Strafpleiters (1)

Met belangstelling heb ik de polemiek gevolgd over de ethiek van de moderne strafpleiters. Het is mij inmiddels duidelijk dat beide partijen volledig gelijk hebben, zodat wij te maken hebben met het klassieke scholastische probleem voortvloeiend uit de botsing van een onweerstaanbare kracht met een onwrikbare massa.

Wellicht wordt deze impasse veroorzaakt door het te hoge abstractieniveau van de discussie. Als medisch specialist, en dus erkend mafialid, beluisterde ik enkele weken geleden met diepe bewondering een radio-intervieuw met mr. D., een van de bekritiseerde strafpleiters. Hij zette onder andere geduldig uiteen dat problemen voortvloeiend uit het aannemen van door misdaad verkregen geld niet langer bestonden, aangezien hij zijn honorarium alleen accepteerde uit handen van vrienden van de verdachte. Ook moest hij de blijkbaar nogal naïeve interviewster uitleggen dat hij geen toegevoegde ('pro deo') cliënten aannam, tenzij hun zaak duidelijke publiciteitswaarde bezat.

Ik was diep onder de indruk van de efficiëntie van zijn beroepsopvattingen, maar als lid van een fel bekritiseerd gilde kon ik mij indenken dat de werkstijl van mr. D. bij sommige van zijn wat ouderwetse collega's op bezwaren stuit. Ongetwijfeld kunnen de veelgeplaagde strafpleiters het tij doen keren. Zij hoeven slechts aan te tonen dat hun 'prodeanen' dezelfde vrijspraakpercentages genieten als hun meer spectaculaire, met kapitaalkrachtige vrienden gezegende, cliënten.

    • M. van Blankenstein