke gegil in 'Whole Lotta Yoko', is het de beurt aan The Rolling Stones. Het is dan inmiddels vroeg in de ochtend van de elfde december en de bandleden zijn vermoeid. Maar al houdt Brian Jones zijn gitaar vast als een zieke baby, en lijkt Bill Wyman af en toe te knikkebollen, hun zes nummers worden strak en dynamisch uitgevoerd. Terwijl Jagger een kronkelende podium-act opvoert, zorgt hij ondertussen nog voor een aantal zuivere, ritmische kreten. De andere Stones, aangevuld met Rocky Dijon op percussie en Nicky Hopkins op keyboards, variëren soepel op de muzikale thema's van onder andere 'Sympathy For The Devil' en 'Jumping Jack Flash'.

De voornaamste reden dat The Rolling Stones Rock And Roll Circus het publiek zo lang is onthouden, was de competitie tussen The Who en de Stones. Naar verluidt vond Mick Jagger dat het optreden van The Who dat van zijn eigen band verre overtrof. Misschien was dit toentertijd een gangbare mening, maar wie nu The Rolling Stones Rock And Roll Circus bekijkt, kan het bijna niet geloven. The Who speelt twee blazende folkrock-nummers met gekunstelde opbouw en ongeloofwaardig pathos. Het macho podiumgedrag van zanger Roger Daltrey mist bovendien alle verfijning van dat van Jagger.

Lollapalooza

Behalve de historische vergissingen, het nostalgische karakter van sommige aspecten en het herkenbare van andere, is er nog een reden waarom het uitbrengen van The Rolling Stones Rock And Roll Circus belangwekkend is. En dat is de oorsprong van het beeld van rock 'n' roll als circus. Eens in de zoveel tijd steekt het idee van een reizend 'rock 'n' roll-circus' de kop op (al is het concept nooit meer zo letterlijk uitgevoerd als door Jagger). Het meest sprekende voorbeeld daarvan is het Lollapalooza-festival dat de afgelopen jaren 's zomers door Amerika trekt met een gevariëerd programma van nieuwe alternatieve groepen en toneelacts.

Maar ook spreekwoordelijk is er een relatie: het 'rock 'n' roll-circus' staat voor de bonte entourage van groupies, fans, dealers, roadies en vertegenwoordigers van de platenindustrie die met de meeste groepen meereizen. En die speciale kenmerken van het circus als lichaamsbeheersing, trucs en zinsbegoocheling, spelen een grotere rol in de wereld van de rock 'n' roll dan op het eerste gezicht lijkt.

Dat blijkt ook uit het interview dat Pete Townshend van The Who onlangs heeft gegeven aan het Engelse tijdschrift Mojo. Townshend vertelt hier over de gewoonte van zijn groep om bij aanvang van ieder optreden het podium op te komen rennen. Het gretige, onbesuisde rennen kwam niet voort uit ongebreideld enthousiasme. Het was de bandleden opgedragen door de manager van The Who, Kit Lambert, die dat had afgekeken van de Stones. 'We waren als de hond van Pavlov - de bel rinkelde en we holden op', zegt Townshend.

En het gordijn van zweetdruppels dat om Who-drummer Keith Moon hangt? Het ziet er uit als een bewijs van de beestachtige inzet waarmee Moon zijn drumkit te lijf gaat. Maar de werkelijkheid is dat Keith Moon zijn drums van te voren heeft bedekt met een laag water, voor het effect.

Nu deze film eindelijk is uitgebracht blijkt ze haar titel te ontlenen aan de acrobaten, de jongleurs, de karakteristieke tent en de breiende EHBO-vrouwen in de coulissen. Maar ook aan de optredens van de muzikanten. Want rock 'n' roll mag dan gelden als 'vrijplaats' of 'gecontroleerde chaos', het is bovenal: een circus.

    • Hester Carvalho