Oplossingen en suggesties voor dansende zwaan Door een onzer redacteuren

ROTTERDAM, 7 NOV. De noodmaatregelen van de gemeente Rotterdam hebben de dansende Erasmusbrug voorlopig tot rust gebracht. Gisteren, bij windkracht negen, zat er nauwelijks speling meer in de tuidraden, die nu met kabels aan het brugdek zijn bevestigd. Ook op een hoogte van 32 meter zijn al enkele tuien aan elkaar gekoppeld tijdens een korte periode van windstilte.

Pas als de tuien ook op zestig meter hoogte zijn samengebonden, gaat de brug weer open voor verkeer. Maar er kan pas een kraan op de brug bij windkracht vier.

Morgen om half vier wordt de Rotterdamse gemeenteraad in een bijzondere commissievergadering ingelicht over de problemen met de Erasmusbrug. De Rotterdamse dienst Gemeentewerken is imiddels overspoeld met oplossingen en suggesties van bedrijven en ingenieurs. “Het wijst er toch op dat de Erasmusbrug een nationaal bezit is”, zegt een woordvoerder van de gemeente. En voor de naamsbekendheid van het eigen bedrijf is het ook nooit weg. Vooral Rubber-Metaaltechniek (RMD) in Dordrecht timmert in dat opzicht aan de weg. Het bedrijf liet in een brief weten dat de Erasmusbrug gevaar loopt in te storten. Daarbij wordt verwezen naar de ramp op 7 november 1940 met de Tacoma Narrows Bridge in de Amerikaanse staat Washington - 'Galloping Gertie' in de volksmond. Op 7 november van dat jaar kregen de 'Karman-wervels' vat op de brug, een effect dat optreedt als de aanstootfrequentie van de wind samenvalt met de 'voorkeursfrequentie' van een constructie en deze versterkt. Het brugdek ging golven en brak doormidden.

E. van Tienhoven van RMD denkt het klapperen van de tuien te kunnen dempen door om de vier tot zes meter bussen gevuld met visco-elastisch materiaal aan de tuidraden te hangen. “Die kamergeleerden van Gemeentewerken dachten draden van driehonderd meter lengte in toom te houden met schokdempers die op een brommertje niet zouden misstaan”, moppert Van Tienhoven. “Visco-elastisch materiaal zet de wrijvingskracht om in warmte. Zoveel trilling hoeft er niet geabsorbeerd te worden als je ziet dat met wat nylondraadjes de boel al tot stilstand komt. Ik ben kwaad dat die sukkels van de gemeente me nog niet hebben gebeld.”

Anderen denken het aerodynamisch profiel van de tuidraden te kunnen verbeteren door de tuidraden te omwikkelen met een spiraal, in te smeren met stroperig materiaal of ruw te maken. Ir. J. van der Veen uit Delft vermoedt dat het “best esthetisch” is tuien van de brug onderling met schokdempers te verbinden of in het midden aan het brugdek te bevestigen. Dergelijke oplossingen zijn ook in het buitenland toegepast, aldus Van der Veen.

Prof.ir. I. Wisse van de Universiteit Eindhoven, lid van de stuurgroep windtechnologie bepleit een onafhankelijk onderzoek naar de gang van zaken in het ontwerpproces. “Het windeffect is duidelijk onderschat. Anders was dit niet gebeurd.” Wisse meent dat zijn vakgebied in Nederland te weinig aandacht krijgt. Hij wijst op de speciale windtunnel die in Japan is gebouwd om de effecten op de nog te bouwen Akashi-brug met een overspanning van twee kilometer te testen. Aan de Yokohama Universiteit wordt geëxperimenteerd met aero-elastische modellen van 1 op 100, terwijl aan de Kyoto Universiteit de gecombineerde effecten van wind en regen worden onderzocht. Soortgelijk onderzoek wordt ook in Frankrijk verricht voor de Pont de Normandie. Wisse erkent overigens dat de resultaten van simulaties in windtunnels bij dit soort complexe constructies “betrekkelijk” zijn.

De tuidraden van de Erasmusbrug zijn indertijd niet apart in een windtunnel getest, zegt F. Sterk van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). Wel zijn delen van het wegdek en de basculeklep in de windtunnel beproefd en is de belasting van de tuidraden gesimuleerd. Het op schaalmodel nabootsen van de hele brug, inclusief tuien, zou naar zijn mening echter “zeker een miljoen of wat kosten”, terwijl het onduidelijk is of dat representatieve uitkomsten oplevert.