Rechters als houwdegens

Vrouwe Justitia spreekt niet met één stem, maar bij monde van vele magistraten. Wie zijn de strengste rechters onder hen? De stemming gepeild onder vijftien vooraanstaande strafpleiters.

MOCHT EEN CLIËNT van advocaat Gerard Spong zich ondanks alles toch genoodzaakt zien in hoger beroep te gaan tegen het vonnis van een rechtbank, dan doet de Haagse strafpleiter het volgende. Zo'n twee weken voor de behandeling van het hoger beroep informeert hij bij de griffie van het gerechtshof naar de samenstelling van de strafkamer, die uit drie raadsheren bestaat. Als Spong het vermoeden heeft dat dit een weinig barmhartig gezelschap is, dan geeft hij zijn cliënt dringend in overweging het hoger beroep alsnog in te trekken. Want: 'To know your judge is to win half of your case', zo luidt een Amerikaanse stelregel die Spong altijd ter harte neemt.

Het vellen van een oordeel is geen klinische juridische activiteit. De persoon van de rechter, de mens achter de magistraat, is daarbij een belangrijke factor. Uit een rondgang langs vijftien vooraanstaande strafpleiters blijkt dat het voor de meeste advocaten geen enkele moeite kost een Top 3 van de strenge strafrechters op te stellen. Slechts een enkeling zegt in dit verband geen namen te kunnen noemen.

Spong zegt bijvoorbeeld “geen verantwoorde uitspraak” te kunnen doen omdat hij een “te fragmentarisch, casuïstisch beeld” heeft van de ongeveer vierhonderd strafrechters die Nederland telt. “Zulks neemt niet weg dat in zijn algemeenheid bepaalde leden van de rechterlijke macht een zekere faam hebben op dit gebied”, aldus Spong. Vervolgens verwijst hij spontaan naar een in dit verband opmerkelijke conclusie die de advocaat-generaal bij de Hoge Raad (die namens het openbaar ministerie het hoogste rechtscollege adviseert), vorig jaar opstelde. Drie andere advocaten noemen ook spontaan deze kwestie.

De advocaat-generaal, A. van Dorst, schreef dat “van het Haagse Hof (...) inmiddels genoegzaam bekend is dat het (althans één of enkele van zijn kamers) de zegswijze 'appelleren is riskeren' letterlijk neemt. De behandeling van het appel laat ook dit keer zien dat de procureur-generaal en het hof met elkaar wedijveren in het verzwaren van de straf van de rechtbank alsof hoger beroep identiek zou zijn aan hogere straf.”

De advocaat-generaal, die voor zijn benoeming bij de Hoge Raad zelf bij het Haagse hof werkte, heeft een conclusie geformuleerd die veel advocaten uit het hart is gegrepen. De peiling leert dat het Haagse gerechtshof onmiskenbaar de strengste strafrechters herbergt. Advocate I. Weski uit Rotterdam beschrijft een recente zitting van de Haagse strafkamer van het hof die onder leiding stond van de coördinator van de zes Haagse strafkamers, jhr.mr. B.C. de Savornin Lohman. Hij begon de zitting tegen een van een geweldsdelict verdachte cliënt met de woorden: “Mevrouw de advocaat, u weet toch hoe erg we dit soort zaken hier vinden?” Waarop Weski naar eigen zeggen antwoordde: “Maar we moeten nog beginnen met het proces.” “Toen zei de president: ja, als we het delict bewezen achten natuurlijk.”

Strafpleiter J. Boone uit Wijk bij Duurstede memoreert dat het Haagse hof traditioneel te boek staat als het Hof van Beroerte. Dit in tegenstelling tot het Arnhemse rechtscollege dat het Hof van Barmhartigheid wordt genoemd. Of die kwalificaties nog actueel zijn, weet hij niet zeker. Maar zijn confrère, de Haagse advocaat E. Deen, zegt dat collega-raadsheren de Haagse strafkamer onder leiding van raadsheer A. Borgart “de bloedkamer” noemen.

Borgart wordt door vier van de vijftien ondervraagde advocaten beoordeeld als de strengste rechter. Hij is daarmee 'winnaar' van deze mini-enquête. Advocate A. van der Plas noemt hem, samen met de Amsterdamse raadsheer J. Willems, als de meest karakteristieke “exponent van de rechters-nieuwe-stijl”. De rechters-oude-stijl zijn volgens haar degenen die “hun taak van juridische controle serieus nemen”. Dat wil zeggen: “Zij lichten het gepresenteerde bewijs kritisch door en toetsen het aan gehanteerde opsporingsmethoden. Nieuwlichters lijken hun juridisch vernuft, zo zij dit al bezitten, in dienst te hebben gesteld van een ander ideaal: de rechter als crime fighter”, oordeelt Van der Plas.

