'Vrijdag' adembenemend drama door hoog speeltempo

Voorstelling: Vrijdag van Hugo Claus door Stella Den Haag. Regie: Alize Zandwijk; spel: Herman Gilis, Lieneke le Roux, Koen van Impe, Tina de Rous. Gezien: 6/11 Theater Stella Den Haag. Aldaar t/m 21/12, iedere di t/m za. Res: 070-3642505

Binnen een half uur hebben ze ruzie alsof hij niet weg is geweest. Jeanne stelt het vast met een verkrampt gezicht. Na zeven jaar gevangenschap wegens incest met zijn dochter is Georges Vermeersch zojuist met een koffer in de hand thuis gekomen. Hij heeft de tl-buizen boven de eettafel aangeknipt en zijn vrouw geroepen die in de tuin aan het wieden was. Aan tafel met een glas bier en een fles jenever onder handbereik raakt zijn overspannen gemoed al gauw verhit: hij commandeert, schreeuwt en maakt haar harde verwijten; zij sputtert tegen en huilt.

Alles gaat naar het schijnt weer volgens het oude patroon. Toch is de situatie anders dan zeven jaar geleden. Georges en Jeanne moeten leren leven met een verleden dat niet alleen zwaar is belast door zijn ontucht, maar ook door haar relatie met de buurman waaruit drie maanden voor Georges' thuiskomst een buitenechtelijk kind is geboren.

Vrijdag van Hugo Claus is een even deprimerend als benauwend huiskamerdrama uit 1969 dat aan het slot toch nog enig uitzicht biedt: Georges meent dat de misdaden tegen elkaar weggestreept kunnen worden en hoopt zijn boete af te lossen als zijn vrouw nog eenmaal het bed deelt met buurman Erik. Alize Zandwijk, die het stuk nu bij Stella Den Haag regisseert, maakt op indringende wijze duidelijk hoe beschamend en absurd die gedachte is in een van de laatste scènes, waarin Georges zich opvreet van ellende als hij boven zijn hoofd het krakende bed hoort.

Alize Zandwijk laat de figuren geen centimeter ruimte, letterlijk. De steriel witte huiskamer, schaars aangekleed met wat jaren zestig-meubilair en een wit kanten wieg, oogt als een strakke gevangeniscel waar men onvermijdelijk tot elkaar is veroordeeld. Op hard-realistische wijze portretteert ze een burgerlijk arbeidersmilieu dat onder de oppervlakte gist en borrelt als in een hogedrukketel. Haar enscenering beneemt je de adem en dat ligt zeker niet alleen aan het hoge speeltempo - de grauwheid, troosteloosheid en hypocrisie die ze toont zijn onontkoombaar en drukkend.

De acteurs maken van Vrijdag bovendien een voorstelling die zindert van emoties. De specifieke taal van Claus krijgt een extra lading door de rappe Vlaamse tongval van de acteurs; de Nederlandse Lieneke le Roux doet in dat opzicht nauwelijks onder voor haar Belgische collega's. Ze is volkomen geloofwaardig als de dorpse Jeanne, een labiele vrouw die aan de ene kant haar eigen weg gaat en zich aan de andere kant door haar man laat koeioneren, intussen nerveus pogend de stemming niet nog verder te bederven door moeilijke onderwerpen te mijden. Ook Koen van Impe en Tina de Rous als Erik en Jeannes dochter Christiane spelen sterke rollen, maar de onbetwiste meester is Herman Gilis. Hij speelt Georges met felle verbetenheid. Zijn lullige uiterlijk - vet glimmend, tegen zijn schedel geplakt haar, een tot onder de kin dichtgeknoopt overhemd en een pak dat eigenlijk te krap is voor zijn pens - doet niet vermoeden dat hij in wezen een brok dynamiet is op het punt van ontploffing. Zijn opgekropte woede, frustraties en schuldgevoelens maken hem opvliegend en gevaarlijk, alleen tegenover zijn luchthartige, uitdagende dochter toont hij zich weerloos - met alle consequenties vandien.

Compassie roept deze man niet op, wel maakt hij schokkend duidelijk hoe makkelijk een grens is overschreden.

    • Noor Hellmann