Voor bezoek Christopher; China laat dissident Chen Ziming vrij

PEKING, 7 NOV. China heeft gisteren, twee weken voor het bezoek aan Peking van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, de Chinese dissident Chen Ziming op medische gronden voorwaardelijk vrijgelaten.

Dit heeft een familielid bevestigd tegenover het Amerikaanse persbureau Associated Press. Chen, die een straf uitzat van dertien jaar wegens zijn aandeel in de prodemocratische studentendemonstraties in het voorjaar van 1989, lijdt al geruime tijd aan kanker. Desondanks overweegt de 44-jarige Chen, aldus zijn zus, geen behandeling buiten China. Overheidsfunctionarissen hebben Chen herhaaldelijk geadviseerd hulp te zoeken in het buitenland. De praktijk heeft echter geleerd dat de Chinese autoriteiten terugkeer van dissidenten die in het buitenland verkeren, onmogelijk maken.

De voorwaardelijke vrijlating van Chen lijkt, daags na de veroordeling van de 27-jarige voormalige studentenleider Wang Dan tot een gevangenisstraf van elf jaar, zorgvuldig gepland. Volgens Wang Juntao, die samen met Chen is beschuldigd van het organiseren van de protesten in Peking in 1989, die bloedig werden onderdrukt, is de vrijlating van Chen verbonden met het bezoek van Christopher. “De vrijlating van Chen Ziming heeft op de dag van de herverkiezing van Clinton plaatsgehad. Ik geloof dat de Chinese regering hiermee een belangrijke boodschap hoopt te sturen naar de Verenigde Staten”, aldus Wang, die in 1994 naar de VS uitweek. De VS en vele andere landen hebben de veroordeling van Wang Dan afgekeurd.

Ook Robin Munro, van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch/Asia, gelooft dat Chens vrijlating is gebaseerd op politieke overwegingen. “Eerst wordt Wang Dan op volledig lachwekkende gronden veroordeeld. Vervolgens wordt Chen Zeming vrijgelaten, ogenschijnlijk in de hoop het vertrouwen van de VS te winnen”, aldus Munro. “Het zou buitensporig zijn wanneer de VS dit voldoende vinden en daarop ingaan.”

Zowel Chen als Wang werd in het voorjaar van 1994 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, nadat president Clinton had gedreigd China's gunstige importtarieven voor de Verenigde Staten op te schorten wanneer geen aantoonbare verbetering van de mensenrechtensituatie zou plaatshebben. Ruim een jaar later werd Chen echter opnieuw ingesloten nadat hij een symbolische hongerstaking had gehouden ter nagedachtenis van de studenten die door toedoen van de militairen in het voorjaar van 1989 om het leven kwamen.

Chen heeft samen met Wang Juntao het in 1989 opgeheven Instituut voor Sociaal-economische Studies in Peking opgezet. Het instituut deed in de jaren tachtig baanbrekend onderzoek op het gebied van politieke en economische hervormingen.