Wapenzendingen ongehinderd naar hart Afrika

ROTTERDAM, 7 NOV. Een gestage stroom wapens uit Zuid-Afrika en Europa heeft de laatste jaren ongehinderd het Grote Meren-district in het hart van Afrika bereikt. De hoofdsteden Nairobi (Kenia) en Kinsasha (Zaïre) zijn uitgegroeid tot regionale centra van illegale wapenhandel voor met name de Hutu-milities in Oost-Zaïre.

Dat schrijft de VN-commissie die onderzoek doet naar de schendingen van het wapenembargo dat de Veiligheidsraad van de VN heeft ingesteld na de volkerenmoord op de Tutsi's in Rwanda in 1994. De vier leden tellende commissie zegt - in een rapport dat dinsdag aan de Veiligheidsraad is aangeboden en dat deels is uitgelekt - een goed beeld te hebben van “grote, losse, overlappende webben van illegale wapendeals, wapenvluchten en wapenleveranties die het continent omspannen van Zuid-Afrika tot Europa, in het bijzonder Oost-Europa.”

De recente opleving van geweld zou slechts een voorproefje zijn van wat de regio te wachten staat, zegt K. Austin van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in Washington. “Het Grote Meren-district is overspoeld met automatische geweren, mijnen en munitie. Alle rivaliserende groepen hebben zich nu bewapend of herbewapend.”

Austin, verbonden aan het Wapenproject van Human Rights Watch, heeft nauw samengewerkt met de VN-commissie. Haar rapport 'Rwanda/Zaïre Rearming with Impunity' van mei 1995, waarin “de internationale steun aan de plegers van genocide” aan de kaak wordt gesteld, was de basis voor de VN om zelf te gaan speuren.

Wapenleveranciers uit de hele wereld hebben moedwillig bijgedragen aan het opstoken van de oorlog in de grensstreek tussen Rwanda en Zaïre, zo concludeert de VN-commissie. Na de genocide op de Tutsi's zijn meer dan een miljoen Hutu's, onder wie de verslagen soldaten en rebellen, naar kampen in Tanzania en Zaïre gevlucht. Volgens Human Rights Watch hebben zij daarbij dekking en steun gekregen van Franse troepen, die in het kader van de militaire 'Opération Turquoise' in de zomer van 1994 een “veilig gebied” in zuidwest Rwanda hebben gecreëerd.

Pantserwagens van Franse makelij, 120 mm mortieren, houwitsers, legertrucks en luchtdoelgeschut zouden onder het oog van de Fransen naar Oost-Zaïre zijn gebracht, waar het wapentuig in werkplaatsen bij de stad Goma is opgeslagen en gerepareerd. Human Rights Watch beschuldigde Frankrijk er vorig jaar al van “aktief te hebben geholpen bij de herbewapening” van de daders van een massamoord: in mei en juni 1994 zouden vijf ladingen door Frankrijk geleverde artillerie, machinegeweren en munitie in Goma zijn aangekomen. Tegenover de VN-commissie ontkent Parijs dat het direct of indirect de Hutu-militairen heeft geholpen.

Door het heffen van een 'oorlogsbelasting' onder de berooide vluchtelingen in de kampen (die onder het beheer vielen van de VN-vluchtelingenorganisatie) hebben Hutu-leiders volgens het VN-rapport een paar honderdduizend dollar ingezameld voor wapenaankopen. Ook hebben zij gratis hulppakketten met dat doel te gelde gemaakt. De voormalige Rwandese legerleiding, onder wie generaal Augustin Bizimungu, organiseerde de aanvoer van wapens vanuit een hotel in Nairobi.

Het doel van de Hutu-extremisten, zo schrijven de onderzoekers, was Rwanda binnen te dringen, niet alleen om uiteindelijk de macht te heroveren, maar ook om overlevenden van de slachting van 1994 die voor het VN-tribunaal kunnen getuigen, alsnog uit de weg te ruimen: “De commissie heeft een gedetailleerde beschrijving gekregen van de wijze waarop overlevenden van de genocide worden geïdentificeerd, opgespoord en vermoord, zelfs als zij bescherming genieten van de Rwandese autoriteiten.”

