De nominabelen

Richard Todd: Consuming Fictions. The Booker Prize and Fiction in Britain Today. Bloomsbury. 340 blz., ƒ 14,95

Even raden: Wie won dit jaar de AKO Literatuur-prijs? En naar wie gingen de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs? Tien tegen één dat u de eerste vraag goed beantwoordt (Frits van Oostrom voor zijn Maerlants Wereld) en de tweede en derde niet. De P.C. Hooftprijs is dit jaar naar H.C. ten Berge gegaan, zegt iemand op de redactie die héél veel van boeken moet weten met grote stelligheid. Als ik het onderwerp aan het secretariaat van de P.C. Hooftprijs voorleg, het Letterkundig Museum in Den Haag, kan de mevrouw die de telefoon aanneemt, me zelfs niet met zekerheid zeggen of er dit jaar eigenlijk al een winnaar is. 'Degene die dat weet, is meneer Aad Meinderts, maar die is op dit moment met lunchpauze.'

De P.C. Hooftprijs leeft niet erg, zelfs niet in haar natuurlijke voedingsbodem Den Haag. De twee commerciële literatuurprijzen die Nederland kent hebben de meer klassieke prijzen de laatste jaren in bekendheid overvleugeld. Ondanks de problemen waarmee de uitreiking van de Libris- en de AKO-prijs steeds weer gepaard gaan, kan niemand eromheen. Of het nu verdenkingen van partijdigheid zijn bij de jury, een juryvoorzitter die kritiek op sommige inzendingen levert, een onleesbaar boek dat wint, een actiegroep die een bomaanslag aankondigt, of een organisatiebureau dat de notulen van de juryvergadering met een vriendelijk briefje naar de pers doorstuurt - niets lijkt de prijzen nog stuk te kunnen krijgen. Het boek van Van Oostrom ligt met stapels bij de boekhandel en het kan niet missen of het wordt hèt geschenk van dit boekennajaar, naast de winnaar van de publieksprijs van dit jaar, De vriendschap van Connie Palmen.

In Engeland gaat het niet veel anders. Uit een vorige maand verschenen studie van de Engelse literatuuronderzoeker Richard Todd blijkt dat moeilijkheden bij het aanwijzen van een winnaar ook daar geen enkele hindernis zijn voor het aanzien van een prijs. Sterker nog: de invloed van de Bookerprijs is ten nauwste verbonden met de bekendheid die de prijs juist dankt aan ruzies en schandalen. Een schrijfster als Pat Barker, die de prijs waarschijnlijk niet voor haar laatste boek krijgt maar voor een reeks samenhangende boeken, een gedoodverfde winnaar als Martin Amis die elk jaar weer wordt gepasseerd, plus natuurlijk de gebruikelijke ondeugende juryleden die uit ijdelheid uit de school klappen, vriendjespolitiek bedrijven of aftreden.

Geen prijs zonder affaires, maar ook: zonder affaires geen prijs.

Des te wonderlijker is dat de Bookerprijs in Engeland steeds meer gezag heeft gekregen. Todds boek laat zien hoe de 'canon' van de moderne Britse literatuur, de lijst met boeken die er uit literatuur-historisch oogpunt toe doen, in toenemende mate samenvalt met de groep schrijvers die ooit de Bookerprijs hebben gewonnen, danwel daar één of meer keren voor genomineerd zijn geweest: Salman Rushdie, Michael Ondaetje, Barry Unsworth, Ian McEwan, Ben Okri, Martin Amis, Timothy Mo, Margaret Atwood, J.G.Ballard, Peter Carey, A.S. Byatt, Kazuo Ishiguro, ze hebben allen wel eens op een van de lijstjes gestaan.

Richard Todd onderscheidt in zijn boek nu zelfs al een derde categorie boeken: die waarvan men had verwacht dat ze op de shortlist zouden komen, met als belangrijkste voorbeelden London Fields van Martin Amis en The Innocent van Ian McEwan. Naast winnaars en genomineerden is er in het vak aandacht gekomen voor 'nominabelen' voor een prijs.

