Strafblad verjaart maar langzaam

Het huidige strafblad verdwijnt, maar daarmee niet de registratie van iemands criminele verleden. Vooral sollicitanten kunnen daarvan de ongemakken ondervinden. Burgemeesters moeten over hen oordelen.

BIG BROTHER is gevestigd in Almelo. Althans, in deze plaats zetelt de Centrale Justitiële Documentatie, de dienst die de gegevens beheert van iedere Nederlander die wel eens met justitie in aanraking is geweest.

Maar liefst vier miljoen mensen staan bij justitie geregistreerd. Alle misdrijven en alle min of meer ernstige wetsovertredingen waarop een geldboete staat van ten minste 250 gulden, worden vastgelegd. Tot voor kort gebeurde dat op kaarten die met de hand werden ingevuld. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de automatisering van het gegevensbestand. Bijna alle kaarten zijn gefotografeerd en op microfilm gezet. De kerfstok wordt gedigitaliseerd.

Er verandert veel bij het registratiesysteem van justitie. Bij de Tweede Kamer ligt een voorstel voor een nieuwe Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag waarin onder andere de bewaartermijn van persoonlijke gegevens wordt teruggebracht. Nu worden gegevens bewaard tot iemand tachtig jaar is, dan wel is overleden. Onder de nieuwe wet worden gegevens twintig jaar bewaard. Daarbij gelden wel uitzonderingsbepalingen, zogenoemde 'plus-regelingen'. Bij een veroordeling wegens moord wordt bijvoorbeeld tien jaar bij de bewaartermijn opgeteld. Niettemin zullen er onder het nieuwe regime 'slechts' drie miljoen Nederlanders bij justitie geregistreerd blijven staan. Wanneer de nieuwe wet van kracht wordt, is nog onduidelijk.

Het strafblad zoals het nu bestaat verdwijnt. Strafbladen zijn momenteel opgenomen in het strafregister. Er staan alleen 'onherroepelijke vonnissen' op. Dat wil zeggen dat de rechter definitief moet hebben vastgesteld dat iemand schuldig is. Een strafblad blijft nu, afhankelijk van de ernst van het strafbare feit, vier of acht jaar bewaard. Daarna blijven de onherroepelijke vonnissen wel geregistreerd staan in een ander archief, de algemene documentatie. Onder de nieuwe wet verdwijnt het onderscheid tussen het strafregister en de algemene documentatie, waar tot voor kort een praktisch levenslange bewaartermijn voor gold. Voor alle gegevens gaat de bewaartermijn van twintig jaar gelden.

Dit lijkt een louter bureaucratisch onderscheid, maar dat is het niet. Het onderscheid tussen algemene documentatie en het strafregister is van belang bij de verklaring omtrent het gedrag. Deze verklaring, afgegeven door de burgemeester, wordt ten onrechte ook vaak de 'verklaring van goed gedrag' genoemd. De verklaring is echter negatief geformuleerd. De burgemeester verklaart slechts “dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokken persoon ingesteld, gelet op het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon”. Het oordeel hierover is dus aan de burgemeester. Als hij een dergelijke verklaring omtrent het gedrag afgeeft, wil dat dus nog niet zeggen dat de bewuste persoon geen strafblad heeft.

De verklaring moet altijd worden aangevraagd door de persoon om wie het gaat. Verklaringen worden doorgaans aangevraagd door een potentiele nieuwe werknemer op aandringen van zijn beoogde nieuwe werkgever. Dit gebeurt zo'n honderdduizend keer per jaar. Voor alle overheidsfuncties is de verklaring verplicht en ook bij sommige voormalige staatsbedrijven, zoals KPN.

De meeste ex-veroordeelden hebben overigens niet zo veel last van de verklaring omtrent het gedrag, omdat zij zich veelal in het onderste segment van de arbeidsmarkt bevinden. De verklaringen worden alleen afgegeven voor 'vertrouwensfuncties' en dat zijn de meeste lage banen niet.

Tot voor kort was de burgemeester bij zijn onderzoek voornamelijk aangewezen op gegevens uit het strafregister. Dat betekent dat iemand vier of acht jaar na zijn veroordeling ogenschijnlijk weer van onbesproken gedrag kon zijn. In de nieuwe wet echter krijgt de burgemeester inzage in de algemene documentatie, die twintig jaar bewaard blijft. Het komt er dus op neer dat iemands criminele verleden hem nu twintig jaar blijft achtervolgen. Wat een verkorting van de bewaartermijn lijkt, is in de maatschappelijke werkelijkheid een verlenging van de periode waarin iemands crimineel verleden kan blijven opspelen.

