Onverenigbare karakters verdelen judosport

De bondscoach der judovrouwen, Cor van der Geest, nam onlangs ontslag. Vooral de relatie met de bondscoach der judomannen, Willem Visser, kon hij niet meer aan. Van der Geest overhandigde een lijvig rapport daarover aan het bondsbestuur. Daarna werd Visser verteld dat zijn contract niet wordt verlengd. De contactarmoede tussen een ideoloog en een man van de praktijk.

ROTTERDAM, 7 NOV. Willem Visser gaat door voor het geweten van het Nederlandse judo. Hij benadert deze sport langs filosofische en wetenschappelijke weg. Hij beschouwt judo als pedagogisch spel met uitlopers naar sport en topsport. Zo wordt het in de hele wereld gezien, behalve in Nederland, zegt Visser. Misstanden worden gewoon en tasten daardoor het aanzien van de judosport aan, meent de bondscoach van de mannenploeg.

Zijn visie beschrijft Visser, die tevens docent fysiek-mentale vorming en judo is aan de politie-academie, graag in artikelen die hij toestuurt aan betrokkenen. Sommigen vinden de manier waarop de judoleraar zijn kennis etaleert aanmatigend, anderen raken geïmponeerd en herkennen daarin de beginselen van deze vechtkunst. Visser heeft de uitstraling van een monnik; hij toont geestelijk evenwicht. Judo is een metafoor voor zijn levensinstelling. Maar door zijn onverstoorbare houding lijkt hij zich verheven te voelen boven de massa en pas van zijn troon op te staan wanneer hem dat wordt gevraagd. “Er is een hogere kans tot overleven voor hen die zich het best aanpassen, maar je onderscheidt je er niet door”, meent Visser. Hij zegt er niet bij te willen horen: bij dat gedoe, die achterklap waarvan judo in Nederland is doordrenkt.

Lichtelijk hautain reageert de bondscoach van de mannen op het rapport dat de bondscoach van de vrouwen, Cor van der Geest, bij het bestuur van de judobond heeft gedeponeerd. Het heeft al de titel 'zwartboek' gekregen en zou zo dik als een bijbel zijn. Van der Geest zegt daarin 'harde feiten' weer te geven over het slechte functioneren van Visser en enkele clubcoaches. “Visser vindt zichzelf geweldig, mij een nitwit. Visser weet alles beter, niets kan beter dan zoals hij het wil”, voegt Van der Geest er aan toe.

Van der Geest nam onlangs ontslag als bondscoach, deponeerde zijn rapport bij het bestuur, waarna Visser telefonisch zonder nadere uitleg te verstaan kreeg dat zijn contract aan het eind van dit jaar niet wordt verlengd. Van der Geest wilde het gevecht niet langer aan. Als coach van de club Kenamju in Haarlem heeft hij ook belangen bij judoka's die door mannenbondscoach Visser worden geselecteerd. Daarnaast slaagde hij er als bondscoach van de vrouwen niet in met Visser tot een 'normaal' contact te komen. Van der Geest: “Ik ben stuk gegaan op zijn gebrek aan communicatie. Ik heb naast succes als bondscoach ook veel succes als clubcoach, gezien al die kampioenen die ik lever. Zaterdag sta ik met mijn club in de halve finale van de Europa Cup. De bondscoach zou trots op mijn succes moeten zijn. Hiddink is ook trots op het succes van Ajax. Visser is dat niet op mijn club. Ik heb het gevoel dat hij jaloers is.”

Visser houdt zijn gevoel binnen, Van der Geest laat zijn gevoel de vrije loop. Aan de rand van de mat kan zijn verbale steun tot maximale geluidssterkte stijgen, ontsteekt hij om en om in woede en euforie en wil hij nog weleens beledigen. Van der Geests prestaties als club- en als bondscoach zijn gebaseerd op hartstocht en teamgeest. De Europa-Cupwedstrijden van zijn club maakt hij tot theaterstukken. Judo vraagt bij hem om popularisering. Het is waar: bij Van der Geest voelen veel judoka's zich thuis.

