Fractieleiders inspecteren Antillen met verborgen agenda

De fractievoorzitters van de vier grote partijen bezoeken de Nederlandse Antillen en Aruba. Een reis met verborgen bedoelingen.

DEN HAAG, 8 NOV. Ze reizen op kousenvoeten naar de West. De big four van het Nederlandse parlement gaan tien dagen naar de Antillen en Aruba om “te luisteren” (Wallage) en doen dat met “harmonieuze bedoelingen” (Wolffensperger), “een lege agenda” (Heerma) en “een open mind” (Bolkestein). Zo verklaren de fractieleiders van PvdA, D66, CDA en VVD voor hun vertrek tegenover deze krant. De diplomatieke voorzichtigheid van de fractieleiders is welbewust. Hun oriëntatiereis is meer dan een werkbezoek ver-van-huis. Het is ook een missie om ter plaatse feitenkennis te verzamelen voor latere beslissingen over de toekomst van de Koninkrijksrelaties. De vraag die voorligt, is of Nederland een grotere bemoeienis moet nemen met de andere landen binnen het Koninkrijk dan wel op beëindiging van de Koninkrijksrelatie moet aansturen.

Bij de Nederlandse politici bestaat ernstige bezorgdheid over de ontwikkelingen op de Antillen. De financiële malaise op de Antillen, die alleen via ingrijpen van het IMF kan worden gekeerd, en meer nog de voortwoekerende drugsconnecties en witwaspraktijken op Aruba, hebben de verhoudingen binnen het Koninkrijk in Nederland weer op de politieke agenda gebracht. Een recent rapport van oud-minister van Justitie mr. J. de Ruiter, waarin een vergaande verloedering van de rechtsstaat op Aruba werd blootgelegd, heeft de ongerustheid nog eens vergroot.

PvdA-fractievoorzitter Wallage: “Wij vragen ons af, kunnen we op deze voet verder? Een ding is zeker: we kunnen daar geen zaken voor onze rekening nemen die we hier niet zouden accepteren.” Wolffensperger (D66): “Ik wil de eilanden veel ruimte laten, maar als zij in Koninkrijksverband willen blijven, moeten ze wel de lusten en de lasten nemen.”

VVD-fractieleider Bolkestein weigert desgevraagd zijn visie te geven. “Ik ken de eilanden niet”, zo rechtvaardigt hij zijn zwijgen. Het was dezelfde Bolkestein die enkele maanden geleden hardop filosofeerde over het verstoten van Aruba. “Als Aruba zijn eigen gang wil gaan is dat voor de VVD bespreekbaar. Maar dan niet binnen het Koninkrijk”, zei hij in september bij de Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer. Eerder waarschuwde hij al voor het afglijden van de Antillen. “Suriname is nu vervallen tot een roversnest. Willen wij dat nou ook met de Antillen laten gebeuren?”, vroeg hij zich begin dit jaar in een vraaggesprek in deze krant af.

Op de Antillen werden zijn uitlatingen als een provocatie ervaren; zijn collega-fractieleiders zagen hun opzet om de toekomst van de Koninkrijksrelatie te 'depolitiseren' in de war geschopt. Want hadden zij, de leiders van de drie coalitiepartijen en de leider van de grootste oppositiefractie, niet net besloten gezamenlijk één lijn uit te zetten?

Sommige kwesties lenen zich niet voor partijpolitieke twist, die verdienen een nationale aanpak. De fractieleiders hadden hierover, dachten zij, overeenstemming. Mochten zij na hun fact finding-missie tot overeenkomstige conclusies komen, dan biedt dat 'rugdekking' voor besluitvorming op ministersniveau. Misschien nog niet in deze kabinetsperiode, maar dan wel bij de volgende kabinetsformatie in Den Haag. Want een formatie is in de Nederlandse politieke cultuur traditioneel hét moment voor het maken van ingrijpende afspraken.

In de kring van de fractieleiders worden grofweg drie varianten onderscheiden voor de toekomstige verhoudingen met de Antillen en Aruba. De eerste is die van een provincie van Nederland, 'de eilanden' als een departement d'outre mer, zoals de Fransen dat kennen. Dus niet langer autonomie, maar een positie als dertiende provincie van Nederland.

Tegenover dit model staat, als andere uiterste, versnelde onafhankelijkheid van de Antillen en Aruba via beëindiging van de Koninkrijksrelatie: het model-Bolkestein.

Tussen deze twee uitersten staat als derde optie de lijn van 'orde op zaken stellen' via het Koninkrijksstatuut. Het Statuut geeft de Koninkrijksregering de ruimte in te grijpen op terreinen die het functioneren van de rechtsstaat betreffen (deugdelijk bestuur, deugdelijke rechtspraak en handhaven van de rechten van de mens). Deze aanpak lijkt redelijker dan de andere modellen, maar is desalniettemin nog nooit toegepast. Behalve dat er volgens de letter van het Statuut sprake moet zijn van 'ontwrichting van de samenleving' is er nog een handicap: ingrijpen vanuit Nederland zal op de Antillen snel als 'een koloniale ingreep' worden gezien. Nederland heeft eerder wel 'hoger toezicht' - een vorm van financiële curatele - toegepast, zoals in 1992 op Sint Maarten, toen het bestuur van het eiland niet functioneerde.

Onder Antillen-specialisten worden de uitersten (de Antillen als provincie of op eigen benen) beschouwd als “simplistische hemelfietserij”. Tegen het loslaten van 'de eilanden' bestaan volkenrechtelijke bedenkingen (een volk kan niet tegen zijn eigen wil worden afgestoten) en diplomatiek/politieke bezwaren (de VS wensen geen nieuwe mini-staatjes in het Caraïbische gebied). Het provincie-model werkt wellicht in de Franse traditie van centralistisch bestuur, maar is in de Nederlandse decentrale bestuurscultuur moeilijk te plaatsen, zeggen de deskundigen.

De fractieleiders gaan om te luisteren, maar keren daarna terug om te oordelen. Zo is althans de bedoeling. Antillen-specialisten hier en in de West voorspellen echter dat de Nederlandse fractieleiders gerede kans lopen om 'ingepakt' te worden volgens de regels van de zogeheten Knoekoepolitiek. Die politiek komt er op neer dat de gastheer zijn gasten met alle egards behandelt, hartelijk 'ja' zegt, maar vervolgens onverstoorbaar zijn eigen gang gaat. Die politiek kent op de Antillen een lange traditie en heeft in het verleden wel vaker succesvol gewerkt bij Nederlandse bezoekers.

    • Kees van der Malen