In een kerstbomenbos; Expositie van Jean-Marc Bustamante en Sean Scully in Parijs

In de kunst van de Fransman Jean-Marc Bustamante is niets wat het lijkt. Hetzelfde geldt voor de schilderijen van de Ierse-Amerikaan Sean Scully, die samen met Bustamante exposeert in het Parijse museum Jeu de Paume. “De gewone regel dat alles er is voor ons geldt niet meer: ineens lijkt iets er ook te kunnen zijn voor zichzelf.”

Sean Scully en Jean-Marc Bustamante. Galerie nationale du Jeu de Paume, 1, place de la Concorde, Parijs. T/m 30 nov. Di 12-21.30u, wo t/m vr 12-19u, za en zo 10-19u.

'Schep iets nieuws', zei Donald Judd tegen de zesentwintig jaar jongere Franse fotograaf en beeldhouwer Jean-Marc Bustamante toen ze elkaar in 1988 ontmoetten. 'Maar voor mij lag de kwestie anders', schrijft Bustamente in de catalogus die nu bij zijn tentoonstelling in Parijs is uitgekomen. 'Ik zag niets in de radicaliteit waarmee Judd een nieuwe wereld en een nieuwe visie op de dingen wilde creëren. Ik hoop dat ik nieuwe verbanden kan vinden of suggereren door verschuivingen aan te brengen.'

De Iers-Amerikaanse schilder Sean Scully (1945), die tegelijk met Bustamante in het Parijse museum Jeu de Paume exposeert, moet zich in die uitspraak herkennen. Ook hij is er niet op uit geweest om andermaal 'from scratch', (vanuit het niets) te beginnen, zoals Barnett Newman zijn eigen radicaliteit omschreef. Net als Bustamante heeft hij zich onttrokken aan de voortdurende vernieuwingsdrang die de kunst van deze eeuw voortjaagt en net als de Fransman bewijst hij dat dat een bijzondere radicaliteit niet uitsluit.

Scully schildert alleen maar strepen: horizontaal, verticaal, lang, kort, dun en dik. De strepen hebben rafelige randen en vaak kieren ze onderling waardoor de verschillend gekleurde onderlagen zichtbaar worden. Hoeveel dat er zijn valt moeilijk te zien, maar afgaande op de uitzonderlijke kleuren van de bovenlaag moeten het er flink wat zijn.

Die bovenlaag ligt er als een huid bovenop, dik of transparant al naar gelang Scully's korte, borstelige verfstreek. Nu eens lijkt hij zich verlustigd te hebben in vette verf, waardoor de kleur vol wordt en zwaar, op andere schilderijen heeft hij het doek zo licht beroerd dat de kleur als een zweem over het doek glijdt. Maar voor welke aanpak ook is gekozen, steeds ervaar je de onderlaag als een complex bouwsel van kleuren.

De schilderijen zijn zelf ook bouwsels. Ze bestaan uit meerdere, tegen elkaar aangeschoven panelen die samen een monumentaal geheel van horizontaal en verticaal gestreepte blokken vormen. De laatste jaren hebben ze bovendien een sculpturale allure gekregen doordat Scully ze verdikt heeft tot grote dozen of blokken, de zogeheten Floating pictures. Ze hangen aan de muur en steken soms met de smalle kant uitdagend ver naar voren.

Het is mooi om te zien hoe juist de beperking die Scully zichzelf met zijn strepen heeft opgelegd hem tot die stap naar 'shaped-canvas' heeft gebracht en hoe logisch die binnen zijn eigen ontwikkeling is geweest: hij komt voort uit de beweging op het doek. De gestreepte blokken staan steeds zo tot elkaar in verhouding dat het totale veld op een subtiele manier wordt geactiveerd. Sommige blokken dringen zich daarbij met een kracht naar voren die bijna fysiek wordt. Ze vrágen om een meer tastbare vormgeving.

