Prenten van Coornhert, schetsen van Boursse

Dutch, Flemish and German Old Master Drawings, Old Master Pictures: Christie's Amsterdam (Cornelis Schuytstraat 57), 11 nov, kijkdagen 7 t/m 10 nov; Old Master Drawings, Old Master Paintings: Sotheby's Amsterdam (Rokin 102), 12 nov, kijkdagen 8 t/m 11 nov.

De veilingen tekeningen en schilderijen van oude meesters die op respectievelijk 11 en 12 november worden gehouden in de Amsterdamse vestigingen van Christie's en Sotheby's, vullen elkaar in tenminste één opzicht naadloos aan. In 1550 maakte Dirck Volkertsz. Coornhert een serie prenten van de twaalf zonen van de oudtestamentische aartsvader Jacob, naar tekeningen van de Haarlemse schilder Maarten van Heemskerck (1498-1574). De meeste van Heemskercks ontwerpen voor deze reeks zijn verloren gegaan. Daarom is het des te opvallender dat er op elk van de veilingen in Amsterdam één tekening uit deze serie wordt aangeboden.

Het is, aldus Els Cevat van Sotheby's, het soort toeval dat zich in de kunsthandel van tijd tot tijd voordoet. Soms is bijvoorbeeld een bepaalde kunstenaar er lange tijd met een lampje te zoeken, waarna plotseling meerdere werken van zijn hand tegelijk op de markt komen. Heemskercks twee tekeningen tonen Jacobs favorieten, zijn jongste zoons Jozef en Benjamin. In een landschap met attributen en figuren die verwijzen naar het bijbelverhaal, zijn ze weergegeven als gespierde naakten met een wat verwrongen anatomie en overdreven verlengde lichaamsdelen. De enige andere nog bekende tekeningen van Coornherts prentenserie, met voorstellingen van Juda en Asher, worden bewaard in de Ecole des Beaux-Arts in Parijs. Voor dit museum zijn de veilingen dus een buitenkans om de collectie aan te vullen.

De te veilen tekeningen en schilderijen leveren meer verrassingen op. Zo biedt Sotheby's een aantal zo goed als onbekende Vlaamse schilderijen uit de 16de en 17de eeuw aan - de Sint-Joriskermis van de Antwerpse meester Pieter Balten (werkzaam vanaf 1540) bijvoorbeeld, en een fraai Rivierlandschap van zijn stadgenoot Joos de Momper (1564-1635). Van een derde Antwerpenaar, Joachim Beuckelaer (1533-circa 1576), is er een recentelijk herontdekt paneel. Ofschoon deze kunstenaar vooral bekend is om zijn profane markt- en keukenstukken, doet dit schilderij met een expressieve voorstelling van de Kruisiging van Christus daar nauwelijks voor onder.

Bij Christie's komen juist veel 18de eeuwse schilderijen onder de hamer. Ze zijn gedeeltelijk afkomstig uit de nalatenschap van A. Staring, een van de eersten die zich serieus bezighielden met het bestuderen en verzamelen van Nederlandse 18de eeuwse kunst. Daarnaast wordt van Rembrandt een kleine schets van twee mannen, uitgevoerd in zwart krijt, geveild. Hoe hoog de waardering voor deze kunstenaar is, blijkt wel uit de prijsindicatie voor het blad. Die bedraagt niet minder dan het 70-voudige van de richtprijs voor een bijna net zo krachtige en trefzekere krijttekening van drie mannen, van de veel onbekendere Claes Moeyaert - een iets oudere schilder dan Rembrandt. Van Bartholomeus van der Helst wordt een dubbelportret uit 1666 aangeboden, waarvan S.A.C. Dudok van Heel van het Amsterdamse Gemeente-archief pas heeft ontdekt dat de figuren het echtpaar Jan Jacobszoon Hinlopen en Lucia Wijbrants voorstellen. Hinlopen was schepen van Amsterdam en het schilderij is een jaar na hun huwelijk gemaakt.

Een andere belangrijke noviteit bij Christie's is een album met maar liefst 116 tekeningen en schetsen van de Amsterdamse meester Esaias Boursse (1631-1672). Hoewel de artistieke kwaliteit van al deze bladen niet even hoog is, is dit album een vondst van de eerste orde. De verzameling vult een lacune in de kennis van het oeuvre van de kunstenaar, van wie tot dusverre maar weinig werk bekend was. Het album, dat kort geleden op een taxatiedag van het veilinghuis opdook, blijkt identiek te zijn aan een verzameling tekeningen die tot voor kort alleen bekend was uit een vermelding in de inventarislijst van de collectie van Jan Boursse, de broer van de kunstenaar. Omdat Esaias Boursse het boek heeft voorzien van een opschrift waaruit blijkt dat hij het, tot zijn 'contentement', had verkocht aan zijn broer, bestaat er geen twijfel over dat dit het verloren gewaande album is.

De tekeningen van Boursse zijn niet alleen uit kunsthistorisch, maar ook uit antropologisch oogpunt interessant. De kunstenaar maakte ze toen hij als cadet van de VOC naar Ceylon - het huidige Sri Lanka - reisde. Anders dan andere reislustige kunstenaars van zijn tijd, was hij niet zozeer geïnteresseerd in de activiteiten van zijn landgenoten in den vreemde, maar concentreerde hij zich veeleer op de weergave van de plaatselijke bevolking, hun kledij en gebruiken. Ook tekende Boursse de krokodillen en olifanten die hij er aantrof, en enkele topografische gezichten. Uit de werken spreekt een liefde voor het eiland en zijn bevolking, die er ook de reden voor zal zijn geweest dat de schilder zich in 1672 inscheepte voor een tweede reis naar Ceylon. Het feit dat hij onderweg stierf, zonder zijn bestemming terug te zien, maakt zijn tekeningenboek tot een roerend document.

    • Bram de Klerck