Spaarzin Nederlanders neemt fors af

ROTTERDAM, 7 NOV. Nederlanders hebben in het derde kwartaal hun uitbundige spaarzin van begin dit jaar volledig verloren. Daarentegen blijven de consumenten wel geld steken in beleggingsfondsen, met name in fondsen die investeren in (Nederlandse) aandelen.

Dit blijkt uit cijfers over de spaar- en beleggingsmarkt die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen heeft gepubliceerd. In het derde kwartaal spaarden de Nederlanders per saldo (nieuwe inleg minus opgenomen spaargeld) 400 miljoen gulden. Samen met de rente die op de spaartegoeden werd bijgeschreven (500 miljoen gulden) is het totale spaartegoed met 900 miljoen gulden gestegen tot 243 miljard gulden.

Daarmee is de groei van het spaartegoed dit jaar veranderd in een scherpe daling. In het eerste kwartaal werd, mede onder invloed van de fiscaal attractieve spaarloonregelingen, nog 5,6 miljard gulden gespaard, in het tweede kwartaal was dat 3,2 miljard gulden. In het vergelijkbare derde kwartaal van vorig jaar steeg het spaartegoed met 2,3 miljard gulden. Overigens werd in de eerste negen maanden nog net zoveel gespaard als in de vergelijkbare periode vorig jaar.

Onderzoeker drs. P. van der Beek van het CBS oppert ter verklaring dat de consumenten zich gezien de gedaalde rente afwenden van spaarrekeningen. “De goede resultaten van de aandelenmarkt doen hen wellicht overstappen naar aandelen, bijvoorbeeld naar indirecte beleggingen via beleggingsfondsen.”

De nieuwe netto inleg in beleggingsfondsen bedroeg volgens het CBS in het derde kwartaal 1,9 miljard gulden. Dat is even veel als in het tweede kwartaal, maar het drievoudige van het bedrag dat een jaar geleden, in het derde kwartaal 1995, werd genoteerd. Het CBS heeft geen cijfers over de bedragen die Nederlanders rechtstreeks op de effectenbeurs in aandelen beleggen. Begin dit jaar meldde de Amsterdamse effectenbeurs een duidelijke stijging van het aantal aandelentransacties voor rekening van particulieren.

Over de motieven van de consument om zijn spaargedrag te wijzigen kan Van der Beek slechts speculeren. Het CBS doet wel onderzoek naar spaarmotieven, maar deze cijfers over het spaargedrag komen rechtstreeks bij de banken vandaan.

Opmerkelijk bij de nieuwe inleg in beleggingsfondsen is de belangstelling van beleggers voor fondsen die in (Nederlandse) aandelen beleggen. Van de nieuwe netto inleg van 1,9 miljard gulden kwam 0,7 miljard gulden bij aandelenfondsen terecht, waarvan 0,4 miljard bij beleggingsfondsen die investeren in Nederlandse aandelen.

In de eerste negen maanden was het totaal rendement van beleggingsfondsen in Nederlandse aandelen 27 procent.

“In 1993 en 1994 was de instroom van geld in beleggingsfondsen gigantisch”, zegt Van der Beek. Dat geld kwam vooral terecht bij fondsen die in obligaties en andere leningen met vaste rente belegden. Een scherpe rentestijging begin 1994 deed de koersen van obligaties kelderen en bezorgde de fondsen vermogensverliezen. Dat leidde ertoe dat consumenten “beleggingsfondsen moe” raakten, zo bleek uit het latere opdrogen van de nieuwe inleg bij de fondsen.