In Nederland lijkt zich de laatste jaren iets soortgelijks te voltrekken. Wie twijfelt er na het winnen van een commerciële prijs nog aan het belang van schrijvers als Marcel Möring, J. Bernlef, Margriet de Moor, Thomas Rosenboom of P.F. Thomése?

Daar komt bij dat een prijs altijd een aardig bedrag oplevert om rustig aan een volgend boek te kunnen schrijven. Op het moment dat bekend werd dat de Engelse schrijver Graham Swift dit jaar de Bookerprijs had gewonnen met zijn boek Last Orders, mocht hij zich meteen een paar ton rijker noemen. Volgens ingewijden in het Britse boekenvak kan de winnaar er zeker van zijn dat er de komende maanden meer dan 100.000 boeken van hem worden verkocht. De inmiddels verschenen paperback zal wegvliegen en de roman zal zo snel mogelijk in een groot aantal landen worden vertaald. Het bedrag dat hij daarmee verdient moet het toch al niet geringe bedrag van de prijs, 20.000 pond, vele malen overtreffen. Eén miljoen gulden lijkt nog een zeer lage schatting.

In Nederland hebben de meeste winnaars van de AKO- en Libris-prijzen de laatste jaren al evenzeer op een verveelvoudiging van hun prijzengeld mogen rekenen. Van Margriet de Moors Eerst grijs dan wit dan blauw en Marcel Mörings Het grote verlangen werden na de bekroning vele tienduizenden exemplaren extra verkocht. Geld genereert geld, zoals de econoom zou zeggen.

De enige voorwaarde is dat een winnend boek zich enigszins voor een groter publiek leent. Nadat Louis Ferron de AKO-prijs had gewonnen met zijn Karelische nachten zijn er wel wat extra boeken verkocht, maar echt rijk is hij van die verkoop niet geworden. Hetzelfde geldt voor Alfred Kossmanns Huldigingen, dat dit jaar de Libris-prijs won.

Directeur Henk Kraima van de CPNB, die de jaarlijkse Publieksprijs organiseert, weet dat zowel van Tessa de Loo's De Tweeling als van Hella Haasse's Heren van de thee meer dan 25.000 exemplaren extra werden verkocht toen bekend was geworden dat ze de publieksprijs hadden gewonnen. Van het boek In een sluier gevangen van Betty Mahmoody dat de prijs in 1992 won, werden door de bekroning zelfs 40.000 exmplaren extra omgezet. 'Toen het boek de prijs won, lag de verkoop vrijwel stil. Er gingen nog slechts 100 exemplaren per maand de deur uit. Daarna zag je het overal weer liggen.'

Minder gebruikelijk is het tot nu toe dat een Nederlandse auteur na het winnen van een literaire prijs meteen een groot voorschot voor zijn volgende werk vraagt. In Engeland is dat, zoals Todd aantoont, vaste praktijk geworden. Nadat Swifts derde boek Waterland in 1983 voor de Bookerprijs genomineerd was geweest, werd hij meteen als zo'n grote belofte gezien dat hij volgens Todd voor zijn volgende boek Out of this world een voorschot van 125 duizend pond kon krijgen.

Prijswinnaars worden zo, desnoods ongelezen, bestseller-auteurs. Hun boek krijgt door de kosten die ervoor zijn gemaakt automatisch een grote publiciteitscampagne, en zo komt het vanzelf op enkele top-tien-lijsten terecht. En ook elk volgend boek kan, ongeacht de inhoud, op een publiek rekenen.

Een gunstig effect van de prijzen, schrijft Todd, is dat door de prijzen de aandacht van het publiek voor literatuur in het geheel is toegenomen. Voor de prijs tot bloei kwam, waren de oplages van literaire bestsellers aanzienlijk lager dan daarna.

Bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs is het zo langzamerhand traditie geworden om de prijs af te zetten tegen de gesponsorde prijzen. Maar misschien zou de jury zich toch eens de les van de Bookerprijs ter harte moeten nemen. Na de strijd om Brandt Corstius tien jaar geleden wordt het tijd voor een nieuwe en volwassen affaire.