Werk van zeven Zaïrese straatschilders in Charleroi; Bonte, maar verstikkende en verwoestende vrolijkheid

Tentoonstelling: Bomoi Mobimba - Toute La Vie, werk van Zaïrese schilders uit de verzameling Lucien Bilinelli (Brussel) in het Palais des Beaux-Arts, Place du Manège, Charleroi. T/m 22/12. Open: di t/m zo, 10-18u. Franstalige catalogus: 980 Bfr.

Een man tot zijn honden: 'Luister eens mijn beestjes, de economische conjunctuur van de tweede republiek laat niet toe dat jullie onderhouden worden. Scheer jullie weg.' Waarop de honden, tranend van verdriet: 'Snik... maar meester, we zijn er toch voor u. Waarom laat u ons zo in de steek? Waar moeten we heen?'

Deze opgeschroefde poppenkast-dialoog komt niet uit het theater, maar staat in het Frans te lezen op een schilderij. Een man zit aan tafel, terwijl rechts in beeld zijn honden zich bedelend tot hem wenden. Op de achtergrond zien we een deuropening, met daarboven het opschrift Article '15' - een toespeling die ongetwijfeld verband houdt met dit sociale melodrama tussen hond en mens. Onderaan rechts is het doek gesigneerd: Maître Syms Kin-Zaire '92.

In principe heeft dit schilderij van Maître Syms, schilder uit de straten van de Zaïrese hoofdstad Kinshasa, alles om een schoolvoorbeeld van trivialiteit te zijn. Het vertelt een verhaaltje, het is boodschapperig en het levert op een kinderlijk expliciete manier commentaar op de sociale en politieke situatie. Het is illustratief en wil ons amuseren, als een komische soap-scène. Om nog maar te zwijgen van de lompe schilderstrant, die van het beeld een stroperige striptekening maakt.

Wie wil, kan precies dezelfde dingen opmerken bij de andere, in totaal 156 schilderijen, gemaakt door zeven populaire schilders uit de Zaïrese hoofdstad Kinshasa, die nu in het Palais des Beaux-Arts van Charleroi te zien zijn. De werken komen ze uit de Brusselse verzameling van Lucien Bilinelli, een man die wel erg gepassioneerd moet zijn door deze kunst: bijna alle doeken dateren van de laatste vijf jaar.

Wat moeten we dat geschilderde plaatje over hongerige honden en de tweede Zaïrese republiek? En wat met al die 'bonte plaatjeskunst' van de Zaïrese straatschilders? Kunst die banaal, vulgair, radicaal anekdotisch en plat geëngageerd is. Die zich probleemloos laat verleiden tot oppervlakkig, visueel amusement.

Zo redeneert wellicht de door een eeuw modernisme danig bezwaarde Westerling. Maar er zijn ook Europeanen die weten dat de tijd van de moderne avant-gardes voorbij is. Hebben sinds de jaren tachtig niet ook bij ons heel wat kunstenaars kitsch, amusement en oppervlakkigheid in hun werk binnengehaald? En ziedaar, plots kunnen de werken van Syms en consoorten doorgaan voor 'postmoderne ironie', voor een lucide aanfluiting van de naïeve, idealistische mentaliteit van de moderne avant-gardes.

Toegegeven, het is een karikaturale voorstelling van zaken, maar het maakt wel duidelijk hoe makkelijk je als (Europese) kijker naast de kwestie belandt. Want modernistisch of postmodern, dat zal deze Zaïrezen een zorg zijn. Zij leven in de bonte, ontroerend lelijke, of vrolijk armzalige straten van Kinshasa, en zoals we weten, in Zaïre is het leven hard.

Hoe moet je dan omgaan met deze kunst, gegroeid in een omgeving die zo ver ligt van de onze? In Charleroi weet men het blijkbaar ook niet. Daar blijft men steken bij een bloemlezing uit Bilinelli's collectie. De kans om het in de catalogus te hebben over de problemen waarmee deze straatkunst het Westerse kunstcircuit confronteert, over de betekenis die deze kunst in een klassiek (tentoonstellings)kader krijgt of verliest, liet men onbenut. Is de collectie van Bilinelli representatief voor de Zaïrese populaire schilderkunst? Wat wordt daarnaast in Zaïre gemaakt? Geen antwoord.

Niettemin is de tentoonstelling hilarisch leuk. Deze schilders tonen, zeggen, schilderen alles wat ze horen, lezen en zien, desnoods in zijn gruwelijke bontheid. Dat is interessant, want ook die hele bonte bazaar van onze koloniale erfenis wordt ermee doorgedraaid, hetgeen de idiootste anomaliën oplevert. Zo laat Bodo - met zijn lichtend, fluwelerig en bont palet misschien de beste colorist van dit zevental - een religieuze drukte van engeltjes en duiveltjes op de stad, de markt en de huiskamers los. Een keer houdt een duivelscomité lelijk huis op een braakliggend terrein langs een verlichte snelweg. Archaïsche religiositeit en de alledaagsheid van het 'beschaafde' land Zaïre: een knotsgekke clash.

Zonder de kolonisatie zouden deze schilderijen nooit zo'n fantastisch gruwelpaleis te zien geven. Trouwens, als je deze schilders gelooft, hoeven we daar niet melancholisch over te doen. Een ding hebben hun schilderijen namelijk gemeen: vrolijkheid, soms een aartslelijke, soms een verwoestende en verstikkende vrolijkheid. De knallerige drukte in de schilderijen van Moke is soms niet te harden, en als het werk van Chéri Samba en Cheik Ledy, Samba's jongere broer, tegenvalt, dan eerder omdat het nog niet genoeg overdrijft. Cheik Ledy's werken zijn propere comic-taferelen, affichebeelden met harde omtrekken en een vlakke professionaliteit.

Hoogst ontspannend zijn bovendien de vijf architecturale maquettes van Bodys Isek Kingelez, de enige niet-schilder in dit gezelschap. De basisstructuur is streng symmetrisch, de kleuren, de randmotieven en de woorden op het dak - yéyé, Paradis, Dynamic - maken duidelijk waar het om gaat: laat die muren maar lekker swingen. Ze zijn niet bedoeld om uitgevoerd te worden, deze maquettes. Net zoals die van Thomas Schütte: 'Schütte, c'est qui?', zou Kingelez zeggen.

    • Dirk Pültau