Het benodigde militaire materieel wordt ingevlogen op de luchthaven van Kinsasha, dat een spilfunctie in de wapensmokkel wordt toegedicht. In kleinere vliegtuigen gaat de lading vervolgens naar de oostelijke Kivu-provincies. In februari en maart 1995 zijn op een landingsbaan bij het Kivu-meer ook vliegtuigen met wapens geland die rechtstreeks uit Zuid-Afrika kwamen. Austin van Human Rights Watch zegt dat deze vluchten ook dit jaar hebben plaatsgevonden. “Het gaat om mijnen en geweren, vermoedelijk geleverd door tussenkomst van Armscor”, aldus de onderzoekster. Armscor uit Pretoria verkoopt de produkten van de Zuidafrikaanse wapenindustrie en maakt er reclame voor. Bedrijfswoordvoerder D. Henning ontkent de beschuldigingen: Armscor zou in februari 1993 voor het laatst wapens hebben verscheept naar het toenmalige, door Hutu's gedomineerde leger in Rwanda.

In september, gebruikmakend van de tijdelijke opheffing van het wapenembargo tegen Rwanda, heeft Pretoria een omstreden wapencontract gesloten met de nieuwe machthebbers in Kigali ter waarde van 18,5 miljoen dollar - met de rechtvaardiging het land te 'stabiliseren'. Gisteren heeft Zuid-Afrika echter aangekondigd dat het de levering van onder meer pantserwagens aan Rwanda heeft opgeschort.

Volgens Austin van Human Rights Watch zijn er ook “een tiental Amerikaanse instructeurs” in Rwanda actief bij het trainen van Tutsi's in het bestrijden van guerrilla-invallen. Door de militaire hulp aan het bewind in Rwanda zijn de Banyamulenge-Tutsi's in Oost-Zaïre aan kalasjnikovs en Zuidafrikaanse R-4 geweren gekomen, zeggen zowel Human Rights Watch als Amnesty International. “De Banyamulenge zijn van buitenaf in staat gesteld zich te verdedigen tegen extremistische Hutu's en Zaïrese troepen, maar die hulp is doorgeslagen”, aldus Austin. Met steun van het reguliere Rwandese leger hebben deze opstandelingen de afgelopen weken belangrijke steden als Goma, Bukavu en Uvira in Oost-Zaïre veroverd.

Austin, die de Afrika-afdeling van het Institute for Policy Studies in Washington leidt, heeft scherpe kritiek op de VN-onderzoekscommissie: ze werkt te traag (“anderhalf jaar nadat een wapenzending heeft plaatsgehad, arriveert de commissie ter plekke”), te strikt (“ze zoekt naar schriftelijke bewijzen die er niet zijn”) en laat zich te makkelijk afschepen door belangrijke VN-lidstaten (“bij haar onderzoek in Frankrijk heeft ze nauwelijks medewerking gehad, maar ze past ervoor de Franse regering daarvoor te bekritiseren”).

Niettemin is het de VN-commissie gelukt sommige transporten en wapendeals in kaart te brengen: twee vluchten van een DC-8 vrachtvliegtuig van Air Zaïre met elk veertig ton aan kalasjnikovs, 60 en 82 mm mortieren en munitie van de Seychellen naar Goma in juni 1994, twee Oekraïense toestellen met wapentuig op weg van Bulgarije via Egypte naar Zaïre; de vondst van vijftig mijnen van Italiaanse makelij; een Nigeriaans vliegtuig dat via Madrid en Malta naar Goma vloog, vermoedelijk met wapens; verdachte ontmoetingen tussen een Fransman en de voormalige Hutu-legerleider Bizimungu in Zaïre.

Human Rights Watch werkt nu aan een rapport over de militarisering van het door etnische strijd bedreigde Burundi, dat in januari zal verschijnen. Austin zegt dat het land afstevent op een volkerenmoord. “Anders dan in Rwanda zullen de machetes en speren zijn vervangen door automatische geweren. Het zal niet meer zo zijn dat een bewapende groep een kerk vol weerlozen binnengaat om iedereen af te maken. Beide partijen hebben nu de middelen om het conflict tot de laatste man of vrouw uit te vechten.”

    • Frank Westerman