Raadsheer Borgart was ook de voorzitter van de strafkamer die in 1994 het arrest wees dat advocaat-generaal Van Dorst inspireerde tot zijn opmerkelijke terechtwijzing van de straftoemeting bij dit hof. Van Dorst geeft desgevraagd toe dat het een ongebruikelijk directe conclusie was. “Je probeert altijd zo elegant mogelijk te formuleren, maar dat helpt niet altijd. Dus dan doe je het eens anders. Mijn conclusie beoogde een aanzet tot discussie te zijn. Ik hoopte dat ze intern eens zouden zeggen: jongens waar zijn we mee bezig?”

De verontwaardiging van Van Dorst (“mijn verstand stond stil bij dit arrest”) volgde na de berechting van een 49-jarige man die terechtstond na het neerschieten van zijn vriendin. Hij had haar doodgeschoten omdat ze de relatie wilde beëindigen. Vervolgens probeerde hij met hetzelfde wapen zelfmoord te plegen. Dit mislukte jammerlijk. De man raakte vrijwel volledig verlamd.

Hoewel de verdachte zichzelf al zwaar had gestraft, werd hij toch vervolgd. Na een eis voor de Rotterdamse rechtbank van een jaar voorwaardelijk volgde een veroordeling van een jaar onvoorwaardelijk. De verdachte ging in hoger beroep, al was het maar omdat er geen gevangeniscel in Nederland is die hem, gelet op zijn fysieke gesteldheid, kon opnemen. De eis voor het Haagse hof luidde nu: twee jaar onvoorwaardelijk. De uiteindelijke straf bedroeg vier jaar cel omdat het hof recht wilde doen “aan de geschokte rechtsorde (...) waarbij slechts ten dele rekening kan worden gehouden met de fysieke inconveniënten van de verdachte”.

De Hoge Raad heeft dit arrest vernietigd en een nieuwe behandeling gelast in Amsterdam. Die strafzaak is er overigens niet meer gekomen. De verdachte ondername een tweede zelfmoordpoging, nu met succes.

De tweede plaats in de peiling is voor de man die al enige jaren door het leven gaat als de Beul van Amsterdam, raadsheer J.H.M. Willems. Hij dankt zijn bijnaam aan een anonieme verdachte die hem een paar jaar geleden in het weekblad Elsevier als bullebak afschilderde. “Willems hoort met stip bovenaan in de strengste categorie”, zegt advocate B. Ficq. “Willems lijkt slechts geïnteresseerd te zijn in juridische verweren en legt soms een stuitende desinteresse aan de dag voor de persoonlijke omstandigheden van een cliënt.”

M. Moszkowicz sr. uit Maastricht en R. Verbunt uit Utrecht noemen Willems “strak” maar ze bedoelen het positief. Moszkowicz zegt overigens toch weinig last te hebben van strenge rechters. “Ik word in het algemeen met de nodige egards behandeld.”

Het oordeel over Willems lijkt bij advocaten voor een belangrijk deel ingegeven door diens wijze van optreden tijdens de zitting. De Amsterdamse raadsheer wordt vaak als bot ervaren en dat is overigens ook een criterium dat advocaten nadrukkelijk noemen bij het kiezen van strenge rechters. Uit de enquête rijst het vermoeden op dat het schort aan de sociale vaardigheden van magistraten.

“Omdat die gasten altijd met zijn drieën in de raadkamer de strafmaat bepalen, is het onmogelijk om te zien wie de strenge en wie de milde rechter is”, zegt Boone. P. Doedens uit Utrecht is dat niet met hem eens. “De stem van de voorzitter is doorslaggevend. Dat kun je zien aan de wijze waarop ter zitting vragen worden gesteld.”

Ook advocaat G. Meyers uit Amsterdam zegt dat “het moeilijk is te weten welke rechter echt streng is”. “Je kunt wel zien wie de botteriken zijn”, zegt hij. Vervolgens somt hij een lijstje op van, niet toevallig, allemaal mannelijke rechters. “Want vrouwelijke voorzitters van strafkamers zijn vaak goed, ze zijn in staat behoorlijk met een verdachte te communiceren.”

De derde prijs in deze peiling onder advocaten wordt toegekend aan de strafrechters die zijn verbonden aan de Haarlemse rechtbank. Dit rechtscollege berecht onder meer alle verdachten die op Schiphol worden gepakt met drugs in hun koffer of lichaam.

Volgens de strafpleiters is er bij de Haarlemse rechtbank sprake van een soort beroepsdeformatie. Het Haarlemse strafproces is volgens Weski niets anders dan het wegen van de gesmokkelde kilo's drugs en dat gewicht bepaalt vervolgens de straf. Ficq noemt Haarlem een “veroordelingsmachine”. Over de Haarlemse rechter A.J. Milius zegt ze dat hij “te veel cocaïne in dossiers aan zich voorbij heeft zien trekken en daarvan onder invloed is geraakt”.

    • Marcel Haenen