In twee van Scully's vele Catherine's (de naam van zijn vrouw) komt die ontwikkeling duidelijk naar voren. De eerste dateert uit 1993. Hij meet ruim tweeënhalf bij drieënhalve meter en bestaat uit drie tegen elkaar aan geschoven panelen, bedekt met brede zwarte en gebroken-witte strepen. Het linkerpaneel telt net als het rechter drie om en om liggende donkere en lichte banen die als het ware gedragen worden door drie staande peilers. Links en rechts en boven en beneden verhouden de zwart/witte blokken zich tot elkaar als positief en negatief, in een uitgekiende balans.

Het monumentale formaat, het dragende karakter en de harmonische verdeling van licht en donker roepen de associatie op van altaarstukken en van verzoening van tegenstellingen. Ze geven een plechtig sfeer aan de gebeurtenis op het middenpaneel. Daarop boort een brede, gebroken-witte baan zich van bovenaf diep in de drie onderste liggende strepen, als in een lichaam.

Die bijna fysieke aanwezigheid van een kleurvorm tref je aan in al Scully's werk. Hij wordt uit iets heel simpels geboren: een lijn als een messtreep. Die lijn is geen produkt van de schilderkunst, maar de kier tussen twee aaneengeschoven panelen in. Hij bakent de verschillende delen af, roept een halt toe aan het wolkige drijven van de strepen en stelt, als afgezant van de werkelijkheid, tegenover de illusie op het doek de concreetheid van de wereld, die in de kern zelf ook ongrijpbaar blijft.

Bij een Catherine uit 1995 verdiept de kier zich en komt het middenpaneel daadwerkelijk naar voren. Niet ver, een vingerlengte, maar genoeg om het gevoel van een majesteitelijk presentie op te roepen. Die imponeert zonder te overweldigen. Ze wordt namelijk onmiddellijk gerelativeerd door de onzekere substantie waaruit ze is opgetrokken: strepen met pluizige randen. Die strepen zijn onstabiel, ze vloeien in elkaar over of drijven van elkaar weg op een bewegelijke, oceanische onderlaag: kleur.

Stadsranden

Het beeldvocabulaire van Jean-Marc Bustamante (1952), wiens werk de afgelopen jaren ook in het Van Abbemuseum en museum Kröller-Müller te zien is geweest, is aanzienlijk uitgebreider dan dat van Scully. Zijn sculpturen kunnen onder meer bestaan uit gordijnen, glazen vitrines of ijzeren bakken en op zijn foto's zie je boomgroepen of de zanderige gebieden van stadsranden. Maar die concrete dingen bieden bij Bustamante net zo weinig houvast als de zwevende strepen bij Scully.

Dat ligt niet aan een gebrek aan precisie. Integendeel, de sculpturen en foto's maken een zeer precieze indruk zoals ook de opbouw van zijn tentoonstelling dat doet. Deze begint met bomen op foto's en eindigt met een uitzicht op bomen buiten. Alles wat daar tussenin ligt is een zorgvuldige afweging van wat schijn is en wat werkelijkheid.

Wat is werkelijkheid? Zijn die dingen werkelijk die je aan kunt raken of tenminste kunt benoemen? Is een gevoel werkelijkheid? Bustamante stelt die vragen door fijnzinnig te ontregelen. Steeds brengt hij iets naar voren dat bekend aandoet, maar zich vervolgens aan een definitieve benaming onttrekt of de blik een onverwachte kant op stuurt, zoals bij drie geelgroene gordijnen.

Ze hangen dicht op de muur. Hun plooien worden bij de veel te lange zoom door een ijzeren staaf plat gedrukt op de grond. Ze dekken geen venster af, want dat is er niet, maar je denkt er wel aan, zij het nu niet als aan iets waar je door naar buiten kijkt, maar als aan een ding dat ook een 'binnenkant' heeft. Dat is de kant van het interieur, in dit geval de museumzaal. Je zou kunnen zeggen dat de gordijnen de blik van de beschouwer terugkaatsen.

