VN boos over sabotage in Bosnië

SARAJEVO, 7 NOV. In kringen van de VN en de NAVO-vredesmacht IFOR in Bosnië groeit de verontwaardiging over de methoden die de drie Bosnische partijen - Serviërs, moslims en Kroaten - toepassen bij hun pogingen de terugkeer van vluchtelingen te verhinderen.

De VN-politie stelt een onderzoek in naar een incident dat zich gisteren voordeed in gebied dat door de moslims wordt beheerst. Vanuit een helikopter merkten IFOR-soldaten gisteren een aantal brandende huizen in een dorp bij Kljuc op. Ze zagen ook een met hoge snelheid wegrijdende auto. De helikopter volgde de auto tot die enkele kilometers verder in een dorp stilhield. Er stapten vijf mannen uit die een huis binnengingen.

Toen kort daarop een IFOR-patrouille van Canadese soldaten het bewuste huis binnenging bleek het een politiepost te zijn, waar de Canadezen vijf moslim-politiemannen aantroffen. De in het naburige dorp in brand gestoken huizen bleken bij onderzoek toe te behoren aan gevluchte Serviërs.

Eveneens heerst binnen de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR verontwaardiging over het optreden van de Bosnische Serviërs in dorpen bij Prijedor in het noorden van de Servische Republiek in Bosnië.

De UNHCR benaderde de Serviërs in oktober met een lijst met de namen en adressen van 96 gezinnen van gevluchte moslims, en hun verzoek weer naar hun woningen te mogen terugkeren. De Serviërs namen de lijst in ontvangst en gebruikten die vervolgens om de 96 huizen van de vluchtelingen in één dag met mijnen op te blazen.

“Het is ontmoedigend dat onze poging om mensen weer bij elkaar te brengen is gebruikt om de etnische zuivering te bestendigen door het bezit te vernietigen van mensen die zouden kunnen terugkeren”, aldus een UNHCR-woordvoerder.

De vernietigingsactie was volgens hem zo professioneel uitgevoerd dat alleen de politie of het leger van de Serviërs haar hebben kunnen uitvoeren. In dezelfde periode - eind oktober - bliezen de Bosnische Kroaten bij Drvar tientallen huizen van gevluchte Serviërs op. (Reuter)