Bouwdoos voor de Schilderswijk; Jo Coenens ontwerp voor de Vaillantlaan in Den Haag

Om te voorkomen dat een deel van de Haagse Schilderswijk door de stadsvernieuwing zou veranderen in een opgeknapte lappendeken, verzocht het stadsbestuur architect Jo Coenen een plan te maken om de eenheid te bewaren. “De bijna voltooide Vaillantlaan doet zich nu voor als een weldadige grootsteedse eenheid.”

Diverse auteurs: Jo Coenen en de Vaillantlaan. Een nieuwe visie op stedebouw en stadsvernieuwing. Uitg. NAi uitgevers, 85 blz. Prijs ƒ 39,50.

Hoe armoedig ook, stadsdelen als De Pijp in Amsterdam of de Schilderswijk in Den Haag hebben een zekere bekoring. Op zichzelf zijn de huizen niet bijzonder. Snel en goedkoop gebouwd zijn ze, meestal door speculanten die in de vorige eeuw een kavel kochten om vol te zetten met zoveel mogelijk woningen. Maar ondanks de veelheid aan eigenaren kenden zulke speculatiewijken een aangename eenheid. De ontwerpers maakten gebruik van steeds dezelfde elementen: het belangrijkste bouwmateriaal was baksteen, en de gevels kregen kroonlijsten en werden voorzien van classicistische elementen als sluitstenen of witte speklagen die aan de Hollandse renaissance herinnerden. Zo kregen deze armoedzaaierswijken toch waardigheid.

Daar bleef in de loop van de twintigste eeuw niet veel van over. Armoede kreeg de overhand en deed de negentiende-eeuwse wijken verkrotten. De stadsvernieuwing, die in de jaren zeventig begon, liet deze armoede weliswaar uiterlijk verdwijnen, maar bracht niet de eenheid en waardigheid terug. Niet alleen weken de oude huizen voor blokken met, naar de mode van die tijd, vaak gekleurd pleisterwerk en platte daken, maar ook het stratenpatroon werd veranderd. De straten werden slingerend, er ontstonden pleintjes en woonerven.

In het midden van de jaren tachtig keken velen met verbijstering naar de resultaten van de stadsvernieuwing. De Schilderswijk was een lappendeken geworden, zoals het in het onlangs verschenen boek Jo Coenen en de Vaillantlaan heet. Onder bestuurders als Adri Duijvenstein, de toenmalige Haagse wethouder voor stadsvernieuwing en zelf opgegroeid in de Schilderswijk, ontstond een verlangen naar de verloren gegane eenheid. Voor de Vaillantlaan, die nog moest worden opgeknapt, formuleerde de Dienst Stadsontwikkeling Grondzaken van Den Haag daarom een aantal uitgangspunten die moesten leiden tot minder verbrokkelde stadsvernieuwing. De laan moest een echte, brede laan worden met 'stedebouwkundige kwaliteit'. Alle bestaande bebouwing, 1100 woningen, moest worden gesloopt en er zouden minder winkels terugkeren dan op de oude Vaillantlaan.

Jo Coenen, nu (maar toen nog niet) vooral bekend van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam, werd in 1987 gevraagd om gestalte te geven aan deze ambities. Coenen ontwierp een laan die begint met een groot plein, vervolgens kaarsrecht door de Schilderswijk dendert, dan een flauwe bocht maakt en ten slotte weer recht doorloopt. Hij voorzag aan twee zijden van de laan bomen waarachter lange woonblokken van vier lagen op zouden doemen. Kruispunten moesten worden geaccentueerd met een paar extra woonlagen.

Gevelelementen

Maar niet alleen aan deze globale regels hadden de afzonderlijke architecten van de nieuwe woonblokken zich te houden. Het opzienbarendste en unieke onderdeel van Coenens plan was de bouwdoos die hij maakte voor de gevels van de gebouwen. Maar liefst 3700 gevelelementen verzon Coenen voor zijn schitterende bouwdoos: zij moesten waarborgen dat de blokken langs de Vaillantlaan zonder precies omschreven regels toch een veelheid in eenheid of eenheid in veelheid werd. Wat ontwerpers vanzelf deden in de negentiende eeuw, toen classicistische stijlmiddelen nog algemeen waren aanvaard, wilde Coenen zijn twintigste-eeuwse collega's zonder een gemeenschappelijke stijl opnieuw laten doen.

In het boek Jo Coenen en de Vaillantlaan is te lezen hoe het verder ging met het plan. De gemeente Den Haag had 12.000 gulden extra over voor elke woning aan de Vaillantlaan, maar aarzelingen van woningbouwverenigingen, aannemers, bouwmateriaalondernemingen en nieuwe lokale politici maakten uitvoering van het ambitieuze plan moeilijk. Het is dan ook een wonder hoeveel er uiteindelijk toch nog van terecht is gekomen. Coenens bouwdoos op werkelijke schaal bestaat weliswaar niet uit 3700, maar uit een veel kleiner aantal geprefabriceerde elementen. Maar de variatie die architecten als Lafour & Wijk en Hoenders Dekkers ermee hebben bereikt is verbluffend. Over de hele lengte van de meer dan een kilometer lange laan duiken ze in steeds weer andere samenstellingen op - de rode bakstenen, de kolommen, plinten, kroonlijsten van beton en vooral de diepe raamomlijstingen, waarmee sommige architecten overigens moeite hadden, omdat ze de achterliggende woningen onnodig donker maakten. En toch doet de bijna voltooide Vaillantlaan zich nu voor als een weldadige grootsteedse eenheid. De nieuwe Vaillantlaan steekt de oude zelfs naar de kroon. De nieuwe is meer dan een herhaling van de oude en vormt een waardiger en monumentaler decor van het in de Schilderswijk nog steeds harde dagelijkse leven.

De kritiek op Coenens Vaillantlaan ligt voor de hand. Achterhaald en reactionair, kan men zijn ontwerp noemen, niet passend in deze tijd van fragmentatie en digitalisering. Zelf het verwijt van Mussolini-architectuur is al gehoord, vooral wegens de diepe, dunne raamomlijstingen die ook zo vaak werden gebruikt in de vooroorlogse Italiaanse architectuur. Maar onder Mussolini is prachtige architectuur tot stand gekomen. En wie de hele dag al zapt en wordt gebombardeerd met beelden en informatie wil dit op straat waarschijnlijk niet nog eens herhaald zien. De nieuwe Vaillantlaan geeft rust in een jachtige tijd.

    • Bernard Hulsman