Ontwikkeling WAO in vogelvlucht

1967 De WAO treedt in werking en vervangt onder meer de uit 1921 stammende Ongevallenwet. Mensen die niet of slechts gedeeltelijk kunnen werken krijgen een uitkering ter grootte van tachtig procent van het gederfde inkomen. Nieuw is dat de wet een relatie legt tussen een ziekte of gebrek en de mate waarin dit arbeid verhindert. Voorheen was aan elke ziekte of gebrek een vast uitkeringsbedrag gekoppeld. Verder doet het er niet toe of de ziekte of gebrek voortkomt uit het beroep. De verwachting is dat er hooguit 200.000 WAO'ers zullen zijn.

1976 De WAO wordt een aanvullende loondervingsverzekering bovenop de net geïntroduceerde Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. Dit is een volksverzekering voor arbeidsongeschikten waarvan vooral zelfstandigen, die immers niet in loondienst zijn, gebruikmaken.

1980 Onderzoek Erasmus Universiteit: “WAO blijkt een vat van verborgen werkloosheid.”

1983 Onderzoek Universiteit van Amsterdam: “Statistisch verband tussen teruglopende werkgelegenheid in bedrijfstakken en toestroom vanuit dezelfde bedrijfstakken naar de WAO.” Het eerste kabinet Lubbers vraagt advies aan de SER over een herziening van de sociale zekerheid waardoor WAO'ers na maximaal vijf jaar in de bijstand komen.

1985 Uitkering verlaagd van 80 naar 70,5 procent.

1987 Andere opzet WAO. Iemand die gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt krijgt na een jaar werkloosheid niet langer een volledige uitkering, maar blijft op het niveau van zijn gedeeltelijke WAO-uitkering.

1990 Verscherping posities sociale partners bij voorjaarsoverleg. Werkgevers willen WAO'ers in dienst houden mits uitkeringen worden verlaagd. FNV is furieus over het voorstel, CNV vindt het een doorbraak. Kabinet-Lubbers III ziet bij monde van vice-premier Kok wel wat in het ontslagverbod voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

1991 De SER adviseert tot tijdelijke WAO-uitkeringen en ze afhankelijk te maken van het arbeidsverleden. Kabinet stelt voor nieuwe arbeidsongeschikten een beperkte periode een uitkering te geven, waarna voor hen de AAW wacht. Hetzelfde geldt voor mensen die al in de WAO zitten. Later besluit het kabinet alleen de nieuwe WAO'ers een aan leeftijd gekoppelde uitkering te verstrekken. Mensen jonger dan 50 gaan er op achteruit.

1992 Een jaar lang politieke strijd over het wetsvoorstel totdat de regeringsfracties er begin 1993 overeenstemming over bereiken.

1993 Parlementaire enquêtecommissie-Buurmeijer concludeert dat ingrijpende veranderingen nodig zijn in de sociale zekerheid. De uitvoering moet worden gereorganiseerd, de Ziektewet afgeschaft en de opzet van de WAO vernieuwd.

1993 Op 1 augustus gaat de wet Terugdringing beroep op regelingen arbeidsongeschiktheid in: WAO'ers jonger dan 50 jaar moeten worden herkeurd en het begrip 'passende arbeid' wordt verruimd. Verder wordt de WAO-uitkering afhankelijk gemaakt van leeftijd, waardoor alleen 58-jarigen nog de volledige 70 procent krijgen. Wie jonger is moet zich om het 'WAO-gat' te overbruggen particulier bijverzekeren.

1994 Regeerakkoord kabinet-Kok: premiedifferentiatie en marktwerking in de WAO moeten in 1998 750 miljoen opleveren.

1995 Kabinet vraagt advies aan SER over wetsvoorstel Pemba (premiedifferentiatie en marktwerking bij verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid) waarin opting out centraal staat. Werkgevers kunnen de uitvoering van de WAO-verzekeringen onderbrengen bij particuliere verzekeraars. De SER wijst dit af: vooral kleine bedrijven worden het slachtoffer. Ook de Raad van State oordeelt sterk negatief.

1996 Linschoten past wetsvoorstel Pemba aan en stuurt het voor advies naar de Raad van State. De Raad gaat akkoord met premiedifferentiatie per bedrijf(stak) maar verwerpt het marktwerkingsdeel van het voorstel. Linschoten stelt daarop een afgebakende periode voor waarin werkgevers de arbeidsongeschiktheidsuitkering van hun werknemers betalen. Later wordt deze 'eigen-risicoperiode' op vijf jaar gesteld. Linschotens opvolger De Grave stelt de premiedifferentiatie niet langer afhankelijk van de bedrijfstak, maar van de grootte van de onderneming.