Bovendien spelen niet alleen meer onherroepelijke vonnissen een rol bij de afgifte van de verklaring, maar alle keren dat iemand als verdachte bij justitie terecht is gekomen. Dat staat namelijk allemaal in de algemene documentatie geregistreerd. Ook de zaken die geseponeerd zijn, bijvoorbeeld wegens gebrek aan bewijs, of waarin wordt afgezien van strafvervolging, tellen mee. Het is een veel voorkomend misverstand dat de gegevens van kinderen onder de achttien die met de politie in aanraking komen, niet worden vastgelegd. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar wordt alles geregistreerd en geldt de gebruikelijke bewaartermijn.

“Schandelijk”, zo noemt Mark Bosch, voorzitter van de Coornhert-Liga, de vereniging die zich inzet voor rechtshervorming, deze verlenging van de termijn en de uitbreiding van de bevoegdheden van de burgemeester. “Dit komt neer op een dubbele bestraffing: eerst strafrechtelijk en daarna maatschappelijk. Dit betekent ook dat veel meer akkefietjes je blijven achtervolgen.”

De Coornhert-Liga staat echter tamelijk alleen met dit standpunt. De emiritus hoogleraar en strafbladspecialist H. Singer-Dekker meent: “De Coornhert-Liga bedoelt het wel goed, maar ze zijn zo weinig realistisch. Als de burgemeester geen inzage krijgt in de gegevens, zegt een ondernemer: dan kom ik er wel op een andere manier achter wat iemands verleden is, via het circuit van de roddel. In de roddel worden misdaden altijd groter en nooit kleiner. Met deze wetswijziging gebeurt het tenminste openlijk en is er de mogelijkheid van beroep.”

Met de uitbreiding van de bevoegdheden van de burgemeester probeert de overheid het maatschappelijk gewicht van de verklaring omtrent het gedrag te verhogen. Nu wordt de verklaring door veel werkgevers niet meer au sérieux genomen, omdat de burgemeester niet over voldoende gegevens beschikt en maar in zeer zeldzame gevallen weigert een verklaring te verstrekken. Werkgevers, maar ook verzekeraars en banken, proberen daarom in het 'grijze circuit' informatie over hun sollicitanten en clienten te vergaren.

Vooral voormalige politiemensen, die soms een detectivebureau zijn begonnen, met goede contacten bij de politie, spelen daarbij een grote rol. De gegevens van de politie die zijn opgeslagen in het politieregister zijn vaak niet betrouwbaar, omdat ook verdenkingen zijn opgenomen. De bedoeling van de nieuwe wet is dit circuit tegen te gaan. Dat is ook de reden dat zelfs de reclassering positief is over het wetsvoorstel. Het huidige grijze circuit is schadelijker voor cliënten van de reclassering. Ook de Registratiekamer, die waakt over de privacy-bescherming, is niet tegen het voorstel. “Nu worden allerlei illegale screeningsmethoden gebruikt die veel schadelijker zijn voor de privacy”, zegt mr. U. van de Pol, plaatsvervangend voorzitter van de Registratiekamer.

Als de burgemeester tijdens zijn onderzoek op een bezwaar tegen een persoon stuit, weigert hij de verklaring omtrent het gedrag af te geven. Er is beroep mogelijk tegen de beslissing van de burgemeester. De bepaling dat de burgemeester besluit 'in verband met het doel waarvoor de afgifte is gevraagd' is van belang. Een veroordeling wegens rijden onder invloed weegt voor een beoogd taxichauffeur zwaarder dan voor een toekomstig boekhouder.

Iedere burger heeft het recht om de gegevens die justitie en politie hebben geregistreerd in te zien. Een aanleiding daarvoor kan zijn dat de verklaring omtrent het gedrag wordt geweigerd. Voor gegevens uit het politieregister moet de korpsbeheerder (de burgemeester) worden aangeschreven. Voor gegevens uit het justitieel documentatieregister moet de rechtbank in het eigen arrondissement worden benaderd. In beide gevallen moet een kopie van paspoort of rijbewijs worden bijgevoegd en tien gulden worden betaald. Wie meent dat er onjuiste gegevens staan geregistreerd, kan een verzoek om wijziging indienen. Als dit wordt afgewezen, kan de Registratiekamer, gevestigd in Den Haag, bemiddelen. Als dat mislukt staat ook de weg naar de rechter open.

    • Peter de Bruijn