Verkiezingen Abchazië leiden tot spanning

In Abchazië, de opstandige republiek binnen Georgië die zich in 1993 na een korte maar bloedige oorlog afscheidde, dreigen de moeizame pogingen om tot een vergelijk te komen, te mislukken. Sommigen achten zelfs een nieuwe oorlog tussen de Abchaziërs en de Georgiërs mogelijk als de separatisten later deze maand - tot woede van Georgië - een nieuw parlement kiezen.

Abchazië, oorspronkelijk een autonome republiek binnen Georgië, koos in augustus 1992 de vlucht naar voren door voor een vergroting van zijn autonomie (en uiteindelijk de onafhankelijkheid) te kiezen op een moment waarop de Georgiërs die autonomie leken te willen aantasten. In een elf maanden durende oorlog, waarbij tienduizend doden vielen, een kwart miljoen etnische Georgiërs op de vlucht werden gedreven en de Abchaziërs hun eigen hoofdstad Soechoemi stukschoten, slaagden de Abchaziërs erin baas in eigen land te worden: het Georgische leger werd verdreven. Sindsdien bewaken 2.500 Russische vredestroepen een wankel bestand en praten de Abchaziërs, de Georgiërs, de Russen en de Verenigde Naties over een vreedzame oplossing van het conflict.

De belangrijkste punten van conflict zijn de terugkeer van de vluchtelingen en de toekomstige status van Abchazië. De Abchaziërs verzetten zich tegen de terugkeer van de vluchtelingen, vooral uit angst net als vroeger weer een minderheid in eigen land te worden. Vóór 1992 bestond de bevolking voor veertig procent uit Georgiërs, voor slechts achttien procent uit Abchaziërs en voor de rest uit Russen, Armeniërs, Turken en Grieken.

Wat de status van Abchazië betreft neemt de separatistische republiek, die aanvankelijk van Georgië een confederatie wilde maken, nu genoegen met volledige gelijkwaardigheid binnen een 'federale unie' met Georgië. Als dat doel niet wordt bereikt wil de Abchazische president, Vladislav Ardzinba, in een referendum de volledige onafhankelijkheid bezegelen. Georgië wil niet verder gaan dan volledige autonomie voor Abchazië binnen een federale staat, wat min of meer neerkomt op het herstel van de situatie van voor de oorlog.

De Georgiërs worden daarin gesteund door Rusland, dat onlangs bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Primakov het onafhankelijkheidsstreven van de Abchaziërs afdeed als “een absurde illusie”. In het conflict heeft Rusland zich steeds uiterst opportunistisch opgesteld: aanvankelijk steunde het Abchazië. Het doel van Moskou was Georgië onder druk te zetten en te verzwakken teneinde het te dwingen tot het lidmaatschap van het GOS, het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, en tot de vestiging van Russische bases in Georgië. Sinds een jaar vaart Moskou een andere koers: niet alleen waren de Russische doeleinden jegens Georgië inmiddels verwezenlijkt, maar ook hadden de Abchaziërs zich solidair verklaard met de Tsjetsjenen - met wie ze verwant zijn. Sindsdien blokkeert Rusland de noordgrens en de havens van Abchazië, met als gevolg de volledige ineenstorting van de Abchazische economie.

De besprekingen over een vreedzame regeling verlopen moeizaam en gaan veelal gepaard met bittere wederzijdse beschuldigingen. De komende weken dreigen ze helemaal in het slop te raken door de voorgenomen parlementsverkiezingen in Abchazië, op 23 november.

In Soechoemi, ooit de parel aan de kroon van vakantie-oorden in de Sovjet-Unie, nu een verwoeste, vervallen en verlaten stad waar voornamelijk in oud ijzer wordt gehandeld, werkt men hard aan die verkiezingen. Voor Ardzinba is er met de verkiezingen niets loos: het mandaat van het oude parlement is verstreken, en er moet dus een nieuw komen. Voor de 35 zetels hebben zich inmiddels 90 kandidaten gemeld, onder wie zestig Abchaziërs en drie etnische Georgiërs.

Het Georgische parlement heeft de verkiezingen illegaal verklaard. Maar Ardzinba trekt zich van die veroordeling weinig aan: “Er zijn geen wettige of diplomatieke relaties tussen de twee landen. Het Georgische parlement heeft geen recht te beslissen wanneer wij verkiezingen kunnen houden”. De bemoeienis van Tbilisi maakt, aldus Ardzinba, “verzekeringen over de beloofde autonomie absoluut onovertuigend”. Volgens de Abchazische president zijn er 'aanwijzingen' dat Georgiërs op 23 november “subversieve en terroristische acties” willen plegen, waaronder een aanslag op hemzelf. De internationale gemeenschap “die Georgië altijd steunt”, zou eens aandacht moeten besteden aan het feit dat dat land terroristische acties op grondgebied van ander land voorbereidt, aldus Ardzinba vorige maand.

Die internationale gemeenschap maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkelingen. De Veiligheidsraad van de VN vroeg midden vorige maand de Abchaziërs de verkiezingen af te gelasten. Per Kallstrom, chef van de VN-missie in Abchazië, waarschuwde voor een nieuwe confrontatie. Zolang de vluchtelingen niet naar Abchazië zijn teruggekeerd, aldus Kallstrom, moet er niet worden gestemd. “Dan komt het tot confrontaties. Er zal veel geweld van Georgische zijde zijn en de Abchaziërs zullen wraak nemen. Als de ergste verwachting werkelijkheid wordt, kunnen we getuige worden van een nieuwe oorlog. Deze verkiezingen gaan lijnrecht in tegen de doeleinden van de internationale gemeenschap, die hamert op de spoedige terugkeer van de vluchtelingen.” De leider van die vluchtelingen dreigt al met geweld. De voorzitter van het in Tbilisi zetelende pro-Georgische 'Abchazische parlement in ballingschap', Tamaz Nadareisjvili, heeft gezegd dat er “geen alternatief” is voor een nieuwe oorlog als de verkiezingen doorgaan.

President Sjevardnadze van Georgië wil, om de Abchazische verkiezingen te ontkrachten, op 23 november een referendum houden onder de naar Georgië verdreven vluchtelingen uit Abchazië. In dat referendum kunnen ze zich uitspreken over de rechtmatigheid van de verkiezingen in Abchazië.

Ardzinba trekt zich er intussen niets van aan: “Er komen verkiezingen. Er zal niets gebeuren.” En, kennelijk doelend op Per Kallstrom: “Er zitten veel idioten in de Verenigde Naties.”

    • Peter Michielsen