EU laat twistpunt over stabiliteitspact even rusten

BRUSSEL, 8 NOV. De ministers van Financiën van de Europese Unie slagen er voorlopig niet in om het eens te worden over een stabiliteitspact. Zo'n pact is bedoeld om landen die tot de Economische en Monetaire Unie toetreden te dwingen tot een strenge begrotingsdiscipline.

Verwacht wordt dat de ministers tijdens een bijeenkomst maandag in Brussel hun belangrijkste meningsverschillen voorlopig zullen laten rusten.

Het belangrijkste twistpunt is de vraag of de uitzonderlijke omstandigheden waaronder geen sancties worden opgelegd aan een land dat tijdelijk niet aan de vastgestelde EMU-normen voldoet, nauwkeurig moeten worden omschreven. Die EMU-normen betreffen onder anderen de maximale hoogte van het financieringstekort en de omvang van de overheidsschuld.

De Duitse minister van Financiën Waigel weigert met vage omschrijvingen van de 'uitzonderlijke omstandigheden' genoegen te nemen. Hij wordt daarbij onder meer gesteund door Nederland. Groot-Brittannië, dat door een groot aantal lidstaten wordt gesteund, is voor een minder strenge aanpak.

Maar Duitsland geeft geen millimeter toe. De Europese Commissie besloot vorige maand bij de presentatie van haar voorstel voor een stabiliteitspact zich niet vast te leggen op een nauwkeurig omschrijving van de 'uitzonderlijke omstandigheden'. Dat was een moeilijk besluit. De vergadering van de Commissie duurde anderhalf uur langer dan gepland. Maar sindsdien verklaart Europees Commissaris Yves-Thibault de Silguy, verantwoordelijk voor financiële zaken, onvermoeibaar tegen iedereen die er naar vraagt dat nauwkeurige omschrijvingen geen zin hebben. De omvang van de 'uitzonderlijke omstandigheden' vastleggen is volgens hem overbodig. Cijfers over maximaal aanvaardbare overschrijdingen van de EMU-normen zijn volgens deze rekenmeester altijd arbitrair.

Verwacht wordt dat de Europese ministers van Financiën maandag niet eens over de kwestie zullen praten. In Brussel wordt er rekening mee gehouden dat de Europese staats- en regeringsleiders tijdens hun topbijeenkomst in december in Dublin ook niet volgens het oorspronkelijke plan tot het vaststellen van het stabiliteitspact over kunnen gaan, omdat Duitsland onverzettelijk blijft. Dan komt de kwestie op het bord te liggen van Nederland, dat het eerste halfjaar van 1997 voorzitter van de Europese Unie is.

Duitsland, dat zo strikt mogelijk wil vasthouden aan de in het Verdrag van Maastricht vastgelegde EMU-normen, heeft de mogelijkheid geopperd dat een stabiliteitspact ook alleen gesloten kan worden tussen de landen die zich in 1998 voor de EMU kwalificeren. Maar voorlopig hopen diplomaten erop dat de tijd betere oplossingen zal brengen.

Over de vraag hoe rekbaar de EMU-normen zijn, is nog een ander conflict gerezen. Duitsland heeft, gesteund door Nederland, binnen het Europese bureau van de statistiek Eurostat grote bezwaren geuit tegen de beslissing om de geplande eenmalige bijdrage aan de Franse schatkist in 1997 van 37,5 miljard francs door France Telecom te aanvaarden als een bijdrage aan de verlaging van het Franse financieringstekort. Duitsland heeft echter de meerderheid van de vertegenwoordigers van de lidstaten niet kunnen overtuigen. De Europese Commissie heeft het standpunt van Eurostat overgenomen. Daardoor lijkt het moeilijk om iets dergelijks te weigeren aan Italië, dat soortgelijke eenmalige posten op de begroting voor 1997 heeft staan die momenteel nog door Eurostat worden onderzocht.

Verwacht wordt dat de Duitse minister Waigel maandag samen met de andere Europese ministers van Financiën het standpunt van de Europese Commissie in deze zaak voor kennisgeving zal aannemen. Wacht maar tot eind volgend jaar, is de redenering. Dan zal niet op basis van een begroting, maar op basis van de werkelijke inkomsten en uitgaven in 1997 en de begroting voor 1998 worden bekeken welk land zich kwalificeert voor deelname aan de EMU.

Als het opvoeren van het geld van France Telecom bij de begroting voor 1997 geen structurele bijdrage levert aan de vermindering van het Franse financieringstekort en de vermindering van de Franse overheidsschuld, zal het dan blijken.

De optimistische beoordeling door de Europese Commissie van de mate waarin de EU-lidstaten zich opmaken om te voldoen aan de EMU-normen, zouden gekleurd zijn door de politieke wens om van de EMU een zo groot mogelijk succes te maken. De kritischer analyse van de positie van de landen door het Europees Monetair Instituut, dat vindt dat te traag wordt gewerkt aan vermindering van begrotingstekorten, zou realistischer zijn.

Maar wie bij het ene punt kritisch oordeelt over het politieke gebruik van cijfers door de Europese Commissie, kan daar tegelijkertijd bij een ander punt zeer tevreden over zijn.

De Commissie heeft de verwachting voor de economische groei van Italië met een procent naar beneden bijgesteld, terwijl van de andere lidstaten van de EU juist een hogere groei wordt verwacht. Italië oefent op het ogenblik grote druk uit om toegelaten te worden tot het Europees Monetair Stelsel (EMS), dat het in 1992 verliet.

Het beschouwt het EMS als voorportaal van de EMU, waarvoor het zich wil kwalificeren met begrotingsmaatregelen waarvan Eurostat en de Europese Commissie op het eerste gezicht niet zeker zijn of ze aan de spelregels voldoen.

    • Ben van der Velden