Kanttekening bij Beckmann

Abfahrt, een triptiek van ongeveer twee bij drie meter, is een van Max Beckmanns beroemdste schilderijen. Links het interieur van een martelkamer, in het midden drie mensen in een boot op de blauwe zee, en rechts twee mensen die aan elkaar zijn gekluisterd terwijl op de voorgrond een trommelslager voorbij gaat.

Links en rechts onrustbarende toestanden; in het midden serene rust. Een prachtig en boeiend schilderij - dat om te beginnen - en ook ingewikkeld. Het hoort dus tot de categorie die op twee manieren kan worden bekeken: als een totaal dat een droom veroorzaakt met de raadselachtige betekenis en vooral de innerlijke smaak die de droom eigen is, of als een puzzel waarbij men zich afvraagt wat de kunstenaar met dat alles heeft bedoeld. Het een sluit het ander niet uit. Doordat deze triptiek zo ingewikkeld is en er zoveel tegengestelds valt te duiden, zijn de puzzelaars onder de liefhebbers waarschijnlijk in de meerderheid, maar hoe verder ze de onderdelen van de drie voorstellingen definiëren, hoe groter de puzzel wordt. Duiders van schilderijen hebben altijd iets van helderzienden die in hun eigen koffiedik verdwijnen. Hier is dat bijzonder sterk het geval.

Beckmann is aan dit schilderij begonnen in 1932, heeft het in 1933 afgemaakt, het jaar van de Machtsübernahme. Daarna werd zijn kunst al vlug als ontaard herkend, hij heeft het nog een paar jaar in Duitsland uitgehouden maar had al een atelier in Parijs. In 1937, nadat 600 schilderijen van hem in beslag waren genomen, kwam de definitieve Abfahrt, naar Amsterdam, waar hij tien jaar heeft gewoond. In 1947 is hij naar New York vertrokken en daar op een wandeling in Central Park in 1950 gestorven. Hij is 66 jaar geworden.

Alle gedetailleerde uitleg daargelaten is zijn oeuvre een monument van de tijdgeest. Hij hoort tot de talrijke en vruchtbare familie die in het Interbellum haar bloeitijd heeft gehad en na de oorlog haar over het algemeen weldadige invloed nog heeft verspreid over de generaties die toen jong waren. Dat dacht ik toen ik in het Guggenheim Museum in New York de tentoonstelling Beckmann in Exile bekeek en in het bijzonder lang bleef staan voor de Abfahrt. Sommige kunst is ook tijdmachine, voert je terug in de nog bereikbare wereld van je ouders. Het is de herwinning van een tastbaarheid die, als je ter plaatse zou gaan kijken, niet eens meer een luchtspiegeling is.

Voor je daar aan de ingang van de tentoonstelling komt, is er een grote ruimte waarvan op het ogenblik de muur in beslag wordt genomen door een zeer grote multimedia vertoning, een stuk of tweehonderd in een rechthoek aangebrachte beeldschermen waarop in hoog tempo gevarieerde voorstellingen worden vertoond, met dien verstande dat er altijd drie of vier verschillende bewegingen tegelijk te zien zijn. Duizelingwekkend, om het neutraal te beschrijven; een schouwspel van koortsachtige esthetiek, een grootschalig maximaal zappen.

In het werk van Beckmann is anderhalve periode samengevat: het Interbellum en wat daarop in de eerste jaren na de oorlog nog is gevolgd. George Grosz, hoe anders, is ook zoiemand, hoewel hij in tegenstelling tot Beckmann in New York is gestrand en terug in Berlijn ten onder is gegaan. Van het Interbellum naar? Ja, wat? De signatuur van de tijdgeest verandert wel maar blijft door de Koude Oorlog heen in een continuïteit herkenbaar. In het handschrift van al die zo uiteenlopende kunstenaars blijft een familietrek bewaard: de trek die er door de tijd aan is gegeven. En nu kon ik met de beste wil van de wereld in dit werk van multimediale kunstzin niets meer ontdekken dat ook nog maar één chromosoom met de familie der voorgangers gemeen had. Het was ook geen bewijs van verzet, zoals dat door de jongere generatie tegen de oudere wordt geleverd. Het was er zonder meer: volstrekt anders.

Toegegeven: er zijn al veel boeken over geschreven waarvan sommige het tot wereldberoemdheid hebben gebracht. Iedereen weet wie Francis Fukuyama is. En nu is er weer een in aantocht: Samuel P. Huntington met zijn The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. De titel dekt de inhoud. En toch denk ik weleens dat we het onderschatten: hoe radicaal anders de tijd is die in 1989 is aangebroken. Dat merken we pas veel later, ook de kunstenaars, hoewel die misschien het eerst waarna ze door hun werk de anderen laten beseffen dat er iets is veranderd (en misschien ook wat). De signatuur van de tijd wordt zichtbaar in de kunst en de tijd van Beckmann is voorbij.

    • H.J.A. Hofland