Isabella Werkhoven

Galerie Van Wijngaarden, Lijnbaansgracht 318, Amsterdam. T/m 20 nov. Di t/m za 13-18u. Prijzen: van 1000 tot 3300 gulden.

Waar Bill Breckenridge zich niks van zijn publiek lijkt aan te trekken, of zelfs probeert zijn toeschouwers zoveel mogelijk van hem vervreemden, zijn de schilderijen die Isabella Werkhoven (1969) bij galerie Van Wijngaarden in Amsterdam exposeert het toppunt van publieksbevrediging.

Tijdens de Koninklijke Subsidie-expositie van 1994 won Werkhoven al de publieksprijs, en het zou me niks verbazen als ze die dit jaar, toen ze weer meedeed maar opnieuw de subsidie niet won, weer heeft gekregen. Het zijn behaagzieke schilderijen: alles straalt en glimt, van de zachte, glanzende zijde die Werkhoven als ondergrond gebruikt, de lyrische natuurtafereeltjes die ze daarop schildert, tot de kleine fotootjes die in de schilderijen geplakt zijn: meisje springt touwtje, meisje plukt bloemetjes en meisje vliegt aan haar parasolletje door de lucht - het zijn afbeeldingen waarover je automatisch in vertederde verkleinwoordjes gaat schrijven.

De kracht van Werkhovens schilderijen is die onvoorwaardelijke idylle: ze lijkt geen enkele aandrang te bezitten om 'serieuze kunst' te maken, die past in een traditie, of een zekere gelaagdheid bezit. Dat maakt haar werk weer zo uitzonderlijk, dat je het toch serieus bekijkt. Bovendien is het vaardig gemaakt: de kamer op het schilderij Wintervlinders (1991-'95) baadt in het gele licht, terwijl het gefotografeerde winterlandschap dat we door het raam zien er een mooi soort verstilling aan geeft.

Dat je lang blijft vermoeden dat er toch meer achter Werkhovens schilderijen zit, komt mede doordat haar werk in de verte aan dat van Teun Hocks doet denken, al was het maar omdat ze fotografie en schilderkunst enigszins anekdotisch combineert. Maar in de vergelijking met Hocks wordt ook meteen de zwakte van Werkhoven duidelijk: waar het leven bij Hocks altijd een venijnige angel heeft, blijven haar schilderijen idyllen zonder einde. De aanzet van Werkhoven is intrigerend, maar beklijven doet haar werk nauwelijks - eeuwig gelukkig zijn is tenslotte ook geen lolletje.

    • Hans den Hartog Jager