Zulke gedachtengangen komen voortdurend op bij het werk van Bustamante. Binnen en buiten zijn begrippen waarmee hij graag jongleert. De Aquarama's bijvoorbeeld zijn glazen vitrines op hoge, wit gespoten ijzeren poten. Op het glas zijn op verschillende plaatsen met grote bouten en moeren witte platen geschroefd. Maar waar bevindt iedere plaat zich precies? Aan de binnen- of aan de buitenkant van het glas? Reflecties en glimlichten misleiden, maar het verraderlijkste schuilt eigenlijk daar waar je er het minst op beducht bent: bij de bouten en moeren. Die doen zo concreet, solide en betrouwbaar aan dat het even duurt voordat je in de gaten hebt dat ook zij meedoen aan het spel van optisch bedrog en nu eens op het glas zitten en dan weer erachter.

De moeilijkheid om vast te stellen waar iets zich precies bevindt, leidt, net als bij het kijken naar de vissen in een aquarium, tot een gevoel van ongrijpbaarheid en afstand: het ding is daar, ik ben hier. De gewone regel dat alles er is voor ons geldt dan niet helemaal meer: ineens lijkt iets er ook te kunnen zijn voor zichzelf. Het krijgt er een ongewone presentie door, en een ongewone stilte.

Die stilte is totaal op zijn foto's. We zien landschappen die je nauwelijks een plek kunt noemen: groepen bomen en struiken, een zandweg met een muur erlangs. Er gebeurt niets, alles lijkt in een vacuüm te verkeren, de tijd is eindeloos en juist die algehele onbestemdheid maakt de beelden ongenaakbaar.

Maar is dat geen ander woord voor vrijblijvendheid? Wat moeten we met twee grote, geel gespoten ijzeren platen die balancerend op een punt tegen de muur staan? Hun grillige omtrek doet aan boombladen denken, aan getekende harten, een wolk of een plas water. Elegante vormen zijn het, die zich voor meerdere betekenissen lenen en er zich tegelijkertijd aan onttrekken.

VlekkerigToch schuilt juist in die ambiguïteit de grote kracht van Bustamantes werk. Zijn sculpturen brengen aan het twijfelen over betekenissen, maar dat wat de aanleiding is voor die twijfel zijn klare, zeer aanwezige vormen, het soort vorm dat alleen maar kan ontstaan wanneer er veel over is nagedacht, of preciezer, wanneer er veel overbodigs bij is weg gedacht, zoals Matisse heeft gedaan bij zijn knipsels. Je zou ze bijna kernachtig noemen als dat bij zoveel vluchtigheid niet zo tegenstrijdig klonk.

Misschien komt dat kernachtige voort uit de filosofie van Bustamante die aan zijn oeuvre een grote coherentie geeft: het ene werk refereert aan het andere in vorm, materiaal of effect. Die filosofie zal ik maar de filosofie van de voorlopigheid noemen. Hij komt tot uitdrukking in spiegelende oppervlakken, vlekkerig doorschijnende verflagen, binnenkant die buitenkant wordt of andersom, misleidende kleuren, onbestemde plekken, beelden waarbij alles in het vacuüm van een overgangsfase lijkt te verkeren.

Daar hoort ook het 'kerstbomen-bos' bij dat op de tentoonstelling een hele zaal in beslag neemt. Het bestaat uit een groot aantal los staande sculpturen die uit een plaat vlekkerig wit gespoten staal lijken te zijn gestanst. Het zijn geen kerstbomen, ze lijken er zelfs niet op, en toch moet je aan kerstbomen denken als je er tussendoor laveert. Misschien omdat ze zoveel verrassingen te bieden hebben: de bomen zijn zo neergezet dat ze om je heen lijken te draaien als je ertussendoor loopt, de lichtval van buiten speelt er sprookjesachtig overheen en de hoogte is zo dat je je op een prettige manier een groot kind voelt worden - een kind dat voor korte tijd weer samenvalt met de heldere vormen die het ziet.

    • Anna Tilroe