Conservator Jan Hoet werd politicus om geld voor Gents museum; 'Hier wordt energie samengebald'

Het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent krijgt eindelijk een eigen onderkomen, in een voormalig casino. Over twee jaar gaat het pas open, maar conservator Jan Hoet organiseert nu al een manifestatie in de nabijgelegen oude jaarbeurshallen.

GENT, 8 NOVEMBER. Na veertien jaar touwtrekken is het hem eindelijk gelukt. De Gentse conservator Jan Hoet heeft zijn Gentse Casino veroverd. Breed gebarend loopt hij door de ruimten die straks zijn nieuwe museum vormen. Sommige zalen zijn al klaar. Buiten werken nog slopers om de metamorfose van casino naar museum definitief gestalte te geven. “Ik wil de mensen straks een kick bezorgen, ik wil ze in extase brengen”, zegt Hoet opgewonden, en opgewonden is hij vaak.

In 1994 dachten zijn vrienden even dat hij volstrekt gek was geworden. Want Hoet, samensteller van de Documenta 1992, had besloten christen-democratisch politicus te worden voor de Vlaamse CVP, die bekend staat om zijn normvastheid. De verklaringen die Hoet gaf voor zijn politieke ambities klonken weinig overtuigend. Maar achteraf gezien moet deze politieke zet Hoets laatste en tevens succesvolle poging zijn geweest om in Gent zijn eigen Museum van Hedendaagse Kunst van de grond te krijgen. Sinds 1975, toen Hoet conservator werd, is datzelfde Museum van Hedendaagse Kunst tijdelijk ondergebracht in een deel van het Museum van Schone Kunsten.

Het casino en de oude jaarbeurshallen, liggen pal tegenover deze tijdelijke museale huisvesting. Een van die hallen, een ruimte van vierduizend vierkante meter die straks dienst doet als depot voor het museumbezit, is al gereed. Daarnaast is een er hal, 24.000 vierkante meter groot, waarvan Hoet de buitenmuur wil laten wegbreken, zodat de ruimte in directe verbinding komt te staan met het omringende park. Hij wil ook bomen in de hal planten, die door het dak mogen groeien. Bij regen moet die hal gaan functioneren als expositieruimte met douches.

Het eigenlijke nieuwe museum, een vloeroppervlak van 850 vierkante meter, wordt gehuisvest in het voormalige casino. Het opent in november 1998 met een tentoonstelling van drie Belgische kunstenaars, Jan Fabre, Luc Tuymans en Thierry de Cordier, van wie al menig werk in de collectie aanwezig is. De kosten van zo'n vijftien miljoen gulden betalen de stad Gent, de Vlaamse Gemeenschap en particuliere sponsors, die na jaren afzijdigheid ook plotseling in de ban zijn geraakt van Hoets project.

Hoet, die zich de afgelopen tijd opvallend stil hield, wil niet wachten tot de opening van zijn nieuwe museum. Hij gaat zaterdag al met de opening van een tentoonstelling zijn triomf van vele jaren vasthoudendheid vieren. In de voormalige jaarbeurshallen zal hij een grootscheepse manifestatie houden, waaraan jonge kunstenaars uit zeventien landen meewerken. De manifestatie heet 'de Rode Poort', naar de entree-kleur van het desbetreffende depot. Het moet een uitzonderlijk feest worden, waarbij Chinese kunstenaars voor vuurwerk zorgen en de Gentse politie op motoren met sirenes een performance van kunstenaars dient te begeleiden. Tot de jonge Nederlandse kunstenaars die aan de manifestatie deelnemen, behoren David Bade, Ed Gebski en Guido Geelen. “Hier wordt energie samengebald”, lacht Hoet. “Zeker 25.000 mensen zullen zaterdag naar deze open dagen komen. Wat hier te zien is, zal van mond tot mond gaan. Men zal hierheen gedreven worden uit nieuwsgierigheid naar wat jonge kunstenaars verrichten.”

De totstandkoming van dit nieuwe museum is een bijna surrealistische geschiedenis. Begin jaren tachtig al kreeg Hoet voor zijn casino-idee de medewerking van het Gentse gemeentebestuur. Na veel discussie werd een open wedstrijd voor architecten uitgeschreven. Maar de Belgische Nationale Orde van Architecten tekende bezwaar aan; de wedstrijd voldeed niet aan de geldende regels. Het gemeentebestuur weigerde aanpassingen te doen en het museumplan ging niet door.

Een nieuw voorstel werd later om financiële reden door het socialistisch-liberale stadsbestuur afgewezen. En in 1994 - Jan Hoet zat inmiddels dankzij veel voorkeurstemmen in de Gentse gemeenteraad - toen de liberalen geheel tegen de verwachtingen in niet voldoende steun voor hun kandidaat-burgemeester kregen, kwam er een socialistische burgemeester en een jonge socialistische wethouder van cultuur. Zij hadden reden om Hoet dankbaar te zijn. Ze stelden hem voor de keuze: zijn raadszetel innemen of conservator (gemeenteambtenaar) blijven. Beide functies kon niet.

Hoet koos voor het laatste, op voorwaarde dat hij zijn nieuwe museum zou krijgen. Het nieuwe gemeentebestuur besloot daarna, gesteund door de christen-democratische oppositie, voor het nieuwe museum geld ter beschikking te stellen. De Vlaamse Gemeenschap en de sponsors kwamen ook over de brug. En zo kan Jan Hoet nu zijn casino binnentrekken.

    • Ben van der Velden