Hoop voor de hop

Frans Post (e.a.): Natuur in Noord-Brabant. Twee eeuwen plant en dier. Het Brabants Landschap, 264 blz. ƒ 60,-

De eeuwenoude lindeboom op de Heuvel in Tilburg werd in 1994 niet geveld omdat hij, zoals werd beweerd, op sterven na dood was maar omdat er onder de plek waar hij stond een fietsgarage moest komen. Waren de juiste maatregelen genomen dan zou de eerbiedwaardige geweldenaar er nu nog hebben gestaan. Meer van dat soort bijzonderheden zijn te lezen in het boek Natuur in Noord-Brabant. Het is uitgegeven door de stichting het Noordbrabants Landschap ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de provincie dat dit jaar wordt gevierd.

Anders dan men van een instantie als deze beschermer van natuur en landschap zou verwachten, is het boek beslist geen aaneengesloten klacht geworden over wat er was en helaas is verdwenen onder de druk van de toenemende 'verstening' in een provincie die eens mensen en bedrijven trok op grond van de toen nog beschikbare ruimte en rust, maar nu langzamerhand dichtgroeit.

Op sommige onderdelen klinkt er zelfs de hoop door dat zich herstelt wat reddeloos verloren leek. De ortolaan, helaas, is waarschijnlijk voor deze provincie verloren. Door de jacht van verzamelaars dreigt de grote weerschijnvlinder, ook wel genoemd de vliegende orchidee, hetzelfde lot te ondergaan. Maar door het wegvallen van de werking van eb en vloed in de Biesbosch kreeg de bijna uitgestorven ijsvogel nieuwe kansen. Ook voor de hop, de prachtig gekleurde vogel met schitterende kam, is nog hoop op terugkeer. Jeroen Bosch schilderde hem op zijn Tuin der Lusten en een tijdgenoot schreef over hem dat hij 'hoer nest in menschen drec' maakte.

Natuur in Noord-Brabant is een oogstrelend boek. Het stemt tot hoop maar vooral tot nostalgie. Men ziet een door de Bossche schilder Frans Slager in 1931 gemaakt schilderij. Waar het nu stad is geworden bewerkt een boer onder de schaduw van de Sint Jan zijn tuin.

Zelfs de jeukplaag die de processierups dit jaar veroorzaakte wordt in het boek aangestipt. Maar ook de noeste jacht die vooral door boeren werd gemaakt op door hen als schadelijk ervaren dieren en planten. 'Zeerarenden, drie in getal, beroofden wekenlang onze velden. Tot drie schoten, welgericht, hen allen nedervelden', zoals staat te lezen onder een plaatje van deze vogel uit 1931. Kostbaar is de lijst van natuurgebieden die in het boek is opgenomen.

'Het trieste einde van de lindeboom in Tilburg symboliseert het gebrek aan respect voor groene cultuurhistorie in stedelijke milieus', om nog maar eens even terug te komen op de plaatselijke barbarij. Het boek besluit aldus: 'De kans is groot dat de samenleving binnen twintig à dertig jaar problemen als verzuring, vermesting en zelfs verdroging onder de knie heeft; dat landbouwgrond is omgezet in natuurgebied; dat rivieren en beken weer vrijelijk hun eigen bedding zoeken en dat steden door een ander groenbeheer uitgroeien tot lusthoven waar het goed toeven is. Tragisch is dat de straks herlevende natuur gevangen zal zijn in dwangbuizen van asfalt.'