Dansen doet Visser niet, polonaises ontloopt hij. “Ik heb weleens met Van der Geest op een hotelkamer geslapen. Dat ging best. Ik las een boek. Hij lag in bad een blaadje te lezen. Dat mag. Maar als ik een boek lees, mag dat niet. Dat is dan Wichtigmacherei. Ik doe aan zelfontwikkeling. Ik lees alles over fysiologie, pyschologie, sportgeneeskunde. Ik heb de trainingsleer van atletiek naar judo overgebracht. Ik volg een cursus Japans. Dat doe ik omdat ik in Japan wordt gevraagd toespraken te houden en zodoende ook om judo op een hoger plan te brengen.”

Van der Geest zegt dat de buitenkant van Visser “totaal anders” is dan de binnenkant. “Zo onberispelijk als hij zich gedraagt aan de rand van de mat, zoveel nare praktijken levert hij op andere fronten.” Visser: “Hoe Van der Geest judotrainingen geeft en wedstrijden organiseert, moet hij zelf weten. Maar hoe hij zich gedraagt aan de rand van de mat, dat druist in tegen alle principes van judo. Dan praat ik over normen en waarden, over voorbeeldfuncties. Op die manier wordt judo minder dan een gewone sport, terwijl het meer is.”

Zaterdag wordt de najaarsvergadering van de judobond gehouden. Daar zal ook een nieuwe voorzitter worden gekozen. De functie werd sinds het voorjaar waargenomen door Van Oosten. Visser moest vorige week vernemen dat er een verandering in de structuur van het topsportbeleid komt. Het 'instituut bondscoach' wordt afgeschaft, er worden bondstrainers aangesteld. In die structuur is geen plaats voor Visser. “Alle kandidaat-voorzitters zouden gezegd hebben dat ze me niet willen. Zelfs mijn assistent Huffenreuter, die toch heel succesvol is geweest met zijn junioren, hoeft niet terug te komen.”

Visser zegt dat hij tot 8 oktober geen enkel contact met het interim-bestuur heeft gehad. “Niemand was geïnteresseerd.” Van der Geest: “Visser nam nooit contact op. Men moest maar naar hem komen.” Visser: “Op 8 oktober heb ik voor het eerst een gesprek gehad. Ze hebben me toen gevraagd een nieuwe structuur op papier te zetten. Ze wisten niks. Ze hebben aan een journalist gevraagd hoe het in Atlanta was gegaan. Op die nota heb ik nooit iets gehoord. Toen ze het zwartboek kregen hebben ze op 29 oktober een vergadering gehouden en besloten mij te lozen. Op 30 oktober kreeg ik dat te horen.”

Visser is mede-opsteller van het plan Topsport 2000, dat vorig jaar op verzoek van NOC*NSF door de judobond werd gemaakt. “Uiteindelijk hebben we daar een compliment voor gekregen en de toezegging voor subsidie. Ik heb een applicatiecursus voor judotrainers samengesteld. Daar zijn werkboeken van gemaakt die zelfs in het buitenland aftrek vinden. Nu mag ik niet verder omdat Van der Geest niet met mij heeft kunnen werken en er straks moeilijkheden zouden kunnen komen tussen mij als bondscoach en hem als clubcoach. Ik ken niemand die hetzelfde over mij denkt als Van der Geest. En op grond daarvan moet ik weg?”

Zaterdag worden volgens Visser zware woorden gebruikt. “Er zal voor mij gelobbyd worden, maar of dat helpt betwijfel ik. Ik wil best door, maar ik moet eerst weten hoe. Ik wil op deskundigheid functioneren en niet op emotionele gronden. Men zegt dat ik als mannencoach niet heb geïnvesteerd in de relatie met damescoach Van der Geest. Wordt aan Alberda van de volleybalmannen ook verlangd dat hij met Goedkoop van de vrouwen samenwerkt? Kom nou.”

Visser herhaalt dat judo meer hoort te zijn dan een gewone sport. “Wanneer extremiteiten als judoka's die gaan kooivechten, coaches die in opspraak komen door ongewenste intimiteiten, bestuurders die frauderen en trainers die zich misdragen langs de wedstrijdmat de boventoon voeren, wordt judo minder dan een gewone sport. Het gaat om de uitstraling. En als Van der Geest het niet meer aankan en ontslag neemt, moet hij niet anderen in zijn val meenemen.”

    • Guus van Holland