Pearl Jam probeert vaandel van grunge hoog te houden

Pearl Jam. Gehoord: 6/11 RAI Parkhal, Amsterdam.

'The Security Company' heet het bedrijf dat gisteren mankracht leverde om het concert van Pearl Jam in banen te leiden. Tenminste één van de 15.000 bezoekers in de uitverkochte RAI Parkhal moet zich door de aanwezigheid van 'The Security Company' heel wat minder veilig hebben gevoeld dan hij verdiende. Zonder pardon werd een jongen door drie kaalgeschoren sportschooltypes in elkaar geslagen en uit de zaal gegooid, omdat hij een van de flessen frisdrank had aangepakt die door een ander van achter de bar vandaan waren gegrist. Geheel onbegrijpelijk was die milde vorm van diefstal niet, want met nog duizenden consumptiebonnen in omloop besloot het cateringbedrijf om al ruim voor afloop van het concert alle buffetten te sluiten. Het barpersoneel, dat zoiets moeilijk aan de bezitters van duurbetaalde maar plotseling waardeloos gebleken bonnen kon uitleggen, deelde glazen kraanwater uit om de explosieve situatie te sussen.

Het lijkt wel of Pearl Jam moeilijkheden aantrekt, nu de groep uit Seattle als een van de laatsten het vaandel hoog houdt van de door stadgenoten Nirvana populair gemaakte grunge-muziek. Enkele weken geleden raakten er bij een Amerikaans concert mensen gewond toen ze in de drukte onder de voet werden gelopen. Als er ooit een dode valt tijdens ons optreden, waarschuwde zanger Eddie Vedder later vanaf het podium, dan houdt Pearl Jam er voorgoed mee op. Ook in Amsterdam riep de groep onheil over zich af, door op te treden in een zaal die geenszins voor zo'n massapubliek was toegerust. Op zijn minst hadden er videoschermen mogen staan, want de anti-sterren van Pearl Jam zijn er de artiesten niet naar om hun show op een hal ter grootte van anderhalf voetbalveld af te stemmen. Weliswaar klonk de groep minder lamlendig dan drie jaar geleden in Ahoy, maar 15.000 man bespeel je nog niet door kaarsjes op een schaars verlicht podium te branden. “Als we dit van tevoren hadden geweten”, zei Vedder schijnheilig, “dan waren we voor twéé concerten gekomen”.

In het verleden leek het voorbehouden aan hardrockliefhebbers om als een kudde schapen in een van condens druipende hal te worden gedreven. Net als Soundgarden huppelt Pearl Jam precies lang genoeg achter de tijdgeest aan om munt te slaan uit het grunge-gevoel, dat na de zelfmoord van Nirvana's Kurt Cobain tot de verbeelding van velen is gaan spreken. De X-generatie mag dan zijn uitgestorven, maar Pearl Jam verwoordt nog altijd een gevoel van onvrede met meebrulteksten als 'I'm hurt but I'm still alive.' Wijselijk speelden ze gisteren veel van Ten, het debuutalbum uit 1991 waarmee ze indertijd een groot deel van hun artistieke kruit verschoten. Op de drie cd's die volgden werd geëxperimenteerd met harde punkmuziek en zweverige improvisaties, maar de zeggingskracht van het debuut werd nooit meer gehaald. Alleen bij publieksfavorieten als Even Flow en Jeremy kwam de Parkhal in beweging. Het door gitarist Stone Gossard gezongen Mankind viel door de mand als een middelmatig gitaarrockdeuntje. Pearl Jam's voornaamste troef blijft de snijdende schraapstem van Eddie Vedder, die zelfs de meest stuurloze jamsessie van een indringende, melancholieke ondertoon kan voorzien. Tot de beste nummers van de avond behoorde de finale met Neil Youngs Rocking In The Free World, hoe loos die kreet ook mocht klinken in het licht van het beveiligingsregime dat in de zaal werd gehandhaafd.