Clinton en Jeltsin geven hoop voor eurocomplexen

Bill Clinton heeft de verkiezingen gewonnen, Boris Jeltsin heeft zijn operatie, naar het zich laat aanzien, goed doorstaan. De twee polen waartussen Europa zich beweegt, zijn deze week herbevestigd. Het had slechter gekund. Een prolongatie van Jeltsin wijst in de wenselijke richting van verdere hervormingen.

De sluikse greep naar de macht die het grote Russische zakenleven tijdens de afwezigheid van de president heeft gedaan, komt Jeltsin niet ongelegen. De nieuwe rijken hebben zo bezien een overzichtelijkere agenda dan alle andere door het tijdelijke machtsvacuüm in het Kremlin gefascineerden. Dat geldt ook of misschien wel speciaal voor de weggestuurde Lebed - die zijn nut voor de stabiliteitspolitiek had overleefd.

De reacties in Europa op beide gebeurtenissen - de verkiezingen in Amerika en de medische ingreep bij Jeltsin - tonen een historisch bepaalde reflex. Hoewel de kant die Rusland opgaat van grotere betekenis is voor de toekomst van Europa dan het type president dat op een bepaald moment in het Witte Huis zetelt, wijst de maat van de belangstelling voor de eindfase van de race tussen Clinton en Dole in een andere richting. Het is overigens nog maar de vraag of een andere uitslag voor Europa veel verschil had gemaakt.

Bob Dole mag als kandidaat en campagnevoerder zijn mislukt, hij komt voort uit de veeljarige Atlantische traditie waarbinnen alle Amerikaanse regeringen sinds de Tweede Wereldoorlog hebben geopereerd. Opeenvolgende presidenten van verschillende signatuur heeft hij als invloedrijk senator bijgestaan om hun beleidsinitiatieven zo ongeschonden mogelijk door het Congres te loodsen. Dole is geen ideoloog. Hij was een politicus van het compromis, van op resultaat gericht pragmatisme. Hoewel van een andere achtergrond, een man die vermoedelijk naar het evenbeeld van de behoedzame Bush zou hebben geopereerd.

De president is, om te overleven, geneigd zijn huik naar de wind te zetten. Daarvan zijn er nogal wat voorbeelden. De opvallendste is geweest zijn vermogen om delen van het Republikeinse programma over te nemen, zonder zijn eigen aanhang te verliezen, om op die manier Dole de pas af te snijden. President Kennedy zei het al: liberals (progressieven) hebben geen alternatief.

In de internationale politiek heeft zijn beweeglijkheid Clinton veel kritiek opgeleverd. Het gangbare verwijt is dat hij eigenlijk geen politiek heeft en van crisis naar crisis strompelt. Maar die constatering komt vermoedelijk voort uit gezichtsbedrog.

Zeker is dat Clinton in de eerste jaren van zijn presidentschap veel heeft moeten leren. Zijn adviseurs die hij uit Arkansas naar Washington had meegenomen, waren evenmin gekwalificeerd als de president zelf. Zijn veiligheidsadviseur, Tony Lake, bleef op de achtergrond. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Christopher, beschikte over de nodige ervaring, maar bleek niet de man die groeit on the job. Daarvoor ontbrak het de bewindsman, die nu zijn vertrek heeft aangekondigd, aan instinct.

Christophers vergeefse reis naar Peking begin 1994, zijn vergeefse pogingen de Syriër Assad tijdens zijn vele visites wezenlijk bij de vrede in het Midden-Oosten te betrekken en, onlangs, zijn verlate reis door Afrika die wel het Franse ongenoegen opwekte, maar verder weinig opleverde, tekenen de man die er onvoldoende in slaagde Clintons zwakste flank af te dekken.

Maar dat alles wil niet zeggen dat Clinton geen buitenlandse politiek had of heeft - alhoewel daarin wel enkele contradicties zijn aan te wijzen. Wie goed kijkt, ziet vooral continuïteit. Voortzetting van de China-politiek van Nixon, Carter en Bush, voortzetting van de Ruslandpolitiek van Bush, voorrang voor het Atlantische bondgenootschap, voor de betrekkingen met Japan en voor de trouw aan Israel. Alles historisch verantwoord.

De strategen onder de waarnemers, met hun hang naar visionaire helderheid, zien dit dikwijls over het hoofd. De afwijkingen, voortkomend uit opportunisme, uit verwarring of gewoon uit stommiteit, ontnemen maar al te gemakkelijk het zicht op de onderliggende hoofdstroom. Clinton is niet de eerste president die wordt geconfronteerd met ontsporingen, veroorzaakt door overmoed of door een riskant verlangen alle adviseurs en alle lobby's tegelijk tevreden te houden.

Natuurlijk is niet alles gezegd met continuïteit. De politiek op lange termijn moet worden afgestemd op de dingen van de dag. De menselijke tragedie die zich voltrekt in het gebied van de Grote Meren in het hart van Afrika vraagt om praktische oplossingen die niet als vanzelf ontspringen aan strategische concepten.

Hetzelfde geldt voor het terugbrengen van de bevolkingsgroepen van voormalig Joegoslavië naar evenwichtige onderlinge verhoudingen die de nieuwe staten een rechtmatige plaats verschaffen in een stabiele regio. De eigenzinnigheid van Israel dreigt een ontwikkeling te torpederen die hoop gaf voor het door oorlogen geteisterde Midden-Oosten.

Zelfs de oude bondgenoten maken het Amerika moeilijk met hun nieuwe en op zichzelf gezonde zelfverzekerdheid. Hier moet worden voorkomen dat uiteenlopende handelsbelangen het bondgenootschap ondermijnen. Het Amerikaanse Congres ontbeert in deze kwesties subtiliteit. Van Europa en van het Witte Huis mag de inventiviteit worden verlangd die een crisis in de onderlinge betrekkingen voorkomt.

Europa heeft de steun van Amerika nog altijd hard nodig. Denkbeelden over een eigen defensie-entiteit, gesteund op een soeverein, in Europa verankerd, kernwapen, zijn interessant voor gespecialiseerde symposia en voor beschouwingen in prestigieuze periodieken. Maar de gebeurtenissen in ex-Joegoslavië, de genocide op en ontworteling van honderdduizenden in voormalige Europese koloniën in Afrika tonen de onmacht van Europa, of - nauwkeuriger - van de verzamelde Westeuropese staten. De Verenigde Staten kunnen niet worden gemist, niet bij het beteugelen van Irak, het verzekeren van vrede tussen Israel en de Arabieren, bepaald niet bij het dempen van onlusten op het Europese continent zelf.

Gedurende de tweede en laatste termijn van Clinton moet er duidelijkheid ontstaan over de plaats van Oost-Europa tussen het Westen en Rusland in. Rusland moet betrokken blijven bij het Oosteuropese complex. Dat heeft de president ingezien en dat heeft hij toegezegd. Met Jeltsin in het Kremlin zal het Clinton gemakkelijker vallen dan met enig andere voorstelbare Russische leider. De voorbije week heeft een bevredigende regeling dichterbij gebracht.

    • J.H